

Maasland anno 1793
|
Hieronder een aantal snelzoekers voor deze pagina:
|
|
|
Gemeente Maasland, een "Groene Oase" in het Westland. |
Het gebied van Maasland was voor het begin van onze jaartelling al bewoond.
Bij opgravingen o.a. in de Foppenpolder en in de Duifpolder, zijn
bewoningsresten van deze vroege bewoners, ijzertijdboeren, aangetroffen.
Talrijke aardewerkvondsten uit de Romeinse tijd wijzen op een vrij intensieve
bewoning in deze streek.
Rond 275 na Chr. verdwijnt deze bewoning, gelijktijdig met de Romeinse
bezetting. De daarop volgende periode is, wat bewoningssporen betreft, vrij
duister. Uit archiefgegevens is bekend, dat zich kort na 700 hier een nieuwe
bevolking heeft gevestigd, waarschijnlijk van Friese afkomst. Zij kwamen
voorgoed onder gezag van de Frankische koningen, die hun gebied naar het noorden
uitbreidden.
Maasland werd een koningsdomein, later in leen gegeven aan grafelijke
families. Het moerassige gebied moet in die periode zijn ontwaterd en ontgonnen.
Dit ontgonnen gebied, een Frankische hoeve, omvatte niet de hele huidige
gemeente, maar omstreeks 1000 ha. land, gelegen tussen de rivier en de
Vlaardingse vaart, die in 1083 nog Sciplede heette.
In 985 gaf koning Otto III aan graaf Dirk II het domein Maasland in volle eigendom, dat dus een grafelijk domein werd. De graaf wees later het terrein van het huidige Maasland aan om daar een kerk te bouwen. In 1241 schonk graaf Willem II het patronaatsrecht (benoemingsrecht) van deze kerk aan de Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht. ( De Duitsche Orde is één van de grote geestelijke ridderorden die tijdens de kruistochten in 1191 is gesticht. De orde bestaat nog steeds en is gevestigd in Utrecht.)
In 1243 schonk Diederik van Coldenhove al zijn bezittingen in de Oude Campspolder, waartoe ook een stenen huis behoorde, aan de Ridderlijke Duitsche Orde. Deze Orde vestigde in dat versterkte huis een commanderij ( Commanderij is de benaming waarmee in de geestelijke ridderorden de residentie van de commandeur (overste) werd aangeduid. Het terrein nabij de Herenlaan is thans beschermd en als archeologisch monument opgenomen op de Rijksmonumentenlijst.) waarin de commandeur van Maasland met zijn staf ging wonen en de bezittingen beheerde. Gravin Mathilde, de echtgenote van graaf Floris IV, kreeg het Maaslandse domein als bron van inkomsten door haar man aangewezen.
In 1365 kreeg de Ridderlijke Duitsche Orde toestemming zich te vestigen in
het grafelijk huis achter de kerk van Maasland, dat graaf Floris V
waarschijnlijk had laten bouwen.
De funderingen van dit complex zijn in 1968 opgegraven en het kort na 1555
gebouwde zomerhuis is nog steeds aanwezig.
Na 1378 was er een afzonderlijke rentmeester, zodat de Maaslandse commanderij
van de Duitsche Orde een grotere zelfstandigheid had gekregen. De commanderij
was doorgaans bewoond door: een ridderbroeder, drie priesters, een knecht en
twee dienstmeiden.
Maasland kende in de middeleeuwen enkele versterkte huizen. Hiertoe behoorden o.a. het in de Dijkpolder gelegen ’’Huis te Velde’’ en het ’’Slot de Houve’’, waarop in de 14e eeuw de adellijke families Van de Velde en Van der Hoeve woonden. Verder bevond zich aan de Burgerdijkseweg het versterkte huis Boekesteijn waarvan men ter plaatse nog altijd een restant van de omgrachting terug vindt. In de loop der eeuwen verdwenen veel van zulke huizen of burchten. Tegenwoordig vinden we meestal op de oude plaats een boerderij terug. Elders o.a. langs de Burgerdijkseweg duiden ophogingen in het terrein erop, dat daar bewoning, heeft plaats gevonden. Ook zijn bij opgravingen in de Kralingerpolder en in de Duifpolder verschillende oude woonplaatsen uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen aangetoond.
