

Monster anno 1793
|
Hieronder een aantal snelzoekers voor deze pagina:
Klik
HIER als u een filmpje
wilt zien van de STARDUST,
De geschiedenis van Monster.
'Bloedberg', de naam zegt al genoeg.
De Kerktoren van
Monster. |
Een groot deel van het Westland, Loosduinen en ook Den Haag, behoorde in het
begin van de dertiende eeuw tot het ambtsgebied van Monster. Toen een begin werd
gemaakt met de bouw van de kern van Den Haag, werd een splitsing gemaakt in
Haag-ambacht en Half-Loosduinen. Dit laatste was het dorp met naaste omgeving,
dat in 1812 weer losgemaakt werd van Monster en tot een zelfstandige gemeente
verheven, tot het in deze eeuw werd geannexeerd door Den Haag.
Over de naam ‘‘Monster’’ zijn veel theorieën verkondigd. Het meest waarschijnlijk is dat de naam komt van Monasterium, het Latijnse woord voor klooster. Deze naam werd vaak gegeven aan een stuk grond dat eigendom van een klooster was. Ooit lag in Monster het kasteel van het geslacht Van Polanen. Omstreeks de 14e eeuw is dit kasteel verwoest tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten.
Monster
Monster is tegenwoordig met circa 13.500 inwoners het grootste van de drie
kerkdorpen. Het dorp is intensief bebouwd. Het nieuwbouwplan De Grote Geest
voorziet in een wijk met zo’’n 450 woningen. Tweederde is reeds gerealiseerd. De
plannen ten aanzien van de derde fase zijn in ontwikkeling.
De gemeente is zuinig op karakteristieke en beeldbepalende gebouwen. Het oude klooster van de Zusters Franciscanessen is gerenoveerd en verbouwd tot woningen en het cultureel centrum De Noviteit. Monster heeft meer monumenten: de Nederlands Hervormde kerk aan het Kerkplein, de Rooms Katholieke Kerk in de Choorstraat, de watertoren aan de Haagweg en de korenmolen De Vier Winden op de hoek Molenweg/ Molenstraat. In De Grote Geest ligt een bijzonder monument: de grafkelder van de familie Herckenrath, die na enkele tragische familiegebeurtenissen in 1847 door oud-burgemeester Leon Herckenrath is gesticht.
Ter Heijde
Ter Heijde is een dorpje in de duinen, pal aan de kust. Het dorp heeft haar naam
te danken aan het riviertje De Heij dat er ooit stroomde. Was Ter Heijde
aanvankelijk het grootste dorp, hierin kwam geleidelijk verandering. In Monster
en Poeldijk gingen de landbouw en veeteelt meer middelen van bestaan opleveren,
de vlasteelt maakte de stichting van verschillende lijnbanen mogelijk - in de
Choorstraat leeft de naam ‘‘de baan’’ nog voort - en meer en meer neringdoenden
gingen zich hier vestigen.
In het jaar 1620 telde Ter Heijde 557 inwoners en Monster 513, doch daarna bleef de groei van Ter Heijde steeds meer achter bij die van Monster en Poeldijk, voornamelijk omdat de visserij zich meer concentreerde op Vlaardingen en Maassluis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dorp op het kerkje na afgebroken voor de aanleg van de Atlantic Wall. De naoorlogse wederopbouw gebeurde in een sobere stijl. Voor een dorp met een dergelijke gunstige ligging is deze stijl zeer opvallend. Nabij het strand is een reddingboot van de KNRM gestationeerd.
Poeldijk
De Poeldijk was de dijk tussen het oude poelengebied en de rivier de Gantel.
Langs deze dijk werden boerenhofsteden gebouwd. Bekend is onder meer de
voormalige boerderij ‘‘Hofstad Arckelsteijn’’ die enkele jaren geleden is
gerestaureerd. Uit de eerste bebouwing ontstond het dorp.
Poeldijk telt nu circa 5.800 inwoners(2000). Dit jaar is gestart met de eerste fase van een uitbreidingsplan voor 300 woningen langs de Verburghlaan. In Poeldijk zijn organisaties gevestigd met een belangrijke regionale functie: het Westlands Nutsbedrijf en Dario Fo, centrum voor volwasseneneducatie. Verder heeft Poeldijk een druk bezocht sociaal-cultureel centrum: de Leuningjes. Het terrein van de voormalige groenteveiling is thans in gebruik als Agri Business Centrum Westland (ABC Westland).
![]()
Monster - De jaren dertig werden ook in het Westland beheerst door crisis. Werklozen werden tewerkgesteld, wat eigenlijk een schande was. Maar, het moest! Nog maar nauwelijks nadat burgemeester G.W. Kampschoër van Monster het dorp Ter Heijde had vernieuwd, bruiste hij verder van energie om zijn gemeente nog meer te verfraaien. Hij lanceerde dan ook in de beginjaren van 1930 het plan om achter de Slapersdijk, ter hoogte waar nu de Molenslag ligt tot aan het Schelpenpad een bosrijke omgeving te creëren. Een stuk natuurgebied zou het gaan worden met een vijver, hertenkamp en een uitkijkpost.
Het gebied bestreek ruim 55 hectare. Sinds mensenheugenis is het eigendom van het Hoogheemraadschap van Delfland. De eerste brieven van de gemeente Monster betreffende het bebossingsplan aan het ‘Schap’ zijn eerst aarzelend bekeken, maar later laconiek ontvangen. De stapels gevoerde correspondentie was daar een logisch gevolg van waardoor weer later de benodigde vergunningen, van zowel het hoogheemraadschap als van het provinciaal bestuur, bij de gemeente binnendruppelden. De hindernissen waren genomen.
In oktober 1934 was al een gemeenschappelijk plan samengesteld, waarin stond dat de duinbeplanting een waardevol project zou zijn voor de tientallen werklozen uit de gemeente. Nederland was in die jaren in een diepe recessie gedompeld. Van enig uitzicht op betere tijden was nauwelijks sprake. Werkloosheid vierde hoogtij. Werk-verschaffingsprojecten werden opgestart. Ook in Monster. Het is de Nederlandsche Heyde-Maatschappij geweest, die als hoofduitvoerder, met arbeid van de werklozen, de duinbebossing uitvoerde. Bij de aanvang van die werkzaamheden en in verband met het werkproject is er een officieel tintje aan gegeven toen de eerste spade de grond in ging. C.J. Saarloos uit Monster heeft voor deze gelegenheid een zilveren spade geleverd voor de prijs van tien gulden.
Thee
Diverse colleges en besturen van
organisaties waren uitgenodigd om op het Schelpenpad aanwezig te zijn. Het was
de bedoeling dat na de plechtigheid het gemeentebestuur thee zou serveren in
de raadzaal van het gemeentehuis of bij gunstig weer in het Theehuis van Ter
Heijde. Waar echter de thee is geschonken, vermeldt de historie niet.
De aanplant van diverse boomsoorten en struikgewassen in het duingebied is uitgevoerd. Van het hertenkamp en de vijver is echter niets terechtgekomen. Het enige wat tot stand kwam is een uitkijkpost geweest. In Monster is ze beter bekend als de ‘Bloedberg’. Die naam zegt eigenlijk al meer dan genoeg. Ze is gemaakt door werklozen. Mensen die, naar ze zelf zeggen en zoals een oeroud Monsters gezegde luidt: zich etter en bloed hebben gezweten. Dat vergeten ze nooit.
Wie vanaf ‘t Schelpenpad door de duinen fietst naar Ter Heijde bemerkt al gauw op afstand dat de ‘Bloedberg’ stevig verankerd als een piramide boven het duingebied uittorent. Ze ligt er stil en verlaten bij. Een domein voor hazen en konijnen, waar verwilderde katten jacht op maken. Ook bedrijven in de zomermaanden jonge paartjes daar de liefde. Eigenlijk een klein stukje paradijs op aarde.
De berg is ontstaan door zand uit de wijde omgeving, vergaard in kruiwagentjes, die ‘trippies’ werden genoemd. Ze werden door mankracht voortgezeuld en steeds op een en dezelfde plek leeggestort. Het gevolg daarvan was dat de uitkijkpost ongeveer elf meter hoog is geworden. Het moet een hels karwei zijn geweest. En dan in de zomermaanden, wanneer het moordend heet kan zijn in de duinen. Water om te drinken moest worden aangevoerd in zinken emmers. De werkdagen waren lang. Ook moest op zaterdag tot twaalf uur ‘s middags worden gewerkt.
Mand
Op het werkterrein was een hoge
mast geplaatst. Langs deze mast kon met een touw en een katrol een rieten mand
naar boven worden gehesen. Deze mand bepaalde het uur van hoe laat ‘s morgens
tot ‘s avonds moest worden gewerkt. Als het heel hard regende ging de mand wel
eens naar beneden, wat inhield dat de tewerk gestelden dan mochten schuilen.
De opzichters die op het terrein ronddoolden waren niet bepaald de prettigste mensen. Ze gingen tot het uiterste. Sancties van vijftig cent boete per uur op de steunuitkering kwamen veelvuldig voor, vooral als de mensen ‘s morgens niet op tijd op het werk verschenen.
