
Klik
HIER voor het weerstation van Hoek van
Holland
Klik op de afbeelding voor groter.
Luchtfoto van Leendert W. Koppenol.
|
. |
Op 21 februari 1907 verging bij Hoek van Holland de BERLIN, klik
HIER
voor twee ansichten ect.

Vijver in de Hoekse Boschjes.
Deze ansicht hebben we ontvangen van Riana Luiks uit Utrecht,
waarvoor onze dank.
![]()

Noorderpier Hoek van Holland, ca. 1940
foto ontvangen op 23-07-2005 van Hans Rebers, waarvoor onze hartelijke dank.
![]()
Geschiedenis Hoek van Holland.
Hoek van Holland is in 1914 overgenomen door Rotterdam. Voor die tijd hoorde Hoek van Holland bij de buurgemeente 's-Gravenzande.
Geschiedenis
Hoek van Holland is de laatst bewoonde plaats langs de Nieuwe Waterweg voordat
zeeschepen het ruime sop kiezen en de eerste, die zeevarenden zien als zij
richting Rotterdamse havens varen. De aanleg van de Nieuwe Waterweg, als
verbinding tussen de havens van Rotterdam en de Noordzee, is het begin van de
geschiedenis van Hoek van Holland. Na de beslissing in 1863 tot het graven van
de Nieuwe Waterweg ontstond er langzaam maar zeker een dorp, aangezien de
werklieden zich dicht bij hun werk wilden vestigen.
HOEK VAN HOLLAND ALS WIJKRAAD EN ALS DEELGEMEENTE VAN ROTTERDAM.
In 1947 werd in Hoek van Holland een wijkraad geïnstalleerd: de bestuurlijke voorloper van de huidige deelgemeente. Sinds 1973 is Hoek van Holland een deelgemeente van de gemeente Rotterdam. Een deelgemeente heeft een eigen deelgemeenteraad en dagelijks bestuur. Rotterdam heeft 11 deelgemeenten. Hoek van Holland neemt een aparte plaats in binnen dit stelsel. Hoek van Holland wordt meer als een dorp met eigen karakter ervaren, dan als een wijk binnen de gemeente Rotterdam. De deelgemeente Hoek van Holland heeft eigen bevoegdheden en een eigen begroting. Voor de inrichting van deze deelgemeente verwijzen wij u naar het hoofdstuk: Bestuurlijke organisatie.
Emotionele herinneringen aan een spookdorp.

Afbeelding uit: Stichting D. E. de Hoog - Historisch Archief Hoek van Holland.
Zij aan zij en gearmd moesten Duitsers na de oorlog wel tien keer over een geruimd mijnenveld lopen om er zeker van te zijn dat alles weg was. Piet Heijstek was toen nog een kleine jongen en maakte als een van de tachtig overgebleven Hoekenezen de oorlog mee in een waar spookdorp. Zijn emotionele herinneringen staan nu in een boek.
![]()
Door: Ellen Lengkeek
Uit: Westlandsche Courant 14 december 2002
HOEK VAN HOLLAND.
(Het blok huizen in de Rietdijkstraat dat ernstig beschadigd was, is verder afgebroken en het puin grotendeels geruimd. Over de belendende percelen, waaronder Hotel Amerika, is nog geen beslissing gevallen. De eigenaar vertelde dat plunderaars alles van waarde uit het hotel hebben geroofd)
Het zou de meest angstwekkende 'periode worden van de bezetting in Hoek van Holland. Vooral omdat de Duitsers toen vanuit Hoek van Holland de beruchte V2 raketten lanceerden. De zware raketbommen haperden soms en kwamen dan in het dorp zelf terecht. Slechts tachtig bewoners bleven achter, omdat ze de bezetter van nut waren. Zij waren van het loodswezen, reddingswezen, brandweer of moesten werken in de gaarkeuken voor de gastarbeiders. Ook diende een van hen de vele aangespoelde lijken van het strand te halen.
(Een van de achterblijvers was Koos Altena, hoofd van de brandweer. Hij vertelde dat erbij de lancering van een V2 bij de Fruitsteiger op zeker dag weer iets mis ging. Tijdens het klaarmaken voor de lancering viel de raket van de wagen, terwijl men bezig was de vloeibare waterstof in het wapen te pompen. Hiervoor had men ijs nodig om het geheel koel te houden. Het geluid dat de wegvloeiende brandstof maakte, leek op het gejank van tientallen katten. Dienstdoende Duitsers en de dames uit de Puff haastten zich naar de schuilbunker. Tot zijn verbazing kreeg Altena opdracht om bij de omgevallen raket te gaan blussen. Hij maakte ernstig bezwaar tegen deze opdracht. Zijn protest hielp, hij hoefde niet in actie te komen.)
Piet Heijstek woonde als jongetje in de spookstad, omdat zijn vader bij de posterijen werkte, en tekende het bijzondere verhaal op. Vaak zat hij in de kelder en bad zijn moeder dat de motor in de zojuist gelanceerde V1 of V2 niet zou haperen en op het huis terecht zou komen. "Gelukkig, die is weg", klonk het dan. De opluchting duurde slechts even, omdat ze wist dat de bom straks voor dood en verderf elders zou zorgen. Een emotioneel relaas dat is uitgemond in een bijzonder document voorde badplaats. Zes jaar was Heijstek toen en later werd hem geregeld gevraagd te vertellen over die tijd. "Het boek zat al jaren in mijn hoofd. Uiteindelijk toen ik al het materiaal had verzameld heb ik het in twee maanden tijd geschreven", zegt hij in zijn huis aan de duinen dat als een van de weinigen is blijven bestaan. "Ik heb duidelijke herinneringen aan die tijd. Emotioneel heeft het diepe sporen achtergelaten."
