
Het "Hofje" van Honselersdijk, nu eens gezien vanaf de binnenkant.
![]()
CCWS raakt in 1943 gebouw aan de vijand kwijt.
Uit: Westlandsche Courant 06-12-2003
Door: Aad van Holstein
In tijden van nood leert men zijn vrienden kennen.
Zo is het ook in 1943 - nu zestig jaar geleden - als de Centrale Coöperatieve
Westlandse Snijbloemenveiling haar veilinggebouw geheel aan de bezetter moet
afstaan. Zusterverenigingen zijn direct bereid de helpende hand toe te steken.
In oorlogstijd is het niet eenvoudig de veilingklok van de Centrale
Coöperatieve Westlandse Snijbloemenveiling (CCWS) draaiende te houden. Al in
1941 moet het aantal veildagen teruggebracht worden tot drie. Het mooie
veilinggebouw op de hoek van de Burgemeester Elsenweg en de Dijkweg ligt echter
logistiek gezien op zo'n uitstekend punt dat een verdere beslaglegging niet kan
uitblijven. Daar is, na de Duitse inval in 1940, heel wat aan vooraf gegaan. De
Westlandse bloemenkwekers verkijken zich in het begin lelijk op het vermeende
voordeel van de bezetting. Hun aanvankelijke hoop dat de export naar Duitsland
er wel eens door kan verbeteren blijkt ijdel. Zeker voor de afzet van bolbloemen
van tulpen, hyacinten en narcissen. Ze kunnen ze alleen nog maar op de
binnenlandse markt kwijt.
En die is niet, wat men noemt, graag.
Daar komt nog bij dat in het voorjaar van 1940 na een uiterst strenge winter er
een magere oogst aan bolbloemen is. De omzet van de veiling keldert zelfs met
veertig procent. Later in dat jaar gaat het wat beter met de bloemenveiling,
want de iets gunstigere exportmogelijkheden voor bloemen en een toch weer
toenemende vraag in het binnenland zorgen langzamerhand weer voor enige
verbetering. Maar de telers krijgen wel te maken met sterk stijgende
productiekosten. Dat komt, omdat er steeds meer schaarste ontstaat aan
bedrijfsbenodigdheden. Ook de teeltbeperking voor anjers en late tulpen is een
handicap. Omdat er bovendien veel geld in omloop wordt gebracht, daalt ook nog
eens de koopkracht van het betaalmiddel -papier en zinken munten- sterk. Daar
komt nog bij dat in 1941 de omzetbelasting wordt ingevoerd. Die heeft voor de
ondernemer ook de nodige nadelige gevolgen.
Onderdrukking
Het is duidelijk dat de Westlandse bloemenkwekers door dit alles in steeds
grotere onzekerheid leven. Ondanks de utzonderlijke strenge winter van 1942 is
er voor bedrijven ook maai een sobere toewijzing Van brandstof. Bolbloemen mogen
niet getrokken worden en er geldt een strenge teeltregeling en een
maximumprijsregeling. Wie daarbij nog allerlei moeilijkheden optelt voor de
telers zelf, kan zich voorstellen hoe het leven in het najaar van 1943 is. De
voeding is ronduit slecht en er is een tekort aan kleding en schoeisel. Het
gebruik van gas en licht wordt drastisch beperkt en er is sprake van een
geestelijke onderdrukking. Geen wonder dat daardoor de bloemenproductie een
flinke knauw krijgt. Tact en voorzichtig beleid loodsen het veilingbestuur van
de CCWS door deze moeilijke tijden. Zo weet het te voorkomen, dat
personeelsleden van de veiling in Duitsland te werk wordt gesteld. Al wordt het
wel met de dag moeilijker om het personeel daartegen te beschermen. Ook het
draaiende houden van de veilingklok valt niet mee. Omdat de autobusdienst VlOS
wordt opgeheven, kunnen de handelaren de veiling nog maar moeilijk bereiken. Als
dan in het najaar van 1943 ook het nog niet gevorderde gedeelte van de veiling
door de bezetter in beslag wordt genomen, moet het hele gebouw zelfs worden
ontruimd en aan de militairen ter beschikking worden gesteld. Op dat moment
manifesteert zich echter een grote solidariteit onder de Westlandse tuinders,
die voorheen heus ook wel eens elkaars rivalen zijn geweest. De
groenteveilingverenigingen Honselersdijk en Westerlee stellen spontaan ruimte
beschikbaar voor het opbergen van de veilinginventaris. De veiling Naaldwjjk is
direct bereid, ondanks het feit dat dit zeer hinderlijk is voor de eigen
bedrijfsvoering, haar gebouw af te staan om ook het veilen van bloemen mogelijk
te maken. Deze zeer op prijs gestelde gastvrijheid heeft geduurd van 1 oktober
1943 tot september 1945.