In Monster en Ter Heijde leven niet veel oudere mannen meer die zich nog kunnen herinneren als werkloze aan de uitkijkpost te hebben gewerkt. De 88-jarige Arie van Dam uit Monster is het echte bepaald nog niet vergeten. "Ook ik was als steuntrekker tewerkgesteld. Schaamteloos werd je nagewezen. Maar het was gelukkig maar van korte duur. Het heugelijke feit deed zich voor - ja, er gebeurde ook wel eens iets leuks - dat ik een contract voor werk kreeg aangeboden En daar was ik heel blij mee. Want de verdienste als tewerkgestelde inclusief kolentoeslag bedroeg naar fl. 11,25 per week. Aan huishuur betaalde ik fl. 4,50, zodat met mijn gezin om te leven eigenlijk maar weinig overschoot".
In 1939 heeft de gemeenteraad van Monster de toegangsprijzen van het park besproken. Daar is nogal over gekibbeld door leden van de raad. Een jaarkaart voor ingezetenen van Monster zou vijftig cent gaan bedragen en degenen die van buiten de gemeente een jaarkaart wensten, moesten een gulden neertellen. Het tarief voor kinderen onder 12 jaar en ‘kleingrut’ stond uitgebreid ter discussie. Zij deden op straat en op het strand toch al voldoende buitenlucht op, zo werd er geredeneerd. Uiteindelijk werd er afgesproken dat de jeugd tot 12 jaar ‘onder geleide’ gratis toegang kreeg.
Toeristen
Het bos is geen lang leven
beschoren geweest. Het is gedeeltelijk verwoest door brand en door uitdroging.
Uiteindelijk werd het weer een kale dorre vlakte, zoals het altijd al was
geweest. Na de bezettingsjaren 1940-1945 door de Duitsers was er weinig meer te
bespeuren van het werk van Kampschoër. Op de ‘Bloedberg’ na. Zij bewaart
altijd nog een stevige herinnering. Slechts weinig Monsternaren bezoeken de ‘uitkijkpost’.
Vooropgesteld dat veel mensen eigenlijk niet eens weten van het bestaan. Het zin
voornamelijk in de zomermaanden de toeristen die de ‘post’ bezoeken en zich
met hartkloppingen voortbewegen naar de top. Eenmaal daar aangekomen kunnen ze
uitrusten op vier houten banken.
Het uitzicht is uniek. Aan de ene kant over het Westland en aan de andere over de Noordzee. Een stevige zilte bries waait vaak vanuit zee over de duintoppen. Alleen is het jammer dat nergens staat vermeld hoe en wanneer de ‘Bloedberg’ is ontstaan. Uiteindelijk is het toch een monument dat doet herinneren aan de crisisjaren.
In 1960 heeft de gemeente Monster op papier met het Hoogheemraadschap nog onderhandelingen gevoerd om de duinen opnieuw te bebossen, maar dat is er toch nooit meer van gekomen. Jammer, maar misschien later....
Door: Bert Moor Uit: Westlandsche Courant Woensdag 25 mei 1994
Hieronder
een tweetal foto's van de Bloedberg anno 20 mei 2002,
Klik op de afbeeldingen om ze groter te zien.
Foto's van Tonny van Leeuwen.
![]()

Monster is het centrum van één der oude middeleeuwse parochies in het Westland. Deze parochie was veel groter dan de huidige gemeente. Zij strekte zich grofweg uit over het gehele duingebied tussen Wassenaar en Hoek van Holland. Den Haag en 's-Gravenzande zijn van recenter datum en vormen derhalve afsplitsingen van Monster. De kerk zal oorspronkelijk een "eigen" kerk geweest zijn, dat wil zeggen persoonlijk eigendom van het lokale geslacht, dat toestemming verleende voor de oprichting en financiering van het eerste gebouw heeft verzorgd. Zij zijn de patroon van de kerk, wat onder meer inhoudt het recht van benoeming van de pastoor, kapelaan en koster.
Gezien de invloed op de omgeving, niet alleen van geestelijke aard, vormt een kerk als instituut een belangrijke lokale machtsbasis. Het is dan ook niet verwonderlijk dat met de opkomende macht van de Hollandse graven deze zich in toenemende mate gaan bezighouden met de eigendom en personele bezetting.
In de loop der Middeleeuwen zien we dat op vele plaatsen de oorspronkelijke lokale machthebbers hun rechten, al dan niet gedwongen, aan de graaf overdragen. Deze geeft het patronaatschap dan vervolgens aan een hem welgezinde geestelijke orde.
Voor Monster speelt deze ontwikkeling in het laatste kwart van de 13e eeuw. In 1268 draagt Hugo, heer Koenraadtsz. van Monster, het patronaat over aan Floris V, die er vervolgens een zekere Mr. Hendrik Allardsz. mee beleent. Vier jaar later doet Hugo afstand van zijn aanspraken. Blijkbaar had ook de St. Paulusabdij te Utrecht nog rechten, want deze staat in 1273 het patronaatsrecht op de kerk van Monster af in ruil voor dat van de kerk van Alphen. Drie jaar daarna ruilt Floris V met de abdij van Middelburg Monster voor de kerk van Welle op Noord-Beveland, waarmee de situatie tot aan de reformatie is vastgelegd.
Het kerkgebouw betekent voor de parochianen een voortdurende bron van financiële zorg. Een speciaal college, de "kerkfabriek", houdt zich met deze zaak bezig. De leden ervan, die jaarlijks gekozen worden uit de aanzienlijke families van alle woonkernen, noemt men kerkmeesters. Zij hebben onder andere het beheer over de financiële middelen. Bronnen van inkomsten worden gevormd door schenkingen van gelovigen, meestal landerijen en renten op land en huizen. Dit groeiende vermogen kan worden gezien als het vaste bestanddeel. Daarnaast komt een gering en fluctuerend deel voort uit de opbrengst van de collectes, met name tijdens de grote kerkelijke feestdagen en de kermis.
Bij uitbreiding van de kerk of een ingrijpende restauratie is het vaak noodzakelijk om enige vaste bezittingen te gelde te maken. In het Naaldwijkse gemeente-archief bevindt zich in het archief van het Kapittel een akte uit 1443, waarin van een dergelijke handeling sprake is. De kerkmeesters van Monster, Gerrit heer Willem Dirksz., Oude Pieter Maasz., Hugo Simonsz., Hugo Moye en Hugo Gerritsz. zijn te rade gegaan bij "de ghemeen gheburen", dat wil zeggen de stemgerechtigde volwassen mannelijke inwoners van het ambacht.
Doel van deze grote vergadering is te komen tot een besluitvorming inzake de verbouwing van de kerktoren. Uit de tekst blijkt dat hij gerestaureerd moet worden en tegelijkertijd vergroot, een kostbare aangelegenheid. Besloten wordt om een stuk land te verkopen, dat de kerk heeft liggen in het ambacht Wateringen. Het is 4,5 hond groot, ongeveer 0,64 ha, en ligt in een "weer" of door sloten begrensd stuk land van in totaal 12 morgen, dit is ruim 10 ha, tussen de Zwet en de weg van Kwintsheul naar Wateringen. Het wordt gepacht door ene Harper Gerritsz., maar deze komt als potentiële koper niet in aanmerking.
De eigenaar van het resterende land in het weer is het Kapittel van Naaldwijk, een aan de kerk aldaar verbonden vrij vermogende geestelijke instelling. Het moet hen wel wat waard zijn om het gehele weer in handen te krijgen en bovendien dient de verkoop een goed doel. Kerkmeesters gaan eens praten met de deken van het Kapittel en al gauw worden beide partijen het eens.
Op St. Bonifaciusavond van het jaar 1443 wordt de verkoopakte opgesteld. Ter wille van de rechtsgeldigheid moet de akte bezegeld worden. Geen van de kerkmeesters bezit echter zelf een zegel. Zij vragen derhalve de vertegenwoordigers van de lokale rechterlijke en geestelijke macht, te weten schout Arent van den Camp en pastoor heer Jan van Schiedam, om namens hen te zegelen. Wat de verkoop heeft opgebracht is in de akte niet vermeld. Wel staat er een aantekening onder dat het perceel verhuurd werd voor 44 schelling en 9 denari per jaar. Het Kapittel zal de bestaande pachtsom hebben genoteerd om misverstand met pachter Harper te voorkomen en als richtlijn voor latere verpachtingen.
Zeker is dat de opbrengst onvoldoende was. Anderhalve maand later, op 17 juli 1443, verklaren de kerkmeesters dat zij met toestemming van de provisor van Rijnland, een hoge toezichthoudende geestelijke, de pastoor en het voltallig gerecht van Monster aan de kerk- en H. Geestmeesters van 's-Gravenzande een jaarlijkse rente van 40 schelling Hollands hebben verkocht, gevestigd op 11 hond land in Maasland. Zij doen dit om "onse begonnen toorne mede te vurderen ende op te helpen". De (ver)bouw heeft dus reeds een aanvang genomen! Ook deze akte bevindt zich in het genoemde Kapittelarchief. Vermoedelijk is het land en/of de rente later aan het Kapittel gekomen.
Voor Monster zijn beide akten van groot belang vanwege de exacte datering van de aanvang van de (ver)bouw. Het ontstaan van de markante massieve toren van de kerk, die zelfs de verwoestende brand van 1901 overleefde, kan hiermee definitief gesteld worden op het jaar 1443.
Leiden, 23 april 1990 J. G. Endhoven
![]()
De coaster Stardust boorde zich tijdens een orkaan in de kust van ‘s Gravenzande, tot bij de duinenrij.