(Op 13 december strandde een ontsnappingspoging van zeven vluchtelingen op de kade van de Berghaven. De leider van de groep, een joodse advocaat uit Leidschendam, beging de tragische vergissing om in het Hoekse hotel Caland, waarvan de eigenaar NSB'er was, vragen te stellen over de verdwijning van een reddingsvlet en de genomen veiligheidsmaatregelen rond de twee overgebleven reddingboten. De Duitsers werden ingeseind dat er weer wat op handen was en zij voerden de bewaking op. Toen het gezelschap bij de Berghaven verscheen, werden zij direct door de Duiters gearresteerd. De leider, Hartog Parfumeur, één der kopstukken van het joods verzet nam direct een gifpil in en overleed ter plaatse.)
De schrijver laat aan de hand van niet eerder gepubliceerd fotomateriaal uit het archief van stichting D. E. de Hoog - Historisch Archief Hoek van Holland, zien hoe De Hoek Door de Duitsers werd gesloopt, omgebouwd tot een vestiging en uiteindelijk aan haar lot werd overgelaten. Tal van huizen werden gesloopt. In september 1942 wordt bijvoorbeeld de Pannenbuurt gesloopt, een woonkern op de plek waar nu het tankstation Q8 is gevestigd. Niet veel later zijn de houten huizen op de Oude Hoek aan de beurt en is huize Estelia de eerste die ten prooi valt aan de sloop drang van de Duitsers. Meerdere huizen volgen. Het stenen huis van Heijstek wordt door de Duitsers in beslag genomen en de familie moet verhuizen. Vandaag de dag woont Heijstek nog altijd in het stenen huis bij de markante schotels in de duinen. Voor het boek heeft Piet Heijstek diverse mensen gesproken en het werd duidelijk dat slechts een enkelen het verhaal van de spookstad nog goed konden herinneren. Immers, de meeste Hoekenaren waren die periode vertrokken.
"Iemand moest het optekenen", aldus de oud-schoolmeester. "Ook mijn zoon drong erbij mij op aan", Kaarten in het boek tonen onder meer de bunkercomplexen zoals de Duitsers die in de duinen door de duizenden dwangarbeiders hebben laten aanleggen evenals diverse mijnenvelden. Het historisch verslag heet "Te midden van bunkers en mijnenvelden" en komt volgende week uit. Het is in diverse boekwinkels te koop.
(Vanuit ons huis in de Middenscheepvaartstraat konden we de ramen van de Puff (zoals de Duitsers een bordeel noemden) zien. Het bordeel bestond uit twee panden. Op de beneden verdieping werden de bezoekers door hospitaalsoldaten onderzocht en ingeënt tegen geslachtsziekten. Als kind werd je niet verteld wat zich daar afspeelde maar soms zag je de soldaten buiten in de rij staan, dus zou het binnen wel interessant moeten zijn.)
![]()
Haantje en Hekkie bewakers de Hoek.
Uit: Westlansche Courant 27 februari 1996
Hoek van
Holland/’s-Gravenzande.
Het heeft aan begin van deze eeuw heel wat voeten in de aarde gehad om ook in
Hoek van Holland een veldwachter in vaste dienst te stationeren.
Aanvankelijk had de
politiefunctionaris, die in de Hoek was belast met het handhaven van de orde,
's-Gravenzande als standplaats. De jonge gemeenteveldwachter maakte te voet
regelmatig de wandeling van' s- Gravenzande naar de Hoek van Holland.
Hij deed dat overigens niet alleen, want waar veldwachter Jan de Haan ging daar
ging ook de diensthond Hekkie.
Het was voor inwoners van de Hoek ook niet moeilijk om te kunnen constateren,
dat Jan de Haan weer eens was opgeroepen. Bij een van de spaarzame
woninginbraken lag Hekkie namelijk trouw voor het 'suspecte' pand te wachten tot
zijn baas klaar was met het onderzoek.
De processen verbaal die Jan de Haan, in de volksmond 'Haantje' genoemd, moest opmaken nadat alle verhoren hadden plaatsgehad, schreef hij achter zijn bureau in ’s-Gravenzande, furore maakte 'Haantje' tijdens de ramp met het stoomschip 'Berlin'. Deze veerboot van Harwich naar Hoek van Holland werd tijdens een zware noordwester storm op de kop van de Noorderpier gesmeten en brak daarbij doormidden. Bij deze ramp kwamen 127 passagiers en bemanningsleden om het leven. Jan de Haan kreeg voor zijn betoonde hulp op 1 maart 1907 de zilveren medaille in de Orde van Oranje-Nassau opgespeld.
Klachten.
Naar aanleiding van
een groot aantal klachten over de leefsituatie in Hoek van Holland, mede
veroorzaakt door het uitblijven van een vaste politiepost, stuurde een aantal
notabelen uit het dorp een petitie naar de koningin.
Zij vroegen de vorstin om steun bij de vorming van een zelfstandige gemeente
Hoek van Holland. De overheidstaken werden volgens de notabelen door het
armlastige 's-Gravenzande in de Hoek onvoldoende uitgeoefend.
Naar aanleiding van deze klachten ontstond er in de jaren 1908 en 1909 een
uitvoerige correspondentie' tussen het ministerie van justitie, het ministerie
van binnenlandse zaken en de provincie Zuid-Holland om tot een verbetering van
het politietoezicht te kunnen. Uit de briefwisseling blijkt dat het niet zo
eenvoudig was om een en ander op korte termijn te realiseren.