Gebrekkiger
Natuurlijk valt het inschuiven van de bloemenhandel in een drukke fruit- en
groenteveiling niet mee. Zo kan een van de bloemenveilingen niet anders dan op
zaterdag worden gehouden, een wel zeer ongeschikte dag voor handel in bloemen.
Daar komt nog bij, dat de transportmogelijkheden steeds gebrekkiger worden, naar
mate de oorlog langer duurt. Het veilen op zaterdag moet tenslotte worden
opgegeven. Ook verschijnen er steeds minder bloemen voor de klok, gezien een
vrijwel onuitvoerbare minimum prijsregeling die is ingesteld. Steeds meer telers
gaan er toe over de bloemen maar zelf uit de hand te verkopen. Ondanks alles
blijft het bestuur van de veiling op zijn post en houdt vast aan het beginsel,
dat de CCWS in stand blijft tot de oorlog is afgelopen. Een van de moeilijkste
vraagstukken, zo lezen wij in het boek 'Bloemen in het Westland' dat in 1948 is
uitgegeven bij gelegenheid van het zilveren bestaan van de veiling en geschreven
is door A. J. Hartman uit Den Haag, is het dagelijks transport van de bloemen.
De bezetter beschouwt de enorme voorraden aan benzine in ons land als krijgsbuit
en al gauw moet de CCWS twee vrachtauto's aanschaffen met gasgeneratoren.
Secretaris-penningmeester H. Koers slaagt erin een vergunning te bemachtigen
voor een vrachtauto op benzine, maar de hoeveelheid toegewezen benzine wordt
steeds minder. Daar komt nog bij dat de wagens met gasgeneratoren weer
incidenteel door de Duitsers worden gevorderd. Herhaaldelijk probeert de vijand
de wagens definitief in handen te krijgen, maar dat weet Koers te voorkomen.
De Duitsers komen op een dag zes keer bij hem thuis aanbellen om de auto's te vorderen. Ondanks argumenten en zelfs dreigementen laat Koers de wagens niet los. Hij weet ze voor de veiling op de weg te houden, maar als er eind 1944 geen enkele brandstof meer is, moet hij ermee stoppen. Ze zijn wel veilig opgeborgen, zodat ze later in deze honger winter weer van stal kunnen worden gehaald om dienst te doen in het kader van de voedselvoorziening door het Interkerkelijk Bureau. Nog een tijdlang kunnen de bloemen per paard en wagen naar Den Haag worden gebracht, maar dat is wel levensgevaarlijk als gevolg van de vele luchtaanvallen. Voor het transport naar Rotterdam wordt gebruik gemaakt van een peperdure schuit. Voor een lading van 5000 kilo moet maar liefst 1200 tot 1500 gulden neergeteld worden.
![]()
Klik op bovenstaande foto voor een groter formaat,

Klik hier als u alles over Honselersdijk & Honselersdijkers wilt
weten.
De hier onder staande geschiedenis komt van de website van Jan
de Bruin,
klik op het bovenstaande logo "Alles over Honselersdijk & Honselersdijkers voor nog
veel meer.
In de afgelopen decennia heeft Het Westland zich ontwikkeld tot het meest toonaangevende tuinbouw-gebied in de wereld. Honselersdijk is gelegen in het centrum van het Westland "de Glazen Stad". Een tuinbouwgebied dat kabinet en parlement typeren als "een nationaal glasbouw-centrum met internationale betekenis".
Op het Honselse grondgebied hebben zich eveneens vele nationaal en internationaal opererende bedrijven gevestigd. Een voorbeeld daarvan is Bloemenveiling Holland, waar meer dan 3000 mensen werkzaam zijn. U kunt de website van de Bloemenveiling bekijken om daarna te besluiten de veiling eens persoonlijk te bezoeken.