Monster - Scheepskapitein J. W. Niesing uit Maassluis, een ruige zeebonk met baard en een fors postuur, had op de rede in Vlissingen nog veel nieuwjaarswensen in ontvangst genomen. "Dat 1976 maar een goed jaar mag worden!", had hij zijn kameraden toegeroepen. Vol goede moed gooide hij op nieuwjaarsmiddag de trossen van zijn kustvaarder los. Het was omstreeks vier uur ‘s middags in de haven van Vlissingen. Het schemerde al. De onder Panamese vlag varende ‘Stardust’, een 1839 ton tellend schip, was op weg naar Blaye, vlak ten noorden van de Franse havenstad Bordeaux. Het zou daar maïs innemen voor West-Afrika.
Op de Westerschelde spookte het al behoorlijk, toen de Stardust koers zette naar de Golf van Biskaje. Bij windkracht acht tot negen was het ook verstandig om niet te dicht langs de kust te varen. Bij het lichtschip Noordhinder werd het wat rustiger en zo kon de kapitein de snelste route naar Frankrijk nemen.
Radio Scheveningen gaf voor de nacht een onheilspellend bericht door. Storm uit het westen, kracht tien. De golven sloegen over de brug. De strijd van de 21-jarige coaster met de kolkende massa duurde lang. Pas ‘s morgens om zes uur nam de wind af tot kracht drie en kon koers worden gezet richting Bordeaux. Echter voor korte duur. ‘S Middags stak de wind weer op. Bij de Kanaalingang zond de radio een storm waarschuwing uit: zuid-west tot west acht tot tien !
De kapitein moest weer uitwijken. Nu tot de rede van Margate in Engeland. Het Kanaal is gevaarlijk bij storm. Zeker met zo’n klein en leeg schip als dit, meende de kapitein. Om zeven uur in de avond ging het voor anker. De storm werd harder en wakkerde aan tot orkaankracht. Na half tien volgde de zoveelste waarschuwing. Om half elf besloot de kapitein weer zee te kiezen en zijn toevlucht op de Nieuwe Waterweg te zoeken. Voor anker blijven bleek niet langer verantwoord. Ze zouden dwars op de wind komen te liggen met alle gevolgen van dien.
Mayday
Radio Scheveningen waarschuwde alle andere schepen. ‘Everybody, keep your mouth shut (koppen dicht allemaal). Dat was omdat de nood bij Niesing het hoogst was. Een paar uur later vond de kapitein het onverantwoord om de bemanning van negentien Afrikanen nog langer aan boord te houden. Tijd voor ‘May Day’, een driemaal S.O.S. voor sleepboot en reddingsvaartuig. Om twaalf uur slaagde de reddingsboot Koningin Juliana uit Hoek van Holland erin de mannen ut hun benarde positie te bevrijden. Alleen kapitein Niesing en zijn eerste stuurman bleven aan boord.
Op het vasteland vlogen dakpannen van de woningen. Kassen vlogen aan diggelen. In een kolkende zee voor de kust van ‘s Gravenzande vocht Niesing en zijn stuurman om het behoud van hun Stardust. Met orkaankracht beukte de storm op de golven en zweepte het zeewater op tot ongekende hoogte. Het roer raakte defect. De machines waren al stopgezet en de ketels gedoofd.
Omstreeks twee uur op die zaterdagmiddag van drie januari werd voor de allerlaatste maal het bakboordanker uitgezet. Tien minuten over drie brak het af. Met een noodgang en slagzij van soms zestig tot zeventig graden werd het schip naar het strand geblazen. Om precies vier uur boorde de kustvaarder zich in de kust, recht voor ‘t slag. Vanaf de Monsterseweg was duidelijk te zien hoe het schip vanuit zee kwam aansteigeren.
Het zeer slechte weer weerhield honderden nieuwsgierigen er niet van om binnen de kortste keren op de gestrande Stardust af te komen. Die zondag kwamen volgens de ‘s Gravenzandse politie zeker tachtig- tot honderdduizend belangstellenden.
Sloop
Half februari kreeg de ‘s Gravenzandse brandweer een melding binnen, dat de al goeddeels onttakelde Stardust in lichterlaaie stond. Omdat zich nog gasflessen en een kleine olievoorraad aan boord bevonden, achtte de brandweer het explosiegevaar te groot om het schip te blussen.
De sloop van het schip duurde wat langer dan verwacht. Op 15 mei had het wrak weg moeten zijn, maar pas op de 21ste was het karwei geklaard.
Op 19 februari was kapitein Niesing tijdens de sloop nog eenmaal aan boord en slenterde over de restanten van zijn Stardust. "Ze hebben er wel een troep van gemaakt", mopperde hij en vervolgde: "Het lijkt niet eens meer op een schip". Hierna kwam de kapitein nooit meer terug.
Door: Bert Moor Uit: Westlandsche Courant Dinsdag 29 november 1994
Info ontvangen van van Cees de Bijl.


Onderstaande twee foto's ontvingen we van Dhr. Bert Moor uit Monster, waarvoor onze hartelijke dank.
Klik
HIER
als u een filmpje wilt zien van de STARDUST,
met dank ontvangen van Jan Brand, webmaster van:
www.ons-scheveningen.nl
![]()
Hieronder een reactie die wij ontvingen van Dhr. Huug Pieterse naar aanleiding van het bovengenoemd verhaal.
binnengekomen op 14 maart 2003
Goedenavond Fam. Koppenol,
met be en verwondering heb ik jullie verslag gelezen over de stranding van de Stardust. Laat ik voorop stellen dat het geenszins mijn bedoeling is om de kroon van mijn oude zeevaartschool maat en ex collega te stoten maar ik en velen met mij dachten dat het een beetje anders gegaan is.
De betreffende nacht was ik als Kapitein met de Stella Fornax een tankertje van 1100 ton onderweg van Gijon naar Antwerpen. Wij passeerden Straat Dover en binnen enkele uren was het een hel en lagen we bijgedraaid dit is de storm afrijden met de kop op de golven, doorgaan had geen zin en was te gevaarlijk. Vlak bij mij zat de Stella Duval van dezelfde rederij, zij kampte met motor problemen en vroeg ons zoveel mogelijk in de buurt te blijven, Intussen hadden wij alles in gereedheid gebracht om eventueel assistentie te kunnen verlenen in de vorm van een eventuele sleep.
Op dat moment kwam het noodverkeer op gang, vele schepen verkeerden in nood, zo ook de Stardust. Ik heb me in verbinding gesteld met de Stardust, daar uit zijn Mayday bleek dat ze niet ver van mij vandaan zat. De Stella Duval was inmiddels weer klaar met zijn motor, beiden gingen wij de kant van de door de Stardust opgegeven positie op, zo goed en zo snel als het maar kon met windkracht 12.
Een uur later waren wij op die positie, echter toen bleek de Stardust ongeveer 50 mijl Noordelijker te zitten. Zo ging dat de hele nacht door ieder keer als er een schip op de door de Stardust opgegeven plaats was, dan was de positie ineens weer anders, men wist dus duidelijk niet waar men zat en mijn indruk en van mijn collega op de Stella Duval was dan ook dat er best eens sprake van paniek zou kunnen zijn. Toen wij uiteindelijk hoorden waar de Stardust omhoog was gelopen begrepen wij er niets meer van om het maar zwak uit te drukken.
Een ding is zeker het was een lange en zware nacht met heel veel ongelukken en verschrikkelijk slecht weer.
groet
Huug Pieterse
ex Kapitein Theodora Tankers
e-mail:
huug@nautiek.nl

Deze prachtige foto ontvingen we van Huug Pieterse,
ex Kapitein Theodora Tankers.
![]()
Bernardus en Hendrikje kregen vijf kinderen De kleer- en schoenmaker kon d’r eigenlijk maar niet genoeg van krijgen, want toen zijn jongste zoon amper vijf maanden oud was, verwekte hij een kind bij een andere vrouw.
Monster - Vreemd gaan is van alle tijden. Oudere baasjes hebben nogal eens de neiging om met jong talent de bedstee in te duiken. Dat verging ook een paar eeuwen geleden Bernardus Moor. De actieve vader maakte een slippertje, waardoor de Monsterse families Van der Water en Moor nog steeds verwant zijn.
Het is eigenlijk allemaal begonnen in 1500. In het katholieke Mauretanië, dat in Noord-Afrika ligt, woonden toen al Moren, een vredig en zachtmoedig volkje. Velen van hen zijn met de kruistochten als slaven meegevoerd naar Europa. Voornamelijk naar Oostenrijk en Duitsland. Later weer trokken ze terug. Op een enkeling na. Die name een religie aan en plantte zich voort.
Een paar
eeuwen later is een nazaat van de achtergebleven slagen, Gillis Moor geboren.
Wanneer precies geeft de historie niet aan. Hij was beroepsmilitair en diende
onder Frederik de Grote, Koning van Pruisen. Hij huwde op 6 maart 1740 met Maria
Catharina Thewis, die geboren was op 13 maart 1716. Beiden vestigden zich te
Randerath in Duitsland.
Gillis en Maria kregen zes kinderen, onder wie twee zonen. De een heette
Engelbertus (geboren 24 januari 1745) en de ander Bernardus, die op 17 september
1748 het daglicht voor het eerst aanschouwde. Een kind dat z’n sporen heeft
nagelaten.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw was het in Duitsland economisch gezien beroerd gesteld. Nederland stond er rooskleuriger voor. Waarschijnlijk zal dat ook de aanleiding zijn geweest voor de broers om naar Nederland te gaan. Eerst ging Engelbertus, later gevolgd door zijn broer.