Uit een in 1494 gehouden enquête blijkt dat Maasland toen een aanzienlijk dorp was met 250 haardsteden. Landbouw en veeteelt waren de belangrijkste middelen van bestaan. Een derde deel van de bevolking hield zich bezig met de visserij en met vervoer, zowel met schepen als met wagens. Tijdens het begin van de tachtigjarige oorlog werden in deze streken veel vernielingen aangericht zowel door Spaanse troepen als door de geuzen. Kort na de inname van Den Briel op 1 april 1572 staken de watergeuzen de Maas over en gingen plunderend door het Westland. Ook in de Maaslandse kerk werden vernielingen aangericht en boerderijen geplunderd. Om het beleg van Leiden door de Spanjaarden te breken, liet Willem van Oranje in 1574 de dijken doorsteken. Veel mensen, ook uit Maasland vluchtten toen naar veiliger oorden. Het duurde jaren voordat de polders weer drooggemalen en bewoonbaar waren.
Omstreeks 1600 begon de herbouw en opbloei goed op gang te komen. De directe oorlogsdreiging was toen in deze omgeving voorbij. Hoewel Maasland in het algemeen een welvarend dorp was, deden zich van tijd tot tijd ernstige rampen voor o.a. door besmettelijke ziekten en grote branden. De meeste huizen waren van hout en hadden rieten daken. Veeziekten, wateroverlast en slechte oogsten konden soms jarenlang bittere armoede betekenen. Toen in 1795 de Bataafs Republiek in de plaats kwam van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was het in Maasland ook gedaan met het aloude ambachtsbestuur, dat werd uitgeoefend door schout en schepenen.
Het gemeentebestuur vergaderde in een bovenzaal van de dorpsherberg De Pynas tot 1874, toen het gemeentehuis in gebruik werd genomen. Het grondgebied van Maasland is in de loop der tijden aanzienlijk ingekrompen, o.a. door de afscheiding van Schipluiden in 1570 en Maeslantsluys, thans Maassluis, in 1614. In 1747 telt Maasland ongeveer 1400 inwoners. In het jaar 1888 telt men bijna 2600 inwoners in de gemeente Maasland, die dan een oppervlakte heeft van 3767 ha.
’’De Nederlandsche Stad en Dorpbeschrijver’’ van Bakker en Van Ollefen (l8e eeuw) vermeldt van Maasland o.a. dat het een bezienswaardige plaats is ’’omtrent twee uren gaans ten westen der stad Delft, vanwaar men behalve langs het water de Gaag over bijzonder goede wegen op het dorp komt. Er is een druk verkeer, zowel van veer- als andere vaartuigen, alsmede van een groot aantal rijtuigen die het dorp passeren van Amsterdam, ’s-Gravenhage en andere plaatsen, naar Hellevoetsluis en elders, wat aan het dorp een goed voordeel verschaft. De aangenaamheid van de ligging wordt nog zeer vermeerderd door de landerijen, die zeer vruchtdragend zijn. De reisgelegenheden zijn in Maasland zeer gemakkelijk met de veerschuit’’.
In 1991 heeft de viering van 750 jaar Ridderlijke Duitse Orde in Maasland plaatsgevonden

KAN EENIG DORP IN DELFLANDS KRING OP OUDERDOM VAN EEUWEN BOGEN OP FRAAIE LIGGING EN VERMOGEN, DOOR IJVER VAN DEN DORPELING.
’T IS MAASLAND, DAT ELKS OOGEN STREELT, EN DOOR ’T GRAVEERSTIFT DUS NATUURLIJK IS VERBEELD.
Dit rijm, dat voorkomt onder een gravure van ’’’t Dorp Maasland’’ in ’’De Nederlandsche Stad- en Dorp-beschrijver’’ van Bakker en Van Ollefen, vormt hier de schakel tussen het verleden en heden van de gemeente. In het dorp zijn enkele bezienswaardige gebouwen. In de eerste plaats de eeuwenoude Nederlands Hervormde Kerk (gebouwd in laatgotische stijl) die na de brand van 1945 is herbouwd. In de kerk bevinden zich onder andere een preekstoel, afkomstig uit een afgebroken Nederlands Hervormde Kerk te Graft (N.H.), een fraai avondmaalstel (1758) en een orgel, afkomstig uit de Nicolaikerk te Utrecht en gebouwd in 1888 door J.Fr. Witte (fa. J. Bätz en Co).