Toen Hoek van Holland uiteindelijk overging naar de gemeente Rotterdam, was reeds besloten om de gemeenteveldwachter van 's-Gravenzande, Jan de Haan, bij wijze van overgangsmaatregel voor de tijd van een maand in Hoek van Holland aan te stellen. 'Haantje' werd agent van politie 3e klasse tegen een wedde van 500 gulden per jaar met het genot van een vrije woning en licht. Dit in afwachting van de komst van twee dienders uit het Rotterdamse politiekorps naar Hoek van Holland. Toen de twee veldwachters uit de Maasstad arriveerden, kreeg Jan de Haan een aanstelling tot gemeentebode ter hulpsecretarie in Hoek van Holland. 'Haantje' was daarmee de eerste Hoekse gemeentebode. Jarenlang vervulde hij deze functie trouw.
Beschaafd.
De aanstelling van
De Haan en later van de twee Rotterdamse agenten had, zoals vermeld, heel wat
voeten in de aarde gehad.
Op 6 oktober 1908 liet de minister van justitie Nelissen zijn ambtgenoot van
binnenlandse zaken per brief weten, dat het politietoezicht in Hoek van Holland
onvoldoende was en verbeterd diende te worden. De minister stelde dat in de Hoek
een 'beschaafd en ontwikkeld' ambtenaar moest komen met voldoende politie
ervaring en dat deze de nodige talenkennis moest bezitten om een onderzoek
waarbij vreemdelingen betrokken waren te kunnen leiden.
Dergelijke eisen, aldus 'de
minister, kon men niet stellen aan de te Hoek van Holland gestationeerde
rijksveldwachters.
Een nieuw aan te stellen politieambtenaar met een zodanige ontwikkeling zou
nooit genoegen nemen met zo'n bescheiden betrekking en de daaraan verbonden
wedde. Een politieambtenaar in de rang van commissaris of inspecteur zou de
voorkeur genieten. Hij zou door de regering tot rijkscommissaris kunnen worden
benoemd. Zodoende zou het armlastige 's-Gravenzande slechts een gering deel
hoeven bij te dragen aan de vergoeding van de nieuw te benoemen ambtenaar.
Twee maanden na de eerste brief van de minister ging het provinciaal bestuur akkoord met het voorstel. De commissaris van de koningin stelde dat er een overeenkomst moest komen met de gemeente 's-Gravenzande over het salaris en de huisvesting van de ambtenaar. Na een groot aantal briefwisselingen heen en weer vernieuwde voorstellen, blies de minister van justitie de hele zaak na ongeveer een jaar af. Er was namelijk geen medewerking van 's-Gravenzande te verwachten en daarop werd besloten te wachten tot het uitroepen van Hoek van Holland als zelfstandige gemeente. Ook dat ging echter niet door, want de Hoek ging uiteindelijk over naar Rotterdam dat de verwikkelingen rond Hoek van Holland nauwgezet in de gaten hield.
Toen bleek dat een zelfstandige gemeente Hoek van Holland financieel een onhaalbare kaart bleek te zijn, was de Maasstad er dan ook als de kippen bij om de plaats aan de voor Rotterdam zo belangrijke monding van de Waterweg bij haar grondgebied te voegen. Op 1 januari 1914 was de samenvoeging tussen beide plaatsen een feit en zou de politiezorg door Rotterdam worden geregeld. De plaatselijke politie zou tot het jaar 1914 dus nog steeds uit de gemeenteveldwachter Jan de Haan en zijn hond Hekkie blijven bestaan.
Op eerste kerstdag 1926 overleed Jan de Haan.
De gegevens zijn ontleend aan een artikel van Dirk Ruijs en Leon Buijnsters in het District- blad Waterweg, een uitgave van de politie Rotterdam-Rijnmond.
![]()
Pantserkoepels terug op Hoeks fort.
Uit: Westlandsche Courant 6 september 1995

Op het Fort aan den Hoek van Holland komen de oude pantserkoepels terug.
Hoek van Holland.
Kanonnen.
De stalen koepels waren
ondoordringbaar voor het scheepsgeschut, dat bovendien een veel kleinere
reikwijdte had dan de kanonnen op het fort. Of die theorie inderdaad klopte is
nooit bewezen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal en in
1940 werden de kanonnen alleen gebruikt om landinwaarts te schieten, nadat bij
het Staelduinse bos parachutisten waren geland. In 1943 hebben de Duitsers het
fort ontmanteld. Koepels, kanonnen en machines werden weggehaald en naar
Duitsland vervoerd om te worden omgesmolten voor de wapenindustrie. De kanonnen
kwamen oorspronkelijk ook uit Duitsland, want ze werden gegoten bij Alfred Krupp
GA in Essen.
Huzarenstukje.
Het bouwbedrijf Koudijs, dat in
Hoek van Holland honderden huizén bouwde voor de woningbouwvereniging en dat dit
jaar 50 jaar bestaat, gaat nu de koepels herplaatsen. Dat gebeurt niet in een
lange werkperiode, maar binnen 24 uur. "Dit wordt echt een geweldige stunt”,
voorspelt Jacques Oomen. “Op 30 september, ’s middags om twee uur, heeft het
fort zijn oude gezicht weer terug. We gaan dat doen in precies 24 uur”. Oomen
geeft op vrijdag 29 september om twee uur ‘s-middags het startsein. Dan wordt de
klok op 24 uur gezet en gaat terugtellen. Zaterdagmiddag om twee uur moet het
karwei dan geklaard worden en de afsluiting zal heel spectaculair zijn. Maar
voor dat het zover is, zal er al heel veel gebeurd zijn. Vanuit Oud-Beijerland
en vanaf bouwplaatsen in de omgeving, zal al het nodige materieel naar Hoek van
Holland rijden. "Dat wordt een stoet van tachtig voertuigen met een kilometer
lengte", zegt Oomen. "We hebben het dan over kranen, betonmolens, wagens,
gereedschap en bouwmateriaal. De genietroepen komen alleen al met acht grote
voertuigen om een brug over de gracht rond het fort te leggen. Voor het
transport van materiaal van het werkterrein naar het fort hebben we een kraan
met een giek van veertig meter en een gewicht van tachtig ton. Bij die stoet
rekenen we niet de auto's van de medewerkers die naar Hoek van Holland komen om
te helpen".