Via diverse omzwervingen kwam Engelbertus uiteindelijk in Portugaal terecht. Door een verschrijving, wat vroeger veelvuldig voorkwam, heette hij aanvankelijk Mohr. Kort na aankomst in Portugaal trouwde hij op 29 januari 1769 met de tien jaar oudere weduwe Geertruyd Vrijhof. Deze vrouw had een half-zusje, Hendrikje de Vaal genaamd. Ze was in huis bij Geertruyd en Engelbertus.
Toen Engelbertus zijn broer Bernardus op bezoek kreeg, klikte het al snel tussen Hendrikje en Bernardus. Binnen de korste keren huwde Bernardus, uit onvermogen, op 24 mei 1772 met de 19-jarige Hendrikje, op dat moment vijf maanden in verwachting. Beiden vestigden zich te Charlois. Hij repareerde kleding en schoenen. Een manusje van alles, zo bleek later. Elf jaar later hadden Bernardus en Hendrikje inmiddels negen kinderen gekregen. Vijf kinderen waren reeds begraven op het kerkhof van Charlois.
Waarom geeft
de historie niet aan, maar in 1784 vertrokken beiden met hun overige vier
kinderen naar Monster. Hendrikje heette dan geen De Vaal meer, maar Vrijhof, ook
wel geschreven Freijhof.
Bernardus was in Monster weer kleer- en schoenmaker. Hij paste op gevangenen en
hield de dorpspomp schoon, hakte brand-bijten in de winter en hield ze open en
stak de straatverlichting aan als het ‘s avonds donker werd. Zijn vrouw was
jarenlang de vroedvrouw van Monster. Ze verkocht ook spek. Van beiden zijn in
het gemeente-archief tekeningen gevonden.
Onecht kind
Wederom kregen Bernardus en Hendrikje vijf kinderen. Allemaal zonen. De laatste
is geboren op 3 augustus 1794. De kleer- en schoenmaker kon d’r eigenlijk maar
niet genoeg van krijgen, want toen z’n jongste zoon amper vijf maanden oud was,
verwekte hij een kind bij een andere vrouw: de 24-jarige Leuntje van der Water,
die op 22 september 1771 was geboren als dochter van Cornelis Ariesz. Van der
Water en Annetje Corstiaansdr.
Op 3 september 1795 te Ter Heije om acht uur ‘s avonds baarde Leuntje een zoon, hij kreeg de naam Bernardus. Het doopboek van de Hervormde Kerk Ter Heyde meldt hierover: "Per 27 september een onecht kind gedoopt, een zoontje met name Bernardus, hetwelk ten doop gehouden werd door denzelfde onkuysche moeder Leuntje van der water die als vander van het kind heeft opgegeven Bernardus Moor, een getrouwd man, wonende te Monster".
De moeder van de kleine Bernardus huwde op 27-jarige leeftijd op 17 juni 1798 met Nicolaas Duifhuis. Op 27 augustus 1813 is ze overleden.
Haar zoontje zal, dat is het meest denkbaar, voornamelijk bij zijn groothouders zijn opgevoed. Steeds zal hij erop gewezen zijn dat hij geen Moor mocht heten. Waarschijnlijk deed hij dat ook niet, maar schreef het, of liet het wel schrijven. Want volgens de geschiedenis vermeldde hij wel degelijk achter zijn naam een toevoeging ‘zich noemende Moor’. Z’n beroep was zeeman. Op 1 augustus 1801 ruim 50 jaar oud, stierf zijn vader. Hij werd begraven naast de Nederlands Hervormde kerk van Monster.
Bernardus van
der Water (‘zich noemende Moor’, zo staat ook in de huwelijksacte geschreven)
trouwde op 22 november 1822 in Monster met de vijf jaar oudere Anna Oerbach die
uit Kampen afkomstig was.
Beiden bleven in Ter Heijde wonen. En ze kregen kinderen: Het eerste in 1824,
een dochter genaamd Maria. Gevolgd door Cornelis in 1826 die vrij spoedig
stierf. Het duurde vervolgens tot 1830 eer er weer een Cornelis kwam opdagen.
Hij huwde later weer en dat ging zo door, generatie op generatie, tot op den dag
van vandaag! Opvallend was, dat een van de aangevers van Cornelis de vroedvrouw
Hendrikje Vrijhof is geweest.
Moor en Van der Water hadden twee eeuwen lang één familie geweest kunnen zijn. De naam Bernardus is bij Van der Water nooit meer voorgekomen.
Door: Bert Moor Uit: Westlandsche Courant Dinsdag 21 juni 1994
![]()
Ontvangen op 20-03-2002 van: http://www.scheepvaartvangerrit.nl bedankt Gerrit voor het artikel.
De Huizer reddingboot
"Prinses Margriet" liep vorig jaar motorschade op en moest daardoor
uit de vaart genomen worden. Op dat moment was het de oudste nog in dienst
zijnde reddingboot van Nederland.
De geschiedenis van de
"Prinses Margriet" gaat terug tot 18 oktober 1948, toen aan
scheepswerf Fa. A. de Jong in Vlaardingen de bouwopdracht werd gegeven voor dit
nieuwe type strandreddingboot van de KZHRM . In het najaar van 1950 werd de
"Prinses Margriet" in gebruik genomen en direct gestationeerd op
station Ter Heijde, vlak bij Hoek van Holland.

De "Prinses Margriet" is een boot van het type Helderse Vlet en heeft een lengte van 9.75 meter en een breedte van 3.20 meter. De romp is gemaakt van gegalvaniseerd plaatstaal, wat overnaads geklonken is. Het schip heeft een waterverplaatsing van 6 ton en een diepgang van ca. 0.80 meter.
In eerste instantie werd
de boot uitgerust met een 40 pk Morris benzinemotor, maar deze leverde te weinig
vermogen bij slecht weer. In februari 1960 werd daarom een 63 pk Detroit
dieselmotor geplaatst. Deze motor heeft het tot juli 1999 uitgehouden!!
De limabronzen schroef
wordt beschermd door twee skeggen aan weerszijden.
De motorkoeling is dubbel
uitgevoerd. Er is een extern waterkoelingssysteem en een gesloten
kimkielkoelsysteem.
Aan boord zijn drie
brandstoftanks, te weten twee hoofdtanks (aan stuur- en bakboord) van elk 80
liter en een dagtank, eveneens 80 liter groot.
Tijdens zijn ‘‘diensttijd’’ op station Ter Heijde is de "Prinses Margriet" maar weinig ingezet. De meeste tochten die gemaakt werden waren oefentochten. De meest opzienbarende redding verrichtte de "Prinses Margriet" op 24 november 1965, toen het Chinese stoomschip "Ping An" tijdens een harde noordwester storm door motorstoring op het strand van Ter Heijde was vastgelopen.
’s Nachts wist de reddingboot "Koningin Juliana" van Hoek van Holland al 27 opvarenden van boord te halen in de stampende zee. ’s Ochtends werd een tweede poging ondernomen, om de overgebleven 21 opvarenden van boord te halen. Er bleek echter te weinig water te staan voor de diep stekende "Koningin Juliana". Schipper Troost van de "Prinses Margriet" besloot hierop een poging te ondernemen in ruwe zee. Met zeer veel moeite lukte het de bemanning van de "Prinses Margriet" om alle opvarenden via de touwladder van boord te halen.


Klik op bovenstaande afbeelding om naar de website
www.dorusrijkers.nl
te gaan.

Klik op het logo om naar de KNRM website te gaan.
Ping An strandt in zware storm bij Ter Heijde
Uit: Ouder Westland uit
AD/HW 24 november 2005
Door: Aad van Holstein
De 24ste november 1965 - nu precies veertig jaar geleden - staat velen in het Westland nog in het geheugen gegrift als de dag waarop de Ping An in een zware sneeuwstorm strandde. Er volgde een spectaculaire reddingsoperatie van alle 48 opvarenden. Moedige redders haalden hen van boord met gevaar voor eigen leven. Het schip was maandenlang een attractie op het strand bij Ter Heijde.
Daags tevoren op 23 november is het nog tamelijk rustig op de Noordzee. Er staat een stevige wind, maar in een speciaal gebied op zee waar schepen voor anker plegen te gaan, ligt de Ping AN. Het 9824 ton metende schip, dat onder Italiaanse vlag vaart, ligt te wachten op instructies van de reder uit Hong Kong.
Het schip heeft net een grote beurt gehad in een dok in Rotterdam. Maar bij het uitvaren merkt de kapitein al dat de machines niet in orde zijn. Het schip gaat na een extra proefvaart weer voor anker om de volgend morgen af te wachten en dan terug te varen naar de Nieuwe Waterweg. Maar zover komt het niet, want intussen wakkert de wind aan. Het weerbericht luidt krachtige, tijdelijk stormachtige wind, draaiend van zuidwest naar noordwest. Het stormachtige karakter krijgt echter steeds meer de overhand.
De wind neemt zelfs toe tot een zware storm. Een behoorlijke tegenslag voor de Ping An. Met motorpech en liggend op een plek, die beslist niet veilig genoemd kan worden, blijken de ankerkettingen zwaar op de proef gesteld te worden.