De bouw van de R.K.-kerk is in 1887 voltooid. In de kerk bevinden zich
diverse antiquiteiten uit de 18e eeuw. Verder is het interieur op zichzelf reeds
een bezoek ten volle waard. De Gereformeerde kerk is een voorbeeld van nieuwere bouwstijl en het loont de
moeite het interieur te bekijken. De molens in de Dijkpolder aan de weg naar Schipluiden zijn een sieraad in
het landschap. Het zijn de korenmolen De drie Lelies (1767) en de watermolen van
de Dijkpolder (1718). En vergeet u vooral niet de mooie, soms eeuwenoude
boerderijen te bezichtigen. Eén van deze boerderijen, de Lickebaertshoeve (1778), is tot restaurant
ingericht (in Oud-Hollandse stijl).
Deze voormalige boerderij ligt aan de Oostgaag 55 en ontleent haar naam aan de
Lickebaertsmolen, die vroeger in Maasland heeft gestaan.
Voorts bevindt zich midden in het dorp ’’De Pynas’’, de dorpsherberg waar vroeger door Schout en Schepenen recht gesproken werd en waar tot 1874 de gemeenteraad vergaderde, huwelijken werden voltrokken en waar het gemeentearchief opgeborgen werd. Naast De Pynas aan de ’s-Herenstraat 23 en 24 bevindt zich een historische dorpswinkel, waarin museum De Schilpen is gevestigd.
Hieronder een paar foto's welke wij ontvingen van Tonny van
Leeuwen.
![]()
De Kwakel al tien jaar in de vaart.
‘Nog
even wachten, schipper’
Het pontje was 5 jaar geleden bijna opgeheven. Nu varen er drommen mensen mee.
Uit: Westlandsche Courant 15 augustus 1996
Maasland.
"Ho, nog even wachten schipper, dan
kan die fietser ook nog mee". Schipper Hilbrand van der Weij luistert prompt
naar dat verzoek van een passagier. Behendig stuurt hij het veerpontje terug
naar de steiger, zodat de fietser alsnog aan boord kan stappen. Vervolgens zet
het vaartuig koers naar het Jachthuis aan de Foppenplas en de in de verte
liggende Vlaardingse Broekpolder .
Hilbrand van der Weijis een van de acht schippers die het veerpont je van het recreatieschap Midden-Delfland in de vaart houden. Het pontje onderhoudt van maart tot oktober de verbinding tussen de Broekpolder en de Kwakelweg te Maasland. Vooral in de weekeinden en de vakantietijd geniet bet pontje bij fietsers en wandelaars een grote bekendheid, zeker als, het een beetje mooi weer is. NIet zelden staan er dan drommen passagiers tewachten op het pontje, dat bij het Jachthuis aan de Foppenplas, het voormalige botenhuis van Cornelis van Dijk, een tussenstop maakt. Ook afgelopen weekend was het pontje weer erg in trek en werden vele honderden passagiers overgezet.
Hilbrand van der Weij uit Maassluis is als ex-loods een van de acht schippers. Hij had zaterdag zelf dienst. Hij is tevens verantwoordelijk voor het maken van het dienstrooster voor de bezetting van het pontje. "Volgende week is het even moeilijk", zegt hij. "Er zijn er dan vijf met vakantie. Maar met z'n drieën lossen we dat wel op". Want het pontje moet nou eenmaal dagelijks tussen 10 uur en kwart voor 6 in de vaart. Het is de eer van de schippers te na, als het pontje! een keertje aan de 'kant zou blijven Van der Weij we varen in principe elke dag. Alleen als het heel slecht weer is, blijven we aan de kant".
Ferryman.