Programma.
Om het werk ombelemmerd te laten verlopen zijn het terrein van het fort en aan
Stationsweg vrijdag 29 en zaterdag 30 september afgesloten voor al het verkeer
en voor bezoekers. Wel wordt er aan de zijde van de Nieuwe Waterweg een ingang
gemaakt zodat men het werk vanaf het grasveld kan volgen. Dertig Hoekse
verenigingen met in totaal duizend medewerkers zullen daar een doorlopend
programma brengen. Uit Kerkrade komt het harmonieorkest dat onlangs
wereldkampioen werd. Omdat er heel veel belangstellenden worden verwacht, zullen
de spoorwegen gedurende de twee dagen de treinen laten doorrijden naar het
strandstation. Mensen van buiten Hoek van Holland wordt aangeraden om zoveel
mogelijk gebruik te maken van openbaar vervoer. Want het verkeer in de omgeving
van het fort zal 29 en 30 september zeker problemen ondervinden.
Koepelbouwers aan de slag.
Uit: Westlandsche Courant 30 september 1995
Door: Leen van Ooijen

Binnen recordtijd
brachten
de werknemers van Bouwbedrijf Koudijs
de koepels weer terug te plaatsen op het Hoekse fort.
Hoek van Holland.
In de catacomben van het 'Fort aan
den Hoek van Holland' is heel wat afgepraat sinds gistermiddag twee uur. Toen
startte niet alleen de operatie om de drie koepels op het fort terug te
plaatsen, ook de receptie van Bouwbedrijf Koudijs nam toen een aanvang. Het
vijftigjarig bestaan van dit bedrijf is de rechtstreekse aanleiding tot het
enorme karwei dat Hoek van Holland vierentwintig uur lang in de ban hield. Er
mag overal over gesproken worden, behalve over het weer", waarschuwde directeur
Jacques Oomen. "Dat is de enige factor die we niet in de hand hebben en dus
heeft het ook geen zin om daarover te "spreken". Alle 125 medewerkers waren
echter terdege voorzien van beschermende kleding en, bij het opzetten van de
tijdelijke onderkomens lieten zij zich niet verrassen door plotselinge
stormvlagen. Gelukkig bleek het weer gistermiddag minder slecht dan was
voorspeld. De stevige wind vormde geen belemmering voor het werk. Gistermorgen
om half twaalf vertrok een konvooi van 115 voertuigen met een lengte van
ruim drie kilometer uit Oud-Beijerland richting Hoek van Holland. Op de basis
van Koudijs hadden alle medewerkers, bij wie veel onderaannemers, zich met
mensen en materieel verzameld. Tien motoragenten leidden de stoet dwars door
Rotterdam, door de Maastunnel en over de rijksweg en de Haakweg richting Hoek
van Holland. Vanuit een helikopter behield de politie een volledig overzicht,
maar het verkeer moest hier en daar toch nog behoorlijk wachten. Na een uur trok
de stoet langs het deelgemeentehuis in een feestelijk defilé, maar zonder te
wachten.
Oponthoud kon men zich niet veroorloven. Om precies twee uur gistermiddag moest
het gigantische karwei beginnen. Gedeputeerde George Brouwer gaf het startsein.
Terwijl op het achterterrein langs de waterweg allerlei feestelijkheden en
verenigingsactiviteiten plaatshadden, werden op het bouwterrein de voertuigen
geplaatst, lampen opgezet om 's nachts te kunnen doorwerken en inmiddels werden
de voorbereidingen voor het opnieuw opzetten van de koepels gemaakt. Het leek
even een mierennest zonder enig verband, maar dat was schijn. De 'denktank' van
vier knappe koppen bleek zijn huiswerk goed te hebben gedaan. Binnen de kortste
keren was iedereen aan zijn eigen werk bezig. De belangrijkste klus was het
leggen van een brug over de gracht die het fort omringt. De militairen van de
Genie maakten daar een complete show van. Maar er was natuurlijk veel meer. De
catering moest eveneens kloppen, want de werklieden moesten in die 24 uur
natuurlijk hun rust hebben, als mede hun natje en hun droogje. Voor de duizenden
toeschouwers die het spektakel van dichtbij wilden bekijken, werd eveneens
gezorgd. Maar zij moesten wel op een veilige afstand blijven.
Superkarwei geeft fort in etmaal oude gezicht terug.
Uit: Westlandsche Courant 2 oktober 1995
Door: Leen van Ooijen

Het fort heeft zijn oude bijzondere silhouet in een etmaal terug gekregen.
Hoek van Holland.
"Is dat mooi of is dat mooi. Dit
is toch een megakarwei of niet soms?". Jacques Oomen, directeur van het
bouwbedrijf Koudijs,. moet deze zin tussen vrijdag en zaterdagmiddag twee uur
ongeveer vijfduizend keer hebben uitgesproken. Want iedere bezoeker die hem en
zijn echtgenote Loes de hand kwam schudden, kreeg eerst die kreet te horen. Met
als resultaat dat vele medewerkers de zin over namen en het; Is dit mooi' een
standaarduitdrukking is geworden. Het 'Fort aan den Hoek van Holland' lijkt weer
klaar voor de verdediging van de monding van de Nieuwe Waterweg. De lopen van de
kanonnen wijzen dreigend in de richting van de zee. Maar het allemaal schijn.