De grotendeels Chinese bemanning slaat de schrik om het hart als een ketting het begeeft. Enorme watermassa's beuken tegen het schip en al gauw is er geen houden meer aan. Het ene anker na het andere wordt uitgeschakeld, totdat het schip een speelbal is van de intussen vliegende storm. Ten noorden van het Hoekse Noorderhoofd loopt de Ping An daarna eerst vast op een zandbank. De bodem kraakt vervaarlijk en het schip loopt scheuren op, waardoor het water maakt. Via Scheveningen Radio heeft de kapitein dan inmiddels alarm geslagen. Gevraagd wordt om een sleepboten een reddingsboot.
Om tien over vijf in de ochtend worden de kloeke Hoekse redders Van Seters en Quint gewekt. Ze moeten meteen de zee op. Het is tegen half zes als de reddingsboot de Koningin Juliana optornend tegen de sneeuwstorm de Berghaven uit vaart. Schipper Van Seters ziet kans zijn boot met veel moeite langszij de Ping An te varen. Vijf bemanningsleden worden van boord gehaald.
Bij een nieuwe poging slaagt men er nog eens in tien opvarenden aan boord van de reddingsboot te krijgen. Daar is ook de vrouw van de hoofdmachinist bij, die de reis meemaakt. Een tweede vrouw en nog eens tien man krijgt men bij een derde poging veilig aan boord. Schipper Van Seters en zijn mannen leveren zo met de nog maar kort geleden in gebruik genomen Koningin Juliana een schitterende prestatie. Eerst worden de 26 geredde bemanningsleden aan wal gebracht, waarna de reddingsboot op verzoek van de kapitein van de Pin An moedig terugkeert. Helikopterhulp blijft tot zijn teleurstelling uit. Het schip wordt verder noordwaarts dichter naar de kust gedreven.
Om negen uur in de ochtend krijgt men plotseling te kampen met een nieuw probleem. De radioverbinding met het schip valt uit. Er kan niet meer overlegd worden over het verloop van de redding. De sleepboten Scaldis uit Vlissingen en de Schelde uit Maassluis blijven stand-by. Als de storm enigszins is geluwd, wordt verder afgezien van hulp met helikopters.
De tot dan geredde opvarenden zijn allen Chinezen. Ze worden ondergebracht in het Groene-Kruisgebouw te Hoek van Holland, krijgen verse koffie, een warm bad en droge kleren. Een warme kachel helpt de zeelui weer wat op verhaal komen. Maar veel vertellen kunnen ze niet. De meesten spreken alleen hun moedertaal en de enige Chinees die Engels spreekt, zegt niets te willen zeggen zonder zijn kapitein en die zit dan nog op het schip zonder radioverbinding dat reddeloos verloren lijkt.
De sleeppoot Schelde van Smits internationale sleepdienst kan niet dichter dan een mijl bij het schip komen, waardoor er geen sleepver bindingmogelijk is. De hevige storm duwt het schip steeds verder ]let strand op. Tenslotte blijft het staan op nog geen tweehonderd meter van de waterlijn. Boven het schip cirkelen enkele vliegtuigen van de vliegbasis Valkenburg. Het is tijd voorde Heijenaars om in actie te komen...
Redders: was al die
moeite voor niks ?
Daags na hun moedige redding van 27 Chinezen Van de Ping An lopen twee redders
Henk van Weer en Dave Kodde om het ver op het strand geworpen schip heen en
vragen zich in gemoede af of de gepleegde inspanning en de risico's die ze
genomen hebben wel noodzakelijk zijn geweest. Als iedereen aan boord gebleven
zou zijn, zouden de bemanningsleden - achteraf gezien - met een touwladder zo op
het strand hebben kunnen stappen. Zo denken ook andere redders erover.
De oudste geredde Chinees is de 61 jaar oude Tsui Ah Sam. Hij is met de Koningin Juliana aan land gekomen. De jongste opvarenden zijn twee jongens van 17.
Hieronder nog twee foto's die we op 26 juli
2006 ontvingen van Rien en Melanie v. d. Water



![]()
Kerkplein Monster: ‘Echt iets voor oude mannetjes’
Westlandsche Courant, Woensdag 4 augustus1993, Door: Beatrice Keunen
Monster - De klok slaat tienmaal. Het Kerkplein in Monster ligt er verlaten bij. Iepen en struiken waaien in de wind. Het zou herfst kunnen zijn. Moeders met kinderwagens lopen winkel in, winkel uit. Af en toe rijdt een fietser voorbij, dan weer een automobilist. De lucht kleurt steeds donkerder boven de eeuwenoude Nederlands Hervormde kerk, op dinsdagmorgen vroeg.
Boodschappen worden gedaan onder de robuuste toren, die als een rots in de branding prijkt op het plein. Als in een cirkel staan de slager, slijterij en bloemist ‘gedrapeerd’ rondom de kerk, die vermoedelijk rond het jaar duizend werd gebouwd. Voor de winkels staan kartonnen dozen en kratten bier opgestapeld; klaar om te worden ‘verwerkt’.
De idyllische bankjes op het plein zijn onbezet. "Maar", verzekert de Monsterse C. van Dijk, "bij mooi weer zitten er nogal wat lui". Nee, levendig vindt ze het Kerkplein niet. Daarvoor is het te klein. Zo wordt de wekelijkse markt op het grotere Burgemeester Woutersplein gehouden, waar ook jaarlijks Koninginnedag wordt gevierd. Wat Van Dijk betreft heeft het Kerkplein geen centrumfunctie meer. Voor haar is de plaats van historisch belang.
Toren
Vroege rende
ze als kind om de kerktoren heen, vervolgt een zuster uit de Achterhoek. Ze
groeide op in Monster en kan zich nog herinneren waar het ouden gemeentehuis
lag. En natuurlijk de waterpomp. Ze vindt het plein opgeknapt, met het roze,
witte stenen grond-mozaiek en de kerktuin als die in bloei staat. Cees van der
Kruk geeft haar gelijk. "Vroeger stelde het plein niets voor. Nu oogt het
gezelliger. Je kunt er mensen ontmoeten, kletspraatjes maken".
Tussen het groen door lees je ‘Komt allen tot mij’, geschreven boven één van de ingangen van de kerk. Terug in de tijd blijken zich op de ‘gelaten’ plaats van nu belangrijke zaken te hebben afgespeeld. Zo werd in 1595 op het Kerkplein ‘sijne Excellentie Prince Maurits van Nassauw tot Monster in Hollant als Heere geult’. Verder stond tussen 1600 en 1800 recht tegenover de Nederlands Hervormde Kerk, herberg De Spaanse Vloot.
In 1640 werd het pand voor 1350 gulden gekocht door Adriaan Cornelisz. van der Lely en zijn vrouw Aaltje Jansdr. van Wijn. In 1891 wordt voor de laatste maal in de schriftelijke bronnen verwezen naar de voormalige herberg. Nadat er een winkel in zat, wordt het pand afgebroken. Eind jaren zeventig werden de laatste resten verwijderd om plaats te maken voor nieuwbouw, aldus een artikel van wijlen J.D. Lok.
Gemeentehuis.
Ook
troonde het voormalige gemeentehuis op het Kerkplein. In 1982 besluit de
gemeente de oudbouw niet op te knappen. Daarvoor zou een bedrag van ruim drie
ton nodig zijn. De gemeentelijke diensten verhuizen naar de nieuwbouw in de
Choorstraat; het oude gebouw gaat tegen de vlakte.
Uit historisch materiaal blijkt dat in 1702 op de betrokken plaats een viswaag
stond, waar Heijdse vissers hun verse waren verkochten. In 1740 werd het gebouw
afgebroken en verplaatst.
In plaats daarvan kwam er het zogenaamde ambachtshuis te staan, de voorloper van het gemeentehuis. Het klassiek Hollandse barokke pand werd voor 4100 gulden opgetrokken. Wegens gebrek aan ruimte werd het in 1924 afgebroken. Op de fundering kwam het nieuwe gemeentehuis te staan dat op haar beurt enkele decennia later tegen de vlakte ging. Eveneens wegens ruimtegebrek.
Dorpspomp.
Dierbare herinnering op dit moment is de toonaangevende dorpspomp, die in 1748
op het Kerkplein werd geplaatst. In 1982 voert de Monsterse bevolking actie om
de oude pomp in ere te herstellen. Van het monument dat vroeger stond op het
kruispunt Heren-, Zee- en Molenstraat, is alleen de koper- en waterspuwer
overgebleven. Een beeld- en steenhouwer gaan de pomp aan de hand van
archieftekeningen nabouwen. Voor de plaatsing wordt geld in gezameld door het
comité Herplaatsing Dorpspomp, dat een veiling en loterij organiseert. Geveild
wordt onder meer een wielrenbroek van minister-president Van Agt, André van Duin
stuurt voor de verkoop een serie grammofoonplaten van zijn Beste Parodieën.
Voor de herplaatsing ondergaat het plein nog een grondige opknapbeurt waarbij sierbestrating en -verlichting worden aangelegd. Twee jaar later gaan de gemeente Monster en de hervormde kerkvoogdij over tot de grondruil van het Kerkplein.
De kerk was eerst tegen de omtovering van de plaats tot een centrumplein. Zij vreesde voor overlast op zondag en tijdens kerkelijke feesten.