Honselersdijk ligt mooi centraal. Den Haag en haar
regeringscentrum liggen op korte afstand. Rotterdam-Airport Zestienhoven en de
Rotterdamse haven liggen op zo'n 25 kilometer afstand van Honselersdijk. Ook
Amsterdam Airport Schiphol is goed te bereiken vanuit Honselersdijk (ongeveer 55
kilometer).
Honselersdijk heeft ook een rijke historie in relatie
tot het huis van Oranje.

Hontsholredyk in 1712 volgens een kaart
fragment van Kriukius
Er is al veel geschreven en onderzoek gedaan naar de
geschiedenis van Het Westland.
In deze streek hebben zich in het verleden mensen gevestigd met een hoog
maatschappelijk aanzien, die hun huis of buitenverblijf lieten verbouwen tot een
waar lusthof. Het voormalige slot van stadhouder Frederik Hendrik in
Honselersdijk was daar een mooi voorbeeld van.
Veel van deze pracht en praal is in de loop van de eeuwen verloren gegaan. Wat
er over is gebleven wordt zo goed mogelijk onderhouden om ook ons nageslacht een
blik te gunnen in het verleden.
Het Westland is vooral bekend als een streek met een
rijke historie op het gebied van de glastuinbouw en alle bijbehorende producten
en diensten. De gehele ontwikkeling en de gebruikte gereedschappen zijn te zien
in het Streekmuseum te Honselersdijk dat absoluut een bezoek meer dan waard is. Als bron voor de beschreven geschiedenis op deze
website van Het Westland, is voor een deel het in 1978 verschenen boekje, "Honselersdijk
in de loop der eeuwen" gebruikt. Dit boekje is verschenen ter gelegenheid van
het 50 jarig bestaan van de RK-kerk O. L. Vrouw van Goede Raad te Honselersdijk.

"Een vorstelijke verblijfplaats uit ouden tijd te
Hondsholredijk, naar een teekening van 1695. Dit aanzienlijke huis, even ten N.
van Naaldwijk (Z-H), werd in 1612 door Prins Frederik Hendrik aangekocht, die
het geheel liet verbouwen. Het schilderachtige" lusthuys", reeds sedert de 13de
eeuw door de heeren van Hunsel en Naaldwijk bewoond, werd door een uitgestrekt
park omgeven. In 1795 werd het tot nationaal eigendom verklaard en diende
achtereenvolgens tot staatsgevangenis, hospitaal en kweekschool voor de
scheepvaart. In 1814 verkocht men het oude kasteel voor afbraak en werd het
grootendeels gesloopt. Een langwerpig gedeelte, het z.g. "Hof" , bleef echter
bestaan en diende aan burgerhuisgezinnen tot woonplaats.
In 1830 werd de dorpsschool tijdelijk hierin ondergebracht. Het gebouw verkeert
thans nog in goeden staat."
![]() |
Frederik Hendrik 1584 - 1647
was de enige zoon uit het huwelijk van Willem van Oranje en Louise de
Coligny, zijn vierde echtgenote. Op aandringen van zijn halfbroer Maurits huwde hij op 4 april 1625 met de hofdame Amalia van Solms 1602-1675. Frederik Hendrik wordt wel de Stedendwinger genoemd. De naam Paleizenbouwer zou ook niet hebben misstaan. Naast het Huis Honselaarsdijk bouwde hij het Paleis Noordeinde, de Nieuwburch te Rijswijk en maakte hij een begin met het Huis ten Bosch, dat door Amalia van Solms te zijner ere werd afgebouwd. Daarnaast toonde hij veel belangstelling en zorg voor de kastelen van Breda, Buren, Dieren en IJsselstein. Van zijn moeder Louise de Coligny erfde hij de zin voor cultuur, kunst en bescha-ving, die heel sterk onder Franse invloed stond. Het Huis Honselaarsdijk wordt wel het Klein Versailles genoemd, niet te verwarren met het huidige Versailles, dat gebouwd werd door Lodewijk XIV, de Zonnekoning. |