Afgelopen weekend werd het fort In de oorspronkelijke staat teruggebracht. Maar
dan alleen om dienst te doen als kustverdediging museum. Ruim vijftig jaar nadat
de Duitse bezetters het Hoekse pantserfort ontmantelden door er de
geschutskoepels af te halen, heeft het monument weer zijn oude vorm herkregen.
In beton weliswaar, maar een kniesoor die daar oplet.
Belofte.
Een jaar geleden beloofde Jacques
Oomen aan het bestuur van de stichting 'Fort aan den Hoek van Holland', dat hij
ter gelegenheid van het gouden jubileum van zijn bedrijf niet alleen de receptie
in het fort zou houden, maar dat hij er ook voor zou zorgen dat het fort weer
zijn originele uiterlijk zou' krijgen, dus inclusief de geschutskoepels.
Sindsdien heeft Domen elke vrije minuut besteed om ook onderaannemers en
leveranciers warm te maken voor zijn plannen. Gezien het enorme aantal
bedrijfsvlaggen dat zaterdagmorgen het fort sierde, is dat volkomen gelukt.
Betonbedrijven, staalbedrijven, schilders, en alles dat bij het gigantisch
karwei kwam kijken, reed vrijdag in een lange colonne naar Hoek van Holland.
Vierentwintig uur hadden ze zichzelf er voor gegeven. In een etmaal moest het
gereed zijn.
Ouverture 1812.
Zaterdagmiddag om twee uur, toen
de elektronische klok boven het fort precies vierentwintig uur had teruggeteld,
beëindigde de harmonievereniging uit Kerkrade de Ouverture 1812 van Tsjaikowski,
die eindigde met een daverend kanonschot uit de loop van een antiek kanon van de
Atkinsgroep, gespecialiseerd in het naspelen van antieke oorlogsvoering.
Daarvoor was een werkstuk geleverd van de eerste orde. Ruim 250 medewerkers
hadden elkaar vierentwintig uur lang afgelost en aangevuld. Dat alles onder
leiding van uitvoerder Joop de Zeeuw. Nadat de Genietroepen vrijdagmiddag een
brug hadden gelegd over de gracht van het fort en de enorme kraan was opgesteld
die het materiaal op het fort moest aanvoeren, het was toen inmiddels al vier
uur geworden, leek het eigenlijk uitgesloten dat de volgende middag het fort
weer in de oude staat zou zijn. Maar er W&S er één die geen moment
twijfelde."Het komt goed mensen, is dit mooi of is dit mooi", bleef Jacques
Oomen maar zeggen en de brede lach op zijn gézicht verdween zelfs zaterdagmorgen
niet, toen een lange rij van belangstellenden het, bedrijf kwam feliciteren met
het 50-jarig bestaan en Oomen en zijn vrouw inmiddels al zo'n dertig uur niet
uit de kleren waren geweest. Even dreigde er onheil uit een onverwachte hoek.
Vrijdagavond barstte er een forse onweersbui los met hevige regenval. Maar dat
duurde gelukkig maar kort. Na een half uurtje kon het werk hervat worden.
Uitzicht.
Op het evenemententerrein achter
het fort, dat speciaal voor deze gelegenheid was ingericht, presenteerden de
Hoekse verenigingen zich. Van hieruit hadden belangstellenden ook een uitstekend
uitzicht op de werkzaamheden. Nadat zaterdagmiddag het kanonschot was gevallen,
als teken dat het werk gereed was en de recordpoging geslaagd, konden ook de
werkers hun feestje gaan bouwen. Niet te lang overigens, want de meeste hadden
eigenlijk nog maar één wens: lekker snel naar bed! Maar eerst moest er nog even
geluisterd worden naar de bedankjes, waarbij onder meer die van, Generaal
Westerhuis, de bevelhebber van de Genietroepen, die persoonlijk kwam kijken welk
aandeel zijn mensen hadden geleverd.
![]()
Woonwijk
Bagijneland op een tankgracht.Uit: AD/HW 12 september 2005
door: MARIE-LOUISE TABBEN EN NICK VAN DIEN
Tot nu toe:
* Aan het einde van de Tweede Wereldoorlogmoesten Duitse dwangarbeiders
explosieven rond Festung Hoek van Holland opruimen. Daarna gingen Engelse en
Canadese soldaten door met deze klus.
* Eind jaren zestig wordt het ’s-Gravenzandse strand drie weken afgezet, omdat
kinderen een mijn ontdekken die boven het zand uitsteekt. Er onder liggen nog
zo’n 60 Duitse mijnen.
* In Hoek van Holland zijn de afgelopen vijf jaar meer dan 35.000 kogels en
mijnen gevonden. De munutieresten uit de oorlog worden opgespoord door alle
grond te zeven.

Omslag van het boek "Het mes op de keel" bij
de blauwe stip ligt Bagijneland.
Op zoek naar anti-tankmijnen.
Een risico-inventarisatie moet onder meer uitwijzen of er anti-tankmijnen
liggen onder de 's-Gravenzandse woonwijk De Nieuwe Vaart. Deze wijk is gebouwd
op de plek waar de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog een tankgracht hebben
gegraven. Na de oorlog zijn vermoedelijk veel mijnen in de tankgrachten gedumpt.
De inventarisatie wordt uitgevoerd na de vondst vorige maand van 31
anti-tankmijnen bij een kassencomplex in aanbouw in 's-Gravenzande.