Via een zogenaamde erfdienstbaarheid verplicht Monster zich te houden aan de volgens de kerk noodzakelijke zondagsrust.
![]()
De nieuwe gereformeerde kerk met pastorie te Monster.
Uit "De Standaard" van vrijdag 20 maart 1936.
25 Maart 1936 zal het voor de Gereformeerde Kerk van Monster een dag van gewicht zijn, wanneer haar nieuwe Kerkgebouw, waarvan de aanbesteding plaats had op 26 april 1935, in gebruik zal worden genomen. Het nieuwe Kerkgebouw met pastorie is gelegen op een zeer gunstig gelegen terrein in de nieuwe uitbreiding van de Gemeente en wordt begrensd door twee wegen. Het steeds groeiende tekort aan zitplaatsen en de toestand van de pastorie maakten het reeds lang noodzakelijk maatregelen te treffen, welke echter door verschillende omstandigheden moesten worden uitgesteld.
Na bezoek der Bouw Commissie aan onderscheidene kerkgebouwen van verschillende architecten, werd aan den Architect B.W. Plooy te Amersfoort opdracht verleend plannen uit te werken, waarbij aan den kruisvorm de voorkeur werd gegeven. De kerk is opgetrokken in rode handvormsteen en gedekt met blauwe Romaansche pannen, terwijl de spits van een koperbedekking is voorzien. De buitendeuren zijn van eikenhout, de kerkramen van staal. De toegang tot het kerkruim en frontgalerij heeft plaats door twee hoofdportalen, welke in schoon metselwerk zijn behandeld, terwijl het vlugge verlaten van het kerkgebouw, dat plm. 900 zitplaatsen heeft, door de aanwezigheid van 6 uitgangen wordt bevorderd. Het interieur is in hoofdzaak uitgevoerd in eikenhout, hetgeen eveneens op keurige wijze door den aannemer van den hoofdbouw werd behandeld.
De kansel, welke door vorm en afwerking domineert, maakt met het daarboven geplaatste bescheiden orgel één geheel. Het plafond van masoniteplaten, een product van de N.V. Holl. Agentuur en Handels Mij. Te Rotterdam, geeft met de eiken meubelen en dito hooge lambrizeering een voornaam kerkinterieur. De glasopeningen werden op kunstzinnige wijze door het kunstatelier Valstar te De Bilt van gebrandschilderd glas in lood voorzien. Achter het kerkruim zijn een ruime hal en dienstgang, benevens een kerkenraadkamer, catechisatielokaal en predikantskamer, terwijl een ruime trap toegang geeft naar een vergaderzaal. Het kerkgebouw met de dienstvertrekken is centraal verwarmd, welke installatie werd uitgevoerd door de fa. J.E. van Velden te Honselersdijk. De verlichting van het kerkgebouw heeft plaats door ingebouwde spiegelarmaturen, waarmede een goede en economische verlichting is verkregen.
De pastorie, welke tegenover de kerk is gelegen, heeft op de begane grond 3 kamers, serre vestibule, ruime hal, keuken en bijkeuken, terwijl de verdieping een studeerkamer, 4 slaapkamers en een badkamer heeft. Ook de pastorie is voorzien van een centrale verwarmingsinstallatie.
Het werk werd uitgevoerd onder de dagelijkse leiding van den opzichter B. V.d. Mik. Voorts vermelden wij nog dat de kapconstructie uitgevoerd werd door de N.V. Ned. IJzerconstructie werkplaatsen Lemelerveld.
Het ca. 20 jaar oude pneumatische kerkorgel is door de orgelbouwers Fa. M. Spiering te Dordrecht naar de nieuwe kerk overgebracht. Het orgel is voordien aan een grondige revisie onderworpen en uitgebreid met een register Mixtuur 4 st. Disc. Vervolgens werd een modern front, ontworpen door den heer Plooy, geplaatst. Dit front bestaat uit tinnen, zinken en houten pijpen. Het orgel vormt een passend geheel met het interieur der kerk. Het instrument heeft 2 klavieren met in totaal 12 sprekende registers. Als adviseur trad op de heer G. Van der Burg te Amersfoort. De werkzaamheden worden als zeer geslaagd beschouwd en men was zeer tevreden over de intonatie van het orgel, die is aangepast aan het nieuwe interieur.
Het schilderwerk werd op vakkundige wijze uitgevoerd door den heer W. C. Schraal te ‘s-Gravenzande. Als vloerbedekking werd gedeeltelijk het beproefde linoleum Krommenie toegepast. De cocos vloerbedekking werd geleverd door de bekende N.V.L. van Wijngaarden & Zonen’s Tapijten en Mattenfabriek te Rhenen.
De Standaard, vrijdag 20 maart 1936.

Gereformeerde kerk van Monster.
foto van Tonny van Leeuwen.
![]()
Stoomschip Solo in storm gestrand.
door: Bert Moor
Uit: Westlandsche Courant 24 september 1996
Monster
Tegenwoordig
zijn de zeeschepen groot en varen zij met relatief weinig bemanning. Vroeger was
het juist andersom. Hoe kleiner de boot, des te meer personeel aan boord.
Iedereen had een taak. De een was kolentremmer: dat was de man die zorgde dat de
steenkolen bij de brandende 'stoomketels kwamen. Een ander was daar weer de
verstoker van. Hij schepte de kolen op het vuur en was zodoende verantwoordelijk
voor de voortstuwing van het schip.
Zo was er ook een olieman aan boord. Hij bevond zich het meest in de
machinekamer waar hij onderdelen doorsmeer- de en oliede. Eigenlijk allemaal
beroepen die op de moderne schepen van tegenwoordig niet meer voorkomen. En wat
betreft de elektronische apparatuur, daar hadden de zeebonken van weleer nog
niet eens, van durven dromen..
Het is deze maand 85 jaar
geleden dat op het Monsterse strand, tussen de strekdammen negen en tien, een
zeeschip strandde. Een stoomschip wel te verstaan. Om precies te zijn een
twaalfjarige stalen schoener van 3552 ton bruto met en 39 koppen tellende
bemanning. Het was de Solo van de Rotterdamse reder Lloyd.
Op 30 september 1911 had de gezagvoerder van de Solo, de Hagenaar Werkhoven, na
in Rotterdam te zijn geladen met stuksgoederen de trossen laten losgooien.
Hierna was de kapitein vol goede moed de Nieuwe Waterweg opgevaren op weg naar
Java. Eerst zou echter worden opgestoomd naar Southampton (Engeland) om
steenkolen te bunkeren om daarna de reis te vervolgen. De reis naar
Nederlands-Indië zou een week of zes duren. Tenminste, dat was de bedoeling.
Orkaan
Nadat de
Solo uit Rotterdam was vertrokken stak een stevige bries op. Toen Maassluis
eenmaal was gepasseerd, begon het schip door de steeds harder aanwakkerende
stormachtige wind alsmaar heftiger te schudden en te stampen. Er werd ge- woon
doorgevaren. Na op zee te zijn gekomen ging de storm over in orkaanvlagen met
uitschieters naar windkracht elf en twaalf. De hoog opgezweepte watermassa’s
ploften met donderend geraas op het dek van de Solo. Het duurde niet lang of het
schip maakte slagzij en verloor z'n achtersteven. De reddingssloepen, die in de
davids hingen, werden verbrijzeld. Tot overmaat van ramp verloor de Solo ook
zijn roer en dreef stuurloos rond.
Inmiddels was het acht uur in de avond geworden. Het was aardedonker en de regenvlagen' striemden de bemanning. Al eerder waren noodsignalen van de Solo uitgezonden en in Hoek van Holland door de reddingsmaatschappij opgevangen. De reddingsboot uit deze plaats de 'President van Heel' kwam onmiddellijk in actie, maar moest, op zee aangekomen, terugkeren. Er was geen doorkomen aan; de wind bulderde nog steeds met orkaankracht. De Solo werd door de onstuimige noord- westelijke natuur elementen al steigerend naar de kust van Monster gestuwd. Opnieuw noodsignalen van de Solo, maar nu gericht op het reddingsstation van Ter Heijde. Leden daar vingen de alarmberichten op en maakten met behulp van de zogeheten carbidlamp de in nood verkerende bemanning kenbaar dat hun benarde positie was opgemerkt.
Opnieuw kwam een reddingsactie op gang. De plaatselijke reddingsboot de 'Secretaris Schumacher', die in de botenloods op een wagen gereed stond, werd met behulp van vier paarden naar zee gebracht. Schipper Arie Tuk en de bemanningsleden W. van Gaaien, M. Hoogenraad, G van den Berg, W. M. van Antwerpen, P. H. Tuk, M. J. van den Bergen M. Storm zouden met z'n allen de woeste zee opgaan. Pogingen om ge reddingsboot in zee te brengen mislukten echter. bat kwam omdat een groot gedeelte van het slag door de woeste golven was weggeslagen.
Japie en Jantje
Om vier uur in de morgen van de eerste oktober werd getracht om met de
mortier een lijnverbinding met het gestrande schip tot stand te brengen. Deze
eerste poging mislukte. Later werd een tweede schot afgevuurd. Ditmaal was het
raak. Maar op de vraag hoe het daarna wel lukte om de reddingsboot tot bij de
Solo te krijgen, geeft de historie geen antwoord. Feit is wel dat de
bemanningsleden van de Solo in drie tochten zijn gered. De kapitein van de
vrachtboot en twee varensgezellen hadden enige verwondingen opgelopen.