Het recreatieschap MiddenDelfland mag blij zijn met mannen als Hilbrandvan der
Weij en zijn zeven collega's. Zij staan immers niet op de loonlijst van' het
schap, maar zijn pure vrijwilligers. Ze vinden het gewoon leuk om dit werk in
hun vrije tijd te doen. Zes van hen zijn loods
geweest, een functie met een verplichte VUT-leeftijd van 55 jaar. Een was
werktuigbouwkundige bij de Holland-Amerika Lijn. Nummer acht ten slotte, had als
leraar niets met de scheepvaart van doen. Niet meer van, de partij sinds vorig
jaar is Joop van Noortwijk, beter bekend als 'Joop the Ferryman', Hij was sinds
de ingebruikname van het pontje in 1986 een van de schippers van het eerste uur.
"Joop is er na bijna tien jaar mee gestopt", zegt de 62-jarige Van der Weij. "Er waren dagen dat Joop er zowat alleen voor' stond, maar gelukkig hebben we nu voldoende vrijwilligers". "Het is hartstikke leuk om dit werk te doen", vervolgt Van der Weij. Uit zijn broekzak steekt de rol kaartjes voor, de passagiers. Voor de prijs van een oversteek enkele reis, hoeft men het niet te laten: 50 cent voor een voetganger en voor een kwartje extra mag de fiets ook mee. Dat kan nooit een probleem zijn.
Net Voor de afvaart bij het. Jachthuis, het voormalige botenhuis van Cornelis yan Dijk, komt er een tandem aan boord: Op het volle pontje kan de tweezitter erna een beetje inschuiven nog net bij. Naast zijn activiteiten als schipper verricht Van der Weij en passant een functie als recreatieve vraagbaak over de omgeving. En des gevraagd wordt er tegen betaling, ook een mapje met fietsroutes verstrekt.
Handtekeningen.
Ik geloof dat we allemaal voorzien zijn van een kaartje", concludeert Van der
Weij bij een van de aanlegplaatsen. Een bereidwillige passagier maakt de tros
vrij en het pontje zet koers richting Kwakelweg.' "Daar staat weer een volle
boot", concludeert de Maassluise schipper, als hij de rij met wachtenden heeft
gezien. Want het pontje blijkt In die tien jaar van haar bestaan in een grote
behoefte te voorzien.
En dat terwijl het recreatieschap de veerdienst zo'n jaar of vijf geleden uit de vaart had willen nemen. Niet alleen vanwege de kosten, maar vooral omdat de functie van het pontje door het aanleggen van enkele bruggen achterhaald zou zijn. Prompt werd er door enthousiaste burgers een handtekeningenactie georganiseerd tegen dat voornemen. Met succes, want het recreatieschap veranderde van mening na het in ontvangst nemen van de door duizenden ondertekende petitie.
"Die bruggen zijn er inderdaad gekomen", zegt Van der Weij. "Het pontje heeft zijn functie echter niet verloren. Het is nog zeker net zo druk als voor de bruggen. Het recreatieschap heeft dat inmiddels ook erkend. De Kwakel is nu geen overzetveer meer, maar een recreatiepontje. Kijk maar om je heen. We zitten hier temidden van de industrie", zegt hij, wijzend op de contouren van het Botlekgebied. "Maar toch zitten we hier midden in de natuur, de hele flora en fauna heb je hier' bij de hand"
![]()
Eeuwenoude hoeve nu historisch monument.
Uit Westlandsche Courant dinsdag 9 januari 1996
Door: Simon van Zuilen
Maasland
In het onlangs uitgekomen nieuwe jaarboekje 1995 van de Historische Vereniging
Maasland prijkt van de hand van voorzitter Hans van Buuren een interessant
artikel over het bestaan van de eeuwenoude hoeve aan de Westgaag 100. Op de
frontpagina van het zestig pagina's tellende boekwerkje staat ook een kleuren
foto van een aquarel, die J. Verheul Dzn omstreeks 1930 van de boerderij heeft
gemaakt. Het behoud van deze hoeve is het meest recente succes, dat de
historische vereniging in haar twintigjarige bestaan heeft weten te realiseren.
Na vele inspanningen kon de aanvankelijk tot sloop gedoemde boerderij niet
alleen kon worden behouden maar tevens op de monumentenlijst worden geplaatst.