| In 1612 - na twee jaar onderhandeling - ging Frederik Hendrik over tot aankoop van alle Westlandse bezittingen van Karel van Aremberg voor de som van 360.000 gulden. Van 1621 tot 1631 heeft de verbouwing van het bestaande kasteel plaats door de toevoeging van twee vierkante hoekpaviljoens en twee galerijen, die de verbinding vormende met het oude kasteel. Op de plaats van de "Capelwerff", de voorburcht van het vroegere kasteel waar de stallen en dienstgebouwen stonden, wordt in 1641 de Nederhof gebouwd, bestaande uit drie hoekpaviljoens, twee galerijen en aan de noordzijde een muur. In 1643 wordt als spiegelbeeld van de Nederhof het Domeinkwartier gebouwd, bestaande uit vier hoekpaviljoens en drie galerijen, bestemd voor het personeel en de stallen. In 1646 worden de twee achtkante hoektorens van het oude kasteel, dus van het hoofdgebouw, vervangen door twee vierkante hoekpaviljoens, waardoor het gebouw zijn definitieve vorm kreeg. |
|
De Nederhof wordt van 1646 tot 1648 aangevuld met een vierde hoekpaviljoen en een derde galerij, die aan de noordzijde. Daarin wordt de kapel ondergebracht. In deze galerij bevond zich ook het zeer luxueuze badkwartier. In de Nederhof werden de hoge gasten ondergebracht. Voor hen was in het eigenlijke hoofdgebouw geen plaats. In de jaren van bouw en verbouw zijn, mede ten behoeve van het transport van de vele bouwmaterialen de Nieuweweg aangelegd en het Nieuwe Water gegraven. De wegen naar en van Den Haag liepen vóór die tijd over Naaldwijk en Monster èn over Kwintsheul en Wateringen.
![]() |
Willem II is als enige zoon op 27 mei 1626 te Den Haag
geboren uit het huwelijk van Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Op 12 mei 1641 huwde hij met Maria Stuart I, dochter van Karel, koning van Engeland van 1625-1649.Hij bezocht zelden Honselersdijk, maar verbleef meestal te Dieren, waarheen de herten werden overgebracht. In oktober kreeg Willem II daar kinderpokken; een week voor zijn dood op 6 november 1650 werd hij naar Den Haag overgebracht.In de zomermaanden vertoefde de prinses royale nog wel op Honselersdijk, maar geleidelijk werden de dieren uit de menagerie, waaronder een beer, rijpaarden en jachtpaarden overgebracht naar Dieren.
|
|
Willem III is als enige zoon van Willem II en Maria
Stuart in Den Haag postuum geboren op 14 november 1650. Meerdere malen vertoeft hij met zijn grootmoeder Amalia van Solms op Honselersdijk. Vanaf 1669 worden daar regelmatig bezoeken gebracht voor het houden van ontvangsten feesten en jachtpartijen. Op 14 november 1677 huwt Willem III met Maria Stuart, dochter van Jacobus, van Engeland van 1685-1688. Het huwelijk blijft kinderloos. Vanaf 1677 worden de interieurs van het huis
Honselersdijk, aangepast o.l.v. de architecten Maurits Post, Johan van
Swieten en Jacobus Romans. |
|
In datzelfde jaar trekt hij op verzoek naar Engeland,
verjaagt daar zijn schoonvader Jacob II om zelf op 22 februari 1689 gekroond te
worden tot koning van Engeland. Bij die gelegenheid worden de koperen
kaarsenkronen uit de kerk van Naaldwijk overgebracht naar de Westminster Abbey
te Londen.
In 1691 keert Willem nog eenmaal terug naar Holland voor de totstandkoming van
het verbond tegen Lodewijk XlV, koning van Frankrijk. Zijn komst naar
Honselersdijk wordt een uitbundig gebeuren. Tengevolge van een val van zijn
paard overlijdt Willem III op 19 maart 1702 te Hamptoncourt. Hij ligt begraven
in de Westminster Abbey.
In vreemde handen.