"We zijn getipt door een bedrijf dat in Hoek van Holland bezig is met het zeven van grond op zoek naar explosieven uit de Tweede Wereldoorlog", legt wethouder Van Vliet (ruimtelijke ordening) uit. "Daar bleek nog veel munitie in de grond te zitten. Omdat in 's-Gravenzande twee tankgrachten liepen, vermoedt men dat daar ook het een en ander zou kunnen liggen."
De kassenbouw werd direct stilgelegd en nader onderzoek leidde tot de vondst
van 31 mijnen. "Die lagen te diep voor direct gevaar, maar het is natuurlijk
anders als je in de grond gaat heien", aldus Van Vliet.
Afgelopen week is begonnen met het afgraven van de grond tot een diepte van vier
tot vijf meter, waarna de grond wordt gezeefd in Hoek van Holland. Deze klus
gaat tot medio november duren. Daarnaast moet een risico-inventarisatie
uitwijzen of er wellicht meer mijnen in de tankgrachten liggen; maar ook op
andere plekken in Westland. "We hebben al geluiden in die richting gehoord, maar
geen concrete aanwijzingen waar precies."
Bij de inventarisatie worden bronnen geraadpleegd die wellicht meer weten
over de aanwezigheid van mijnen, zoals het ministerie van Defensie, Westlandse
getuigen en oorlogsdocumentalisten.
Zo moet ook duidelijk worden of er mijnen liggen onder woonwijk De Nieuwe Vaart
in 's-Gravenzande.
Van Vliet: "bij de bouw daarvan is niets gebeurd, maat het onderzoek moet
uitwijzen of dat puur geluk was. De bewoners lopen geen gevaar, maar als iemand
besluit een diep zwembad in de tuin te graven en daar een bouwvergunning voor
aanvraagt, zal wel eerst een bodemonderzoek moeten worden verricht. Dat geldt
ook voor ieder toekomstig bouwproject in de nabijheid van de tankgrachten",
aldus de wethouder. Van Vliet durft ‘géén zinnig woord’ te zeggen over wat de
inventarisatie gaat opleveren. "Er is na de Tweede Wereldoorlog wel veel
geruimd, maar in Hoek van Holland is er toch nog heel veel gevonden."
![]()
Op 21-23 februari 1907 verging bij Hoek van Holland het
ss BERLIN,
hieronder de twee ansichten die we daar van ontvingen van Hans Rebers.
De ramp met het s.s. Berlin
21-23 februari 1907
Toen het s.s. Berlin de haven van Harwich verliet, woensdag 20 februari 1907, stormde het al. De boot bereikte de pieren van Hoek van Holland rond 5:00 uur 's ochtends, met flinke vertraging. De storm was inmiddels sterker geworden, en door de stuifsneeuw was het zicht slecht. Kapitein Precious, een oude rot in het vak, kon niet voorkomen dat zijn schip gevaarlijk dicht de Noorder pier naderde. Sterke onderstromingen, de harde wind en een woeste zee wierpen het schip op de granieten blokken van de pier, die door het zware weer onder water lag. Er werden vuurpijlen afgestoken, en de reddingsboot „President van Heel“ kwam in actie. Om 6:30 viel op de „Berlin“ de elektriciteit uit. Kapitein G. Jansen bereikt met zijn reddingsboot het schip, maar zijn pogingen om een lijn over te schieten mislukten. Weliswaar werd één lijn gevangen, maar een grote golf sloeg het reddingsschip achteruit en het ankertouw brak. Zonder anker zouden reddingspogingen neerkomen op zelfmoord, en de reddingsboot keerde terug naar de Berghaven van Hoek van Holland. De „Berlin“ werd voortdurend door de beukende golven tegen de pier gewerkt, de brug met daarop de officieren werd van het schip geslagen, en omstreeks 7:30 breekt de „Berlin“ doormidden. Het voorschip zinkt weg langs de steile voorkant van de pier in diep water, passagiers met zich medenemende in de ijzige zee, de mast met de twee stormballen, als teken van onbestuurbaarheid, was het enige wat tussen de schuimvlokken zichtbaar bleef. Het achterstuk, met daarop nog een aantal overlevenden, bleef achter op de voet van de pier. Toen de reddingsboot terugkeerde, kon een drenkeling uit het water gered worden, de Ier G. W. Parkinson. Er werden die dag meerdere reddingspogingen ondernomen, maar noch de reddingsboot, noch de inmiddels gearriveerde sleepboten, noch de vaartuigen van de loodsdienst konden iets uitrichten. Kapitein Jansen zei later tegen een journalist: „God, meneer, dat krankzinnige gegil gaat je door merg en been, en maakt je gek bij de gedachte dat je er toch maar machteloos tegenover staat. Je mag nou eenmaal geen mensenlevens met mensenlevens kopen.“
De daaropvolgende nacht van 22 op 23 Februari bracht meer regen, hagel en sneeuw, mensen stierven van uitputting en kou, en wie niet meer de kracht had om zich vast te houden als de brekers over het dek sloegen, werd overboord geslagen. In de morgen van vrijdag 23 februari werden nieuwe reddingspogingen ondernomen, zonder resultaat. Zijne Koninklijke Hoogheid, Prins Hendrik der Nederlanden, kwam naar Hoek van Holland om vanaf het dek van loodsvaartuig „Hellevoetsluis“ de reddingswerkzaamheden te aanschouwen. De storm was nu iets in hevigheid afgenomen, en men ondernam vanaf de „President van Heel“ een poging om via de pier het wrak te bereiken. Eén man lukte het vaste voet op de pier te krijgen, maar hij moest afzien van verdere pogingen en keerde terug. Vier zeelui, die hadden aangeboden te helpen en die in een aparte sloep gekomen waren, Klaas Ree, Koos Schoonbeek, P. Jansen en T. van Duijn slaagden echter wél bij de lichtopstand op de pier te komen en er te blijven. Schipper Berkhout van de „Hellevoetsluis“ liet daarop vier vrijwilligers hun voorbeeld volgen. De mannen bereikten de lijzijde van de „Berlin“, maar de verzwakte passagiers waren niet meer in staat om een lijn te vangen. Een van de redders begaf zich daarop te water (!) om een overboord hangende lijn te grijpen, wat wonderwel gelukte, en deze werd vastgeknoopt aan de lichtopstand op de pier. Het lukte elf passagiers om via dit touw de pier te bereiken. Een van hen, de jonge vrouw Meta Schröter, kwam ten val, maar werd uit het water gered. Zij was lid van een Duits operagezelschap, dat op terugreis was van een optreden in England. De wind bereikte opnieuw orkaankracht, en de mannen keerden terug naar de „President van Heel“ met de elf geredden. Zij bereikten in de namiddag de haven van Hoek van Holland. De laatste passagiers, drie vrouwen die de oversteek via het touw niet hadden durven maken, hadden zij moeten achtergelaten op de het dek van de „Berlin“.