De boerderij werd in 1994 verkocht, waarbij de historische vereniging bang was dat de uit de middeleeuwen daterende hoeve zou worden gesloopt. Zo ver is het niet gekomen, want het lukte de vereniging om de gemeente te bewegen de boerderij op de lijst van beschermde monumenten te krijgen. Zonder deze status zou restauratie helemaal onbetaalbaar zijn geweest voor nieuwe eigenaar Doelman die er straks zelf wil gaan wonen. De bewoningsgeschiedenis van de boerderij gaat - voor zover bekend -terug tot de middeleeuwen. In 1415 in een voorganger van de huidige boerderij, woonde en boerde hier al ene Bertelmees Rutgersz. Door de eeuwen heen is Westgaag 100 een gemengd bedrijf gebleven. De boerderij is thans beeld bepalend in de eeuwenoude lintbebouwing van boerderijplaatsen aan de Westgaag.
Ziekten
In het jaarboekje van de historische vereniging, dat voor leden gratis is en
voor niet leden voor zes gulden verkrijgbaar is, is weer opgenomen de Maaslandse
kroniek van het voorgaande jaar 1994. Maaslandse gebeurtenissen van dat jaar
worden kort en overzichtelijk samengevat en vastgelegd voor het nageslacht.
Behalve het artikel over de boerderij aan de Westgaag wordt er ook verteld over
de besmettelijke ziekten die Maasland in de negentiende eeuw teisterden.
Trudy Werner-Berkhout dook daarover in de geschiedenis, waaruit blijkt dat Maasland ruim dertig jaar een barak bezat voor besmettelijke ziekten. De barak is echter nooit in gebruik geweest, maar er waren in de vorige eeuw wel degelijk besmettelijke ziekten in het dorp. Vooral de cholera was gevreesd en maakte veel slachtoffers onder de bevolking. Zeker drie epidemieën zijn in die tijd door de plaatselijke doktoren geregistreerd. Zo werden er in 1859 in twee maanden tijd 27 Maaslanders door de cholera getroffen, van wie er 16 overleden.
Pas toen de hygiënische toestanden in het dorp verbeterden, onder meer door de aanleg van riolering en waterleiding, kreeg men de ziekte onder controle. Ook de pokken was in de vorige eeuw een besmettelijke volksziekte die razendsnel om zich heen greep. Door verplichte vaccinatie werd ook deze ziekte geleidelijk teruggedrongen. Behalve de uitgifte van het nieuwe jaarboekje, bereikte de historische vereniging tijdens de viering van het vierde lustrum nog enkele hoogtepunten. In eigen beheer werd het met veel foto's opgesierde boekje 'Maasland in oude ansichten' uitgegeven. Mede door deze activiteit meldden zich vele nieuwe leden, zodat het ledental thans tot boven de tweehonderd is gestegen.
![]()
Als je met Cees vloog, had je kans te overleven.

Vliegenier Cees Waardenburg (in het midden) maakte 104
vluchten voor de Royal Airforce.
Tijdens een testvlucht kwam hij om. Foto Familie Waardenburg.
Klik op de foto voor een groter formaat.
De herinneringen aan zijn oudere broer Cees zijn nog springlevend voor Leen Waardenburg uit Maasland. Broer Cees vertrok in de Tweede Wereldoorlog naar Engeland om er vliegenier te worden. Hij was 23 toen hij neerstortte: Leen Waardenburg denkt vandaag tijdens de dodenherdenking een beetje extra aan zijn broer.
Door: Eveline Lammerding
Uit: Westlandsche Courant zaterdag 4 mei 2002
Maasland
De 80-jarige Leen Waardenburg uit Maasland heeft foto's, een flacon waarin
sterke drank voor vliegers werd gegoten, krantenartikelen uit de begin jaren
veertig, een zilveren speld die de letter W vormt van koningin Wilhelmina en een
embleempje van stof met de vleugels van de Royal Air Force (RAF). Het zijn de
spullen die na de oorlog uit de koffer van zijn broer Çees kwamen. "Eigenlijk
zijn er drie jaar van zijn leven uitgevlakt. We hadden drie jaar geen enkel
contact, op een paar brieven na", zegt Waardenburg over zijn broer die bij de
RAF was gaan vliegen.