![]() |
Frederik, koning van Pruisen ,
1702 - 1713. Na de vrij plotselinge dood van stadhouder-koning Willem III
ontstonden moeilijkheden over de erfenis. Er waren twee gegadigden: Frederik I van Pruisen en Johan Willem Friso, resp. kleinzoon en achterkleinzoon van Frederik Hendrik, maar omdat Frederik I de zoon was van de oudste dochter van Frederik Hendrik, meende hij de oudste rechten te hebben.In 1702 brengt hij zijn eerste bezoek aan Honselersdijk. In 1706 koopt hij de herberg 's Lands Welvaren aan, dat na verbouwing de naam kreeg " Het Wapen van Oranje". Het is het grote huis, schuin tegenover de Nederhof. Frederik I laat talrijke verfraaiingen aanbrengen, zowel in het huis als in de tuinen, en breidt de verzameling portretten sterk uit. Als Johan Willem Friso naar Den Haag komt voor de definitieve regeling van de erfeniskwestie, verdrinkt hij bij Moerdijk in het Hollands Diep in 1711. Bij de voorlopige regeling krijgt Frederik I alle Westlandse goederen toegewezen. |
|
Frederik Willem I, koning van
Pruisen 1713 - 1740. In 1720 brengt Frederik Willem, bijgenaamd de Soldatenkoning, een vluchtig bezoek aan Honselersdijk. Geheel in tegenstelling tot zijn vader, die zeer kunstlievend was, doet Frederik Willem I weinig of niets aan het onderhoud. Hij is er op uit zoveel mogelijk voordeel te trekken uit zijn bezittingen en laat zelfs een groot deel van de bossen rooien. Kostbare schilderstukken en fraai meubilair worden afgevoerd naar Berlijn. In 1732 wordt de erfeniskwestie definitief geregeld: alle Westlandse goederen vallen toe aan het Pruisische koningshuis. |
|
![]() |
Frederik II de Grote, koning
van Pruisen 1740-1754. De verwaarlozing van het Hof te Honselersdijk gaat
mogelijk nog grotere vormen aannemen. Het gehele complex is totaal verwaarloosd. In 1754 doet Frederik II afstand van al zijn bezittingen in de Nederlanden ten behoeve van Willem V, geboren in 1748 en kleinzoon van Johan Willem Friso. Met deze overdracht is een bedrag gemoeid van 700.000 gulden, terwijl voor de oude meubelen op de Oude Hof in Den Haag en op het Huis Honselersdijk nog eens 5000 gulden extra betaald moet worden. |
De late Oranjes.
|
Willem V, 1754 - 1795, geboren
op 8 maart 1748 te Den Haag, was een zoon van Willem IV, en Anna van
Hannover, ook wel Anna de Gouvernante genaamd. Zij koopt voor hem , hij was
toen 6 jaar, de vroegere Oranjebezittingen aan voor een bedrag van 700.000
gulden. Twee jaar later, in 1756, volgt de afbraak van het Domeinkwartier, de Orangerie en een gedeelte van de Nederhof, waarvan het sloop materiaal wordt verkocht naar 's-Gravenzande voor de vernieuwing van de buitenplaats Zuidwindt. In de zestiger jaren werden de restanten van de vroegere lusthof weer opgeknapt en bewoonbaar gemaakt voor prinses Carolina, zuster van Willem V, die gehuwd was met Karel Christiaan van Nassau-Weilburg. Ze moesten wel hun eigen meubelen meebrengen. Willem V vertrekt in 1795 naar Engeland en hij sterft op 9 april 1806 te Brunswijk |
|
In de Franse Tijd heeft het hoofdgebouw dienst gedaan als
staatsgevangenis, militair hospitaal, cadettenschool en opleidingsschool voor
militairen.
Koning Lodewijk Napoleon is er verschillende malen op bezoek geweest.
![]() |
Willem VI 1813 - 1815 heeft weinig genoegen beleefd
aan zijn bezittingen in het Westland, zijn inhuldiging als Heer van
Naaldwijk, Honselersdijk en het Honderdland ten spijt. In 1814 wordt een onderzoek ingesteld naar de toestand van de uitgewoonde gebouwen.
|
De nadagen van de Nederhof.