In de nacht van vrijdag op zaterdag besloten de buitenstaanders Martijn Sperling, schipper van het bergingsvaartuig „Van der Tak“, tezamen met zijn neven Leendert en Cornelis Sparling en Georg Moerkerk, een laatste reddingspoging te wagen. De schipper van de sleepboot „Wodan“, J. van Rees, bracht het viertal naar de noordpier, waar zij na middernacht aankwamen. Wadend door het ijskoude water, zich vasthoudend aan de palen om niet door de overkomende zee weggeslagen te worden, bereikten zij het wrak. In het duister vonden zij het touw dat die dag eerder was gebruikt, en zij knoopten het opnieuw vast aan de lichtopstand van de pier. Martijn klom naar boven. Het wrak werkte zwaar, de houten dekken waren op sommige plekken gebroken. Hij vond de drie vrouwen op het promenadedek. Een van hen, Mevrouw Wennberg, hield nog het lichaam van haar dochtertje vast, dat van de kou was gestorven. Een voor een werden de vrouwen van boord gehaald, het 16 jaar oude dienstmeisje, Mina Rippler, als laatste, omdat zij er op stond dat haar meesteres voor zou gaan. Mevrouw Margarethe Theile was er erg slecht aan toe en moest door Cornelis gedragen worden, maar het zestal bereikte uiteindelijk veilig de „Wodan“. Om vier uur in de ochtend van zaterdag 23 februari legde de sleepboot aan aan de steiger van de Harwich-dienst, en de overlevenden werden overgebracht naar Hotel Amerika. Op dat moment was ook de storm gaan liggen. Van de ongeveer 140 opvarenden hadden er slechts vijftien de ramp overleefd.
Bovenstaande informatie is overgenomen van:
http://www.genealogie.sparling.nl/berlin/berlin.html
![]()
Hevige storm werpt Noors vrachtschip op Zuiderpier.

Het Noorse vrachtschip Gatt, zoals het maanden heeft
vastgezeten op de Zuiderpier in Hoek van Holland.
In de stormachtige avond van de twaalfde januari 1955, nu dus vijftig jaar geleden, loopt de Noorse vrachtvaarder Gatt in de monding van de Nieuwe Waterweg vast op de Zuiderpier. Het trotse schip zal de haven van Newcastle, waarnaar het op weg is, nooit bereiken. Het zal een half jaar duren voor het is gesloopt.
door: Aad van Holstein
Uit: Ouder Westland
15 januari 2005
Het is guur op de Noordzee. Er staat een harde noordwester storm. De gierende
wind staat vrijwel pal op de monding van de Nieuwe Waterweg. Hoog krullen de
golven op. Met groot geweld slaan ze te pletter tegen de Zuiderpier. Het is
woensdagavond de twaalfde januari 1955. Vlak voor de kust van Hoek van Holland
raken enkele schepen op weg naar Rotterdam op de zware zee in moeilijkheden. Eén
schip komt van de andere kant de Waterweg juist afzakken en steekt zijn kop
brutaal in de wind. Het is de Noorse vrachtvaarder de Gatt, die ondanks het
slechte weer toch uitvaart. De bestemming is Newcastle. En hoewel de
weersverwachtingen zeer ongunstig zijn, heeft de kapitein toch een loods aan
boord genomen om het zeegat te kiezen. Misschien uit economisch belang? Wie zal
het zeggen. De boot koerst echter niet, zoals de kapitein het wel zou willen.
Want ondanks alle inspanningen van de loods wordt het schip steeds meer naar
bakboord uit koers geduwd. Het is na enige tijd zelfs niet meer te houden en
wordt door de harde wind met een smak op de Zuiderpier geworpen. Vlak bij de
plek die het Dode Gat heet...