Cees Waardenburg, de oudste uit het Schipluidense gezin Waardenburg, was oorlogsvlieger voor de Engelse luchtmacht RAF. Prins Bernhard zorgde ervoor dat Waardenburg de opleiding tot vlieger kon volgen. De prins ving regelmatig Nederlanders op, die naar Engeland waren afgereisd. "Mijn broer was militair, maar hij wilde geen grondgevechten meer. Vliegtuigen maakten indruk op hem. Hij wilde graag vliegen. En dat heeft hij gedaan", zegt zijn nog altijd trotse broer. Waardenburg maakte in de oorlogsjaren 104 vluchten voor de RAF. Ongelukkig genoeg stortte hij tijdens een testvlucht neer.
Cees Waardenburg had heel wat ondernomen om bij de RAF te kunnen vliegen. Hij deed drie pogingen om naar Engeland te varen. De kust was verboden gebied, alleen de Duitsers mochten er komen. De eerste twee pogingen de overkant te bereiken mislukten door het slechte weer en het vastlopen op een zandplaat. Bij de derde poging haalde Waardenburg de overkant wel. Het was 19 juni 1941. Waardenburg ging na zijn eerste vliegopleiding in Engeland een jaar later naar Canada voor een vervolgtraining. Begin juli 1943 kwam Waardenburg terug naar Engeland. Hij vloog voor de eenheid 320 squadron van de Nederlandse militaire luchtvaartdienst. die hem detacheerde bij het Engelse onderdeel 180 squadron. Daar werd hij tweede man onder commandant Lynn.
Tussen 3 oktober 1943, de dag waarop hij zijn eerst vlucht maakte en eind juli 1944, maakte hij 104 vluchten. Na, een korte rustperiode die de vliegeniers na een aantal operaties altijd kregen, zou hij 30 augustus terugvliegen naar de basis. Hij maakte met schutter Payne nog een testvlucht in een Mitchell. Het vliegtuig verongelukte in Godalming, vlakbij de basis Dunsfold. Cees Waardenburg zou op 12 september 1944 24 jaar zijn geworden.
Overtuiging
De inmiddels grijs geworden Leen Waardenburg had niet verwacht dat zijn
broer zou sneuvelen. Integendeel, hij leefde in de heilige overtuiging dat hij
zijn broer zou weerzien na de oorlog. In januari 1945 vertrok hij vanuit het
Westland naar Brabant dat toen al was bevrijd, met de gedachte dat hij daar zijn
broer weer zou ontmoeten. Het bericht dat Cees was gesneuveld kwam voor hem als
een mokerslag. "Dat bericht moest ik in mijn eentje verwerken na een tocht die
vier dagen had geduurd", vertelt Leen. "Terug naar het Westland kon ik niet
meer. Aan de andere kant van de rivier woedde de oorlog nog volop".
De kaart die Leen Waardenburg voor zijn expeditie naar Brabant gebruikte, heeft hij nog steeds: Hij moest bij Kerkdriel de Maas over, maar wat hij niet wist, was dat hij vlak bij de rivier in een Duitse stelling was gelopen. "Onderweg leerde ik twee anderen kennen die ook naar het zuiden wilden. Cor heette de één en van de ander ben ik de naam vergeten". Waardenburg noemt hem daarom 'nummer twee' als hij over deze man praat. De drie liepen naar het dorp Kerkdriel waar de grens lag tussen bezet en bevrijd gebied.
Overgevaren
"We meldden ons bij de pastoor en die vertelde ons dat er een
kolenboer was die wel eens mensen overzette met zijn boot. Wij gingen naar een
kolenschuur van waaruit werd overgevaren. In de schuur wachtten we op de
kolenboer. Van Gent heette hij", diept Waardenburg op.
Bij toeval vingen Waardenburg en zijn kameraden een gesprek op dat in een ander deel van de schuur plaatshad. "Het bleken Duitsers te zijn. Na een poosje gingen de schuurdeuren open en hoorden we ze roepen: 'Wo sind die kolen'. Muisstil waren we. We hadden ons verstopt in het stro. Ik zou net een schoen aantrekken, maar mocht me niet verroeren. In die onhandige houding heb ik een tijd stil moeten zitten. We zaten als ratten in de val en we wisten dat we op de kolenboer niet meer hoefden te rekenen".