De toenmalige burgemeester van Monster, G. Sutorius, fungeerde als strandvonder. Hij rapporteerde de stranding. De Solo heeft met veel waterschade nog een poosje op het strand gestaan. Zeeslepers hebben de Solo uiteindelijk vlotgetrokken. Later kreeg de schipper van de reddingsboot een gouden en de overige bemanningsleden een zilveren medaille van de reddingsmaatschappij voor hun kranige reddingswerk.
De spectaculaire redding op de eerste oktober zal voor de olieman van de Solo altijd wel in zijn geheugen gegrift hebben gestaan. Want eenmaal in Ter Heijde, deed zich het toeval voor dat de dochter van schipper Tuk, Japie, bleef hangen aan de olieman, die Jantje Verloop heette. Later zijn ze getrouwd en hebben van de reddingsmaatschappij een linnenkast en een bijbel gekregen.
Met dank aan Bert Zeeman, die gegevens verstrekte uit zijn privé verzameling.
![]()
Eerste Westlandse centrale 100 jaar geleden in
Monster.
Uit: Westlandsche Courant
1998
Foto uit: Monster in oude ansichten
MONSTER
Honderd jaar geleden kreeg het Westland zijn eerste, eigen
elektriciteitscentrale. Aan het Wegje in Monster, de huidige Gantellaan.
Weliswaar brandde in deze gemeente al een jaar eerder de eerste gloeilamp, maar
dat was nog via een noodcentrale. Een eigen centrale kwam pas een jaar later tot
stand.
In de nieuwe centrale stonden indrukwekkend blinkende Lavalturbines opgesteld,
die een gezamenlijk vermogen opwekten van 200 PK. In datzelfde jaar werden in de
andere aangesloten gemeenten - Wateringen, Loosduinen, Naaldwijk met
Honselersdijk, Monster met Poeldijken Ter Heijde, 's-Gravenzande met Hoek van
Holland - zogenaamde batterijruimten in gebruik genomen om stroom verder aan
woningen en bedrijven door te geven.
Het mag echt wel als iets bijzonders worden aangemerkt dat de vanouds bekende
Westlandse tuinders en vissergemeente Monster de eerste in het Westland was waar
de elektriciteit zijn intrede deed. Dat gebeurde door toedoen van de Eerste
Nederlandsche Elektriciteitsmaatschappij waarvan de directeur de heer
Ritterhausen, op 6 mei 1898 in Monster plechtig en officieel bij de inschakeling
van de eerste elektrische stroom aanwezig was.

De eerste elektrische centrale aan Het Wegje in Monster.
Eerste gloeilamp
De
plechtigheid gebeurde weliswaar in een noodcentrale, maar die voor die tijd toch
van niet geringe omvang. Ze was immers niet alleen voor Monster, maar ook al
meteen voor de andere aangesloten gemeenten. Het enige verschil met de
definitieve centrale was dat alle benodigde apparatuur was ondergebracht in
enkele kleine woningen aan de Rijnweg. Woningen overigens die er al lang niet
meer staan. De echte centrale aan het Wegje moest op dat moment nog worden
voltooid. Tegelijk met Monster, kreeg uiteraard ook Ter Heijde die dag het
wonder van het licht te aanschouwen. Dank zij mej. Assendelft- de Koning, de
dochter van de toenmalige burgemeester van de gemeente Leiderdorp, want zij was
degene, die de stroom voor het eerst inschakelde.
Afname
Het spreekt haast vanzelf dat er in het begin niet zo erg veel energie werd
afgenomen. In 1914 bedroeg de afname voor het hele Westland nog slechts 87.336
kWh voor licht en 19.402 kWh voor kracht. Een halve eeuw later namen alléén
Monster, Ter Heijde en Poeldijk al bijna 4 miljoen kWh per jaar af. De inzet van
natriumlampen, die voor het belichten van de cultures in de kassen steeds meer
terrein wonnen, hebben in de naoorlogse jaren daarvan een niet gering aandeel
voor hun rekening genomen.
Snellere groei
Die vorm van teeltvervroeging in de kassen is zelfs alleen maar toegenomen,
omdat steeds meer telers wilden profiteren van de snellere groei van producten
dank zij het licht. Dat verschijnsel is vooral goed waarneembaar vanuit de
lucht, maar ook vanuit zee moet dat sterk opvallen. Net als in vroeger tijden,
toen men boven op de stompe toren van Monster vuren ontstak als een baken voor
de vissers, die met hun scheepjes de welvaart haalden uit de diepten van de zee.
Dat laatste slaat overigens alleen maar ogenschijnlijk op de naam van een
bekende inwoner van Monster D. Onderwater, die samen met P. Ruinaard in 1906
erbij waren, toen de NV Elektriciteits Maatschappij in moeilijkheden raakte en
alle bezittingen te koop aan bood. Op 15 januari van dat jaar werd het bedrijf
zelfs stopgezet. De gemeenten werden in de gelegenheid gesteld het geheel over
te nemen, hetgeen gebeurde met uitzondering van de gemeente Wateringen. Die
voelde daar niet voor. Dat had wel tot gevolg dat deze gemeente tien (!) jaar
lang van elektriciteit verstoken is geweest. Loosduinen en Naaldwijk namen wel
het leidingnet over, maar bouwden zelf een centrale. Monster en 's-Gravenzande
stichtten toen samen de Eerste Westlandsche Elektriciteits Maatschappij. Dat
functioneerde tot 1924, toen het bedrijf te Monster door de gemeente werd
genaast. Het werd toen Gemeentelijk Elektriciteits Bedrijf, dat vele jaren heeft
bestaan. Een naam die in dat verband genoemd moet worden is die van de heer
Vleugels. Hij werd in 1926 benoemd tot adviseur-technisch leider. Later werd hij
directeur.
Het gebouw is op den duur afgestoten en gebruikt als mandenmakerij en daarna als
onderkomen voor de dienst Gemeentereiniging van Monster. Toen het nog
elektriciteitscentrale was heeft tuinder Zuidgeest jarenlang het koelwater
gebruikt voor de verwarming van zijn perzikenkas.
Toen hij werd aangesteld lag het hele net nog bovengronds, dus hingen de kabels
aan palen. Ten minste drie avonden in de week was hij daardoor buiten in de weer
om overal storingen op te heffen. Er waren destijds maar drie
transformatorstations in Monster. De straatverlichting was niet meet dan hier en
daar een lichtpuntje van 25 watt. Pas later is daar verbetering in gekomen. Al
spoedig kreeg Vleugels - die voor de gemeente Monster grote verdiensten heeft
gehad - hulp van de heer Th. Vloedman, die later opzichter is geworden in de
gemeente Monster. Het aantal aansluitingen, voor zowel licht als kracht, bedroeg
in 1924 982. Toen Vleugels in 1958 afscheid nam waren er 4075, waarvan 737
kracht.
Uit de voorgeschiedenis van wat nu het Nutsbedrijf Westland, dat sinds kort
Westland Energie heet, blijkt dat het tot 1986 heeft geduurd voordat de zeven
Westlandse gemeenten hun zelfstandigheid voor wat betreft de levering van
elektriciteit (en gas) prijs hebben willen geven. Daaraan vooraf zijn diverse
pogingen in het werk gesteld om tot bundeling van krachten te komen. In de jaren
zeventig is er bijvoorbeeld in groot onderzoek geweest naar een optimale
energievoorziening in Zuid-Holland. Op zich nuttig en interessant. Maar van de
plannen tot de vorming van één groot elektriciteitsbedrijf voor deze provincie
is nooit iets terechtgekomen.
![]()
Verleden voor Toekomst.
Dit is de titel van het werkelijk fantastische, door Bert Moor geschreven boek.
Hieronder het persoonlijke voorwoord van Bert
Moor zoals dit in het boek is te vinden:
Aan de
hand van verzameld archiefmateriaal, oude foto's en interviews met ingezetenen
van Monster en Ter Heijde is het me, zo dacht ik, aardig gelukt om dit boek te
schrijven. Naar Poeldijk echter, dat ook tot de gemeente Monster behoort, heb ik
bewust geen onderzoek gedaan. Dat komt omdat een inwoner van deze plaats zich
hiermee verdienstelijk maakt. Dit boek handelt voornamelijk over Monster en Ter
Heijde. Ik heb zoveel mogelijk getracht in een uiterst en leesbaar gevoel,
vertaald in vaak kort geschreven stukjes, een beeld te kenschetsen waaruit de
sfeer kan worden geproefd die de afgelopen decennia in beide dorpen van onze
gemeente hing. Aangevuld met doorgaans oud foto materiaal, waar ik heel blij mee
ben. Oude foto's geven een bepaalde uitstraling. Ik bedoel de nostalgie en rust
die er toen nog was. Maar naarmate we de 21e eeuw bereiken ontstaan andere
beelden. De nostalgie is voor het merendeel verdwenen en de broodnodige rust is
op z'n retour en dat is toch wel jammer!
Wat ook jammer is, is dat de maatschappij zo aan het verharden is. Dat komt omdat iedereen te veel geld heeft en alsmaar meer begeert. Er zijn tijden van armoede en welvaart geweest. Sinds 1914 zijn er twee wereldoorlogen uitgevochten. Ups en downs: zo is het leven en zo zal het altijd blijven!