Streng
Een half jaar later zal de Raad voor de Scheepvaart nogal streng oordelen
over de beslissing om toch uit te varen. De kapitein blijkt namelijk voor
vertrek helemaal niet naar de weersverwachtingen te hebben geïnformeerd. De
loods die het schip naar buiten moet brengen, blijkt evenmin op de hoogte van de
laatste weerberichten. Beiden onderschatten de Situatie. De raad acht het echter
de plicht van de kapitein om wel degelijk van deze berichten kennis te nemen en
zegt het gewenst te vinden, dat de loods dat ook doet. Nu de loods niet op de
hoogte is, slaagt hij er ook niet in te anticiperen op de situatie, waardoor het
schip een speelbal van de golven wordt. Het is immers niet beladen en ligt
daardoor vrij hoog op het water. Bij de botsing met de pier slaat het schip
ogenblikkelijk lek en maakt meteen al veel water. En wel zo veel dat het dreigt
te zinken. Onmiddellijk varen sleepboten en de reddingboot President Jan Lels,
die in de Berghaven liggen, uit ter assistentie. Al gauw ziet schipper Seters
van de reddingsboot dat het om een verloren zaak gaat, maar ook dat het hem
onmogelijk is met deze boot de bemanning van de Gattle redden. Hoge golven
beuken constant tegen het vrachtschip. Daardoor is het via het water onmogelijk
te benaderen. Maar de agent van de reddingsmaatschappij Quint komt op het
heldere idee de nieuwe vlet, waarover de redders sinds kort beschikken, in te
zetten. Zo snel als mogelijk is vaart de Lels daarom terug naar de Berghaven. De
bemanning stapt rap over in de Goudriaan. Zo heet de vlet die ook veel
gemakkelijker te manoeuvreren is. Terwijl de zee rondom hen kookt, zwoegen
Setersen zijn mannen met groot doorzettingsvermogen door, tot zij erin slagen
zeven man aan boord te nemen.
Noodsignalen
Intussen komen in Hoek van Holland vanaf zee noodsignalen binnen van een
kustvaarder. De coaster dreigt op de Maasvlakte te stranden. De sleepboot Maas
vaart ijlings uit om dit te verhinderen. Dat lukt op het nippertje, nadat een
verbinding tot stand kan worden gebracht. Zo kan het. Schip op sleeptouw worden
genomen. De woedende zee en de nachtelijke omstandigheden maken het spoedig
nodig de strijd tot de andere morgen te staken. Dan komt schipper, Seters
opnieuw in touw om -overigens tevergeefs- te proberen met de nieuwe vlet de
andere schipbreukelingen van de gestrande Noor te redden. Intussen heeft Quint
echter verbinding gezocht met het vliegtuigmoederschip de Karel Doorman van de
Koninklijke Marine met het vriendelijke maar dringende verzoek bij de redding
assistentie te verlenen. Aan dat verzoek wordt prompt voldaan en wel op de
modernste manier. Er wordt een helikopter ingezet. De reddingsoperatie krijgt
daardoor een spectaculair karakter en wordt intussen door steeds meer publiek
vanaf de kust gevolgd. In een paar korte, adembenemende vluchten weet de
helikopterpiloot alle achtergebleven bemanningsleden nabij de seinpost door de
lucht veilig aan de wal te zetten. Daarna keert hij al wentelwiekend naar de
Karel Doorman terug. Het gestrande vrachtschip begint daarna steeds meer naar
stuurboord, naar zee te hellen.
Weggeslagen
Het duurt echter nog tot zaterdags voordat het voor de eerste maal kan
worden betreden. Aan stuurboord blijkt de reling geheel te zijn weggeslagen. Het
water is de hutten overal binnen gedrongen en ook de ruimen zijn gedeeltelijk
volgelopen. De eerste vraag is nu: hoe kan het schip dat muurvast op de
Zuiderdam zit worden geborgen? Dat het een zwaar en langdurig karwei zal worden
staat vast. In opdracht van de Rijkshavenmeester begint Taks Berging uit
Maassluis daarom alvast met het uitbrengen van twee stokankers, die bedoeld zijn
om te voorkomen dat het schip losslaat en in de Waterweg zinkt. Van het lage tij
wordt gebruik gemaakt om met een kraanwagen de zware ketting over de dam te
tillen. Intussen zijn persoonlijke bezittingen, bederfelijke levensmiddelen,
radioapparatuur en drank snel van boord gehaald en in veiligheid gebracht. Van
de Noorderpier af is het wrak goed zichtbaar. Omdat al eerder bij het stranden
en zinken van de Faustus veel publiek naar de Hoek kwam, is men nu op een
soortgelijke invasie voorbereid. De gemeente politie is zowel zaterdag als
zondag geassisteerd door een aantal agenten uit Rotterdam om een en ander in
goede banen te leiden. Maar ze hoeven nauwelijks in touw te komen, want het weer
blijft koud en vooral ook nat, waardoor het erg meevalt met de drukte.
Herinnering
Het bergen van het wrak vergt -dat wordt meteen in januari al voorzien-
bijna een half jaar. Het schip ligt er zo lange tijd bij als een herinnering aan
deze winter, die bijzonder stormachtig is geweest. Rond Pinksteren is zelfs het
een ware attractie voor duizenden strandbezoekers, die in de jaren na de oorlog
Hoek van Holland als recreatiegebied hebben ontdekt, terwijl zij hun emigrerende
familieleden hier komen uitzwaaien. Maar het verkeer veroorzaakt in en om het
dorp wel vele overlast. Het gestrande schip bewijst maar weer, zo schrijven de
kranten, hoe gevaarlijk het kan zijn voor de monding van de Nieuwe Waterweg.
Vooral bij storm en hoge zee. Een leeg schip als de Gatt dat met klein
machinevermogen probeert de monding uit te varen tegen een noordwester in, zal
spoedig in nood kunnen verkeren, aldus weekblad De Westlander. De raad van de
Scheepvaart is er tenslotte van overtuigd dat de loods zo goed mogelijk de
kapitein met zijn adviezen heeft bijgestaan. De kapitein had beter dan de loods
bekend moeten zijn met de reacties van zijn schip op winden storm, ook wanneer
dit leeg is. Hij had, luidt het oordeel, moeten beslissen de reis niet voort te
zetten, toen de omstandigheden ongunstiger werden.
![]()