Na de Duitse controle waarbij het drietal niet werd ontdekt, moest er een plan komen om toch de overkant van de rivier te kunnen bereiken. Langs de muur van de schuur stond een kano. "Die hebben we gestreken, maar dat moest echt heel stil gebeuren want de Duitsers liepen, constant patrouille. Het duurde drie kwartier voordat we de kano hadden gestreken". Een spannende tocht naar de overkant stond het trio vervolgens te wachten. "Toen de kano eindelijk bij het water lag, besloot nummer twee ineens niet mee te gaan. Hij durfde niet meer. We probeerden hem over te halen, maar hij wilde echt niet. Uiteindelijk hebben we hem maar achter gelaten". Aan de overkant haalden Canadezen de twee op en brachten hen onder in Tilburg. Daar kon Waardenburg zijn broer niet vinden; de vliegeniers waren in Eindhoven. "Ik kon meerijden met een krantenwagen die elke dag naar Eindhoven reed. Toen ik daar aankwam, sprak ik de commandant van het vliegveld aan. Toen ik naar mijn broer vroeg werd het stil".
In Eindhoven kreeg Waardenburg te horen dat zijn broer was' gesneuveld
tijdens een testvlucht. Een kwart van de vliegeniers overleefde de oorlog niet.
Waardenburg laat foto's zien van andere vliegeniers in Engeland. Hij wijst
mannen aan die na de eerste vlucht neerstortten. "Deze man, overste Bakker, was
net commandant geworden. Bij zijn eerste vlucht stortte hij met heel de
bemanning in zee. Mijn broer was een goed vliegenier. Veel piloten wilden met
hem meevliegen, want als je met Cees en commandant Lynn vloog, had je een grote
kans levend terug te keren".
![]()
Ontstaan van de Maaslandse vlieten.
Door: Simon van Zuilen
Uit: Westlandsche Courant 14 oktober 1997
Maasland - De omgeving van Maasland is bekend om zijn landelijk gebied, maar ook door zijn ligging aan de vlieten. De Trekvliet, de Middelvliet, de Boonervliet en niet in de laatste plaats de Zuidgaag, die nog immer dwars door het dorp loopt.
De vlieten van Maasland zijn beeldbepalend in Midden-Delfland, het groengebied tussen Schiedam en Delft. Weliswaar wordt er steeds geknaagd aan het gebied door oprukkende verstedelijking, door Maasland zelf met het transportcentrum en ligt er straks zelfs een rijks- weg (de verlengde A4) dwars doorheen. Maar gebleven zijn de vlieten, de Boonervliet, Trekvliet en Middelvliet, de drie vrijwel evenwijdig lopende boezemwateren tussen de Vlaardingse Vaart en Maassluis. Daar monden ze via sluizen uit in de Nieuwe Waterweg. Uit het feit dat deze vlieten vrijwel recht zijn en met de verkaveling van de aangrenzende polders meelópen, blijkt dat het gegraven waterlopen zijn die jonger zijn dan de ontginning en de verkaveling. Dit in tegenstelling tot enkele andere Maaslandse boezemwateren, zoals de Oostgaag, de Westgaag en de door het dorp lopende Zuidgaag, die grotendeels uit natuurlijke wateren, oude kreken, zijn ontstaan.
Lang voordat de Maaslandse vlieten in de veertiende eeuw werden gegraven, was deze streek al bewoond. Reeds enige eeuwen vóór het begin van de jaartelling, in de ijzertijd, kwam: hier verspreide bebouwing voor.
Restanten van deze bebouwing zijn teruggevonden in de Broekpolder, de Aalkeetbuitenpolder en in deOude Campspolder. Ook in de Romeinse tijd was het Maaslandse gebied, evenals het gehele Westland, vrij intensief bewoond. Het land was toen nog onbedijkt en lag op vele plaatsen hoog genoeg boven de zeespiegel om bewoonbaar te zijn.