Nog enkele maanden resten ons en dan is het 1 januari 2000. Tijdens deze eeuwwisseling zullen mensen zich afvragen: wat zal ons deze eeuw brengen, voorspoed of tegenslag? We weten het niet en dat is maar goed ook. Wij mensen kunnen alleen maar bidden tot God en Hem vragen of het vrede mag blijven, in elk opzicht welteverstaan.
Met voldoening zie ik terug op de afgelopen jaren tijdens het zoeken van onder andere enig historisch materiaal, dat in de loop der jaren een vast betekenis gaat krijgen. Daarom noemde ik dit boek
"Verleden voor Toekomst"
Vastbesloten heb ik getracht om dit boekwerkje te maken en deed dat om de gemeenschap van Monster en Ter Heijde te kunnen dienen. De hoop koesterend om U, als lezer of lezeres, hiermee enige vorm van ontspanning te kunnen bezorgen. Veel leesplezier gewenst!
Monster, september 1999, Bert Moor
![]()
Het verhaal van oorlogsslachtoffer Sophia Kooijman.

MONSTER -
Op 9 november 1988 had Moor een gesprek met Jan-Jacob Kooijman, de broer van
de omgekomen Sophia. Hij woonde in Stellendam en was 73 jaar oud. Deze man
vertelde over wat zijn zus heeft meegemaakt. Hij hield erg veel van haar. De
oorzaak hiervan zal wel zijn dat ze de jongste was in 't ouderlijk huis. "Ik
weet nog heel goed van 't gezin waar ze opgroeide. Hoe ze baar jeugd doorbracht
en uiteindelijk in Rijswijk terecht kwam bij een boerenfamilie". Kooijman heeft
met klem verzekerd "dat alles wat ik vertel, mag worden opgeschreven! Dus
luister", zo vervolgde hij: "Altijd hebben we in Stellendam gewoond. Mijn vader
heette Pieter en mijn moeder Jacoba Meerman. Hij was visserman. Ons gezin
bestond uit zeven personen. Fietje was de jongste en heeft een nette opvoeding
gehad. Vader was wel heel erg streng. Wij moesten tot tweemaal toe op zondag
naar de kerk. Onze ouders spraken hoog zelden met ons, het gevolg hiervan was
dat je weinig hoorde en wist over wat er alzo in die jaren gebeurde. Het is
allemaal al zo heel lang geleden, 't waren de crisisjaren waarin wij leefden,
dat wil zeggen, erg weinig geld te verteren. De armoede overheerste. Zodra Fie
van school kwam moest ze ook gaan verdienen. Ze kon hiervoor terecht in ons
dorp, bij de winkel van Van Seters, die een drogisterij runde. Maar 't was maar
voor twee dagen per week. Ze had het heel erg naar d'r zin!
Fatale vriendschap
Met jongens van de straat hield Fietje zich niet op. De ware Jacob zal wel
komen, zo zal ze misschien wel hebben gedacht? Ze had veel meer plezier in het
verenigingsleven.Dat lag haar ook wel! En toen heeft het niet lang geduurd of er
kwam een vriend in haar leven. Het was een jongeman uit een dorp niet ver van
ons vandaan. Na verloop van tijd hoorden haar ouders daarvan. En die wilden de
verhouding niet aanvaarden. Ze eisten dat Fietje een eind aan de verhouding
moest maken. Maar dit deed ze toen nog niet. Later deed ze dit echter wel en
toen begon de ellende! Haar ex-vriend bleef haar lastig vallen en, zo heeft ze
eens verteld, is ze wel eens met een vuurwapen bedreigd. Er werd aangifte bij de
politie gedaan en na huiszoeking werd het wapen gevonden. Haar ex-vriend mocht
zich in Stellendam niet meer laten zien. Maar bij Sophias bleef de angst parten
spelen.
Bemiddeling sluiswachter
Maarten Koese was in Stellendam geboren en groeide daar ook op. Later
vertrok hij naar Leidschendam en is daar sluiswachter geworden. In die plaats is
hij ook gehuwd. De weg tussen de Hoornbrug en Uitspanning Drievliet in Rijswijk
kruist via een brug de Molentocht. Langs deze tocht (water) ligt een laan van
één kilometer lang, afgebakend met bomen en struiken. Op het eind van deze laan
stond 'Hoeve Johanna', waar de familie Van Geest woonde. Sluiswachter Koese en
Van Geest hadden kennis aan elkaar gekregen. De boer was nog maar kortgeleden
getrouwd en had twee kleine kinderen gekregen. De vrouw van de boer zocht een
hulpje voor in de huishouding. En deze mensen wilden' s avonds wel eens uit,
naar een feestje of op familiebezoek. De boer had terloops wel eens aan de
sluiswachter gevraagd of hij 'hier-of-daar' nog een adres zou weten om aan een
dienstmeisje te komen. Koese had dit gesprek goed in zijn oren geknoopt.
Regelmatig ging hij met verlof naar Stellendam.
Hij ontmoette de familie Kooijman en toen is zeker de situatie ter sprake
gekomen waarin hun dochter Sophia verkeerde. Het gevolg is geweest dat beide
families zowel Van Geest als Kooijman tot overeenstemming kwamen dat Fie naar
Rijswijk zou gaan in april 1940. Eens per zes weken zou ze met verlof naar
Stellendam komen, zo werd afgesproken. Voor het eerst zou dit op 19 mei
plaatsvinden, want dan was ze jarig en dan zou de familie Van Geest meereizen om
kennis te maken met de ouders van Fie. Het is er nooit van gekomen ! Iedere week
schreef ze een brief naar huis, maar deze brieven zijn er niet meer, want ze
zijn verloren gegaan met de watersnoodramp van 1953. Er is alleen nog maar een
foto van haar en dat is alles.
Mobilisatie
In het voorjaar van 1940 was er de mobilisatie. Op Hoeve Johanna waren
militairen gelegerd ter verdediging van het vliegveld Ypenburg. Er werd door
iedereen veel over de oorlog gesproken in die dagen en toch geloofde bijna
niemand er in dat die oorlog zou komen. Toch had een onderofficier van het leger
de boerenfamilie steeds voorgehouden dat, als er oorlog zou komen, ze allemaal
in de kelder moeten gaan om te schuilen voor granaatscherven. Deze kelder was
onder de boerderij gelegen, daar is het veilig, had de militair steeds maar
gezegd! Deze uitspraak waren ze nooit vergeten...
Op 10 mei 's 'ochtends vroeg brak de oorlog uit en landden Duitse parachutisten
in de polder. Er werd gebombardeerd op Ypenburg en met kanonnen geschoten. De
officier had altijd gezegd "kruip in de kelder". En dat deden ze. Familie Van
Geest en hun personeel, waaronder Sophia Kooijman en de buren. Naarmate deze dag
verstreek werden er steeds meer gewonde Duitse parachutisten in de woning en in
de kelder neergelegd.
De Nederlandse soldaten wisten dat er Duitsers op en rondom de hoeve waren en
daarom werd de gehele dag de boerderij bestookt met mitrailleurs. Naarmate de
tijd verstreek verergerde de situatie. Fietje verzorgde: gewonde Duitse
soldaten. Leen van den Bos, de boerenknecht, die ook in de kelder was en de dood
is ontsprongen vertelde in 1988 het. volgende: "Er werd een Duitse parachutist
in de kelder neergelegd. Zijn kaak was kapot geschoten. Hij schreeuwde van de
pijn. Fie, zo ging Leen verder "het dienstmeisje van het gezin en nog maar 18
jaar oud heeft regelmatig natte doeken op de wond gelegd. Ze kreeg hiervoor
chocolade". Dan schieten de tranen bij Leen in zijn ogen, toen hij dit na zoveel
jaren geleden nog vertelde! "Ja, het was toch zo'n lief kind!"
Nooit meer
Het is 18.30 uur. De spanning van die dag bereikte een climax. Nederlandse
soldaten plaatsten op afstand met een 70 mm kanon, een voltreffer in de kelder
onder de woning. Dood en verderf zaaiend. Zes burgers werden gedood, waaronder
Sophia, en een aantal Duitsers. De kelder was een bloedbad. De volgende dag werd
dit alles aangetroffen. Er hing een geur van de dood. Sophia is doodgebloed als
gevolg van een granaatwond. Ze is in Rijswijk begraven op 14 mei 1940, 'Niemand
van haar familie was bij de begrafenis aanwezig. Haar ouders hoorden het pas
later op die dag toen de postbode een brief bracht. Moeder had de brief gelezen
en viel flauw. Later heeft ze nog veel psychische problemen gehad", aldus
Kooijman in zijn droevig relaas. Dan vertel ik Kooijman, dat het graf van Sophia,
volgens de gemeente Rijswijk in 1962, is geruimd. Hij schrikt hiervan. "Wij
weten niet anders", zo gaat hij verder "dat er op haar graf een steentje staat!
Als ik dit allemaal geweten had, dan zou ik het stoffelijk overschot zeker naar
Stellendam hebben gehaald, al waren het alleen maar haar botjes geweest. Een
herinneringssteen er op en ze zou weer thuis zijn geweest. Dit kan nu nooit meer
en dat vind ik heel erg! De gemeente Rijswijk heeft nooit de moeite genomen om
een gedenkmonument te plaatsen, zij was toch ook een oorlogsslachtoffer ? !
Door: Bert Moor
![]()