Het is waarschijnlijk dat de Maaslandse ontginning zo hoog boven de zeespiegel lag, dat bedijkingen niet of nauwelijks nodig waren. Doordat de vroegere wildernis door het graven van sloten beter ontwaterd werd, ging de grond inzakken. Om de ontginning te beschermen ging men dijken aanleggen, waarschijnlijk eerst primitief maar geleidelijk langer en hoger. Zo moet omstreeks het jaar 900 een flink gedeelte van de huidige Maasdijk aanwezig zijn geweest, namelijk het stuk tussen Schiedam en de Nolweg, tussen Maasland en De Lier. Via de Nolweg, Oude Campsweg en de Burgersdijk eindigde de dijk bij boerderij 'Diepenburgh' (nu 'Het Kraaienest'), waarachter waarschijnlijk hogere gronden voorkwamen.
Dit hoefijzervormige dijkgedeelte beschermde de ontginningen van Kethel, Vlaardingen en Maasland. Het Leegebied (Liergebied) stond toen nog in open verbinding met de zee. Het Leegebied was dus aan de zuidzijde bedijkt door het genoemde Maaslandse dijkstelsel. Dit gedeelte heeft echter niet lang dienst gedaan als zeewering, omdat ook de Lee al spoedig door dwarsbedijkingen werd afgedamd, eerst bij de Lierhand, later steeds verder benedenstrooms tot de Hoge- weg, Hoefweg en Oude Dijk.
Overstromingen
In de tweede helft van de twaalfde eeuw, zo tussen 1150 en 1190, moet er een
periode van snelle zeespiegelstijging zijn geweest waartegen het primitieve
dijk- en sluisstelsel onvoldoende bestand bleek. Er
hebben zich toen grote rampen voltrokken. De zee sloeg gaten in de dijken en drong Via de oude kreken diep het land binnen. In 1163-1164 werd bij een grote overstroming Vlaardingen geteisterd, terwijl tevens de Dijkpolder in Maasland in de golven verdween. Het zeewater moet zelfs tot de huidige Kerk- weg en de Molenweg hebben gestaan.
Betrouwbaar
Uit het feit dat vrijwel alle boerderijen aan de Oostzijde van de Kerkweg en
de Molenweg, dus de huidige Commandeurspolder (die toen Poelpolder heette)
staan, kan men afleiden dat de Dijkpolder (die toen Ommedijckspolder werd
genoemd) een betrouwbaar woongebied was. Oude woonplaatsen in die polder stonden
dan ook op terpjes, zoals de Hoefwoning en de Veldwoning. Omstreeks 1190 was de
Dijkpolder weer droog- gelegd en opnieuw verkaveld.
De Maasdijk werd na de Overstroming een verbeterd en verder doorgetrokken in de richting Monster. Omstreeks het jaar 1250 was de Maasdijk volgens zijn huidige tracé al aanwezig. Dit betekende tevens een aanmerkelijke beveiliging van het Westland en geheel Delfland. Omdat de Maasdijk een definitieve afsluiting vormde van de vroegere kreken, ook van de Lee, werd de ontwatering van het gebied steeds moeilijker. De luchten en primitieve sluizen, die de grootste risico's voor dijkdoorbraken inhielden, zullen langzamerhand definitief zijn opgeheven.
De Vlaardingse Vaart, de oostelijke begrenzing van de Maaslandse ontginning, die in 1085 al onder de naam Sciplede bekend was en die in 1317 tweehonderd snoeken voor de graaf opbracht, speelde in de ontwatering een belangrijke rol. De vaart die ook wel Breevaart werd genoemd, is waarschijnlijk ten dele gegraven en voor het overige ontstaan uit een natuurlijke kreek. Waar de Vlaardingse Vaart in Vlaardingen bij de Maasdijk uitkomt, kwamen sluizen voor. Waarschijnlijk op dezelfde plaats waar ze ook nu, compleet met fraaie wapens, nog te vinden zijn.
fJuer het ontstaan van de Maaslandse vlieten schreef de toenmalige voorzitter van de Historische Vereniging Maasland, Klaas Boschma in de Midden Delflandkrant van juli 1981, waaruit de bovenstaande gegevens zijn ontleend.
Leendert Willem Koppenol geb. 1902 op de Maaslandse vlieten in 1948.
![]()