![]() |
Na het ineenstorten van het Napoleontische rijk stond er bij Honselersdijk een droevige rest van wat eens één van de mooiste gebouwen van de Hollandse stadhouders was. Het paleis was meer dan een eeuw lang verwaarloosd en slachtoffer van een oneigenlijk gebruik. Het park met afzonderlijke siertuinen geplunderd en vernield. Reeds in de 18e eeuw was de vernieling begonnen. Toen is het westelijke complex van dienstgebouwen staande aan de Dijkweg gesloopt, waardoor de symmetrie van Jacob van Campens compositie verloren ging. |
| De stenen van de sloop hebben gediend tot de bouw van de buitenplaats "Zuidwind" bij 's-Gravenzande. Na de sloop van het paleis en de westelijke helft van dienstgebouwen tegen over de Valbrug, bleef er slechts een schamele rest over van de vroegere pracht en praal, niettemin bleven de Honselersdijkers het restant aanduiden als "het Hof" Links van het poortgebouw was de rentmeesterswoning, bewoond (gratis) door de rentmeester Johan David Nicolaas van der Trappen, een familie die nog gedurende de gehele 19e eeuw een invloedrijke rol gespeeld heeft in de gemeente Naaldwijk. Genoemde rentmeester heeft een zeer belangrijke en waarschijnlijk lucratieve rol gespeeld in de afbraak van het paleis en de liquidatie van het grondbezit. Hij zelf kocht de grond rondom het gesloopte paleis op en kocht het gedeelte van de Nederhof dat nu nog aanwezig is. In 1815 werd het rentmeesterskwartier(het voorfront links en rechts van de poort) grondig opgeknapt. De twee torens verloren daarbij hun bovenverdieping. Het badhuis, het noordelijk deel van het bouwwerk werd verbouwd tot arbeiderswoningen, wat ze bleven tot aan het tijdstip van onbewoonbaarverklaring. |

Een foto genomen omstreeks 1900, toen de
bewaarschool nog in het Hof (links) was gevestigd.
De omgeving van het Hof, met name de Hofstraat, ondervond mede de gevolgen van het tenietgaan van het Huis Honselersdijk. Hier stonden in de glorietijd gebouwen die een nevenfunktie te vervullen hadden, o.a. drie herbergen. Ze boden onderdak aan mensen die voor allerlei zakelijke aangelegenheden tijdelijk in Honselersdijk verbleven, doch niet in aanmerking kwamen om op het huis, of in de bijgebouwen verblijf te houden. Het waren in volgorde van hun betekenis: de Prins van Oranje, later 's Lands Welvaren genaamd. Het gebouw diende levens als rechtshuis. Na de Franse tijd verloor de herberg niet alleen de funktie van rechtshuis, doch ook die van herberg. Een tweede herberg was "De Moriaan", de voormalig ijzerwarenwinkel van J. Gardien aan de Hofstraat. Het is nog tot diep in de 19de eeuw een herberg gebleven. Tenslotte was er nog de herberg, nog in het begin 1900 als café "Sport" van Nederpelt aanwezig. In de twintiger jaren werd er de zaadhandel "Hollandia" in gevestigd. Westelijk hiervan stonden in de vorige eeuw nog enkele bescheiden en oude gebouwtjes, met een bijzondere bestemming. Eén er van was het schoolgebouw van de openbare lagere school annex onderwijzerswoning. Het tweede gebouwtje was het"schuthok". Dat was een ruimte, waarin loslopend en opgevangen vee "geschut" werd, in afwachting tot de betaling van een boete door de eigenaar er van. Het heeft tot 1893 daar ter plaatse gestaan. Enigszins achteraf stond nog een derde gebouwtje, de bergplaats van de brandspuit . Het stond blijkbaar wat moeilijk bereikbaar, want in de raad van Naaldwijk werd in 1875 een voorstel behandeld een nieuwe brandweerkazerne te bouwen naast het schoolgebouw, het zou dit laatste dan tevens tot steun kunnen dienen! Erg solide was het schooltje blijkbaar niet.
| Op 12 mei 1826 verkoopt de rentmeester Van der Trappen het door hem bewoonde huis aan de kastelein-landbouwer Christoffel Boech, die het gedeelte wat zich langs de Hofstraat uitstrekte, inrichtte tot een boes of koestal. Drie jaren later in 1829 verkoopt hij deze boes echter weer en wel aan de gemeente Naaldwijk, om de bestemming openbare lagere school met onderwijzers woning te krijgen. Het oude schooltje was onvoldoende bevonden. |
|
De openbare school bleef in de voormalige boes gehuisvest tot 1875 in welk jaar een nieuwe school gesticht werd aan de Dijkstraat op een perceeltje grond aangekocht van de heer W. Steenks. Het oude schooltje werd ingericht tot brandweerkazerne annex arrestantenlokaal. De hoofdonderwijzer bleef echter wonen in het meest westelijke deel van de voormalige boes. De hoofdonderwijzers bleven hier wonen tot er een nieuwe school met onderwijzerswoning gebouwd werd aan de Molenlaan. Voornoemde Boech wendt zich in 1834 tot de burgemeester van Naaldwijk met het plan het poortgebouw grondig te verbouwen. Bij het gemeentebestuur en bij de bevolking rezen hiertegen bezwaren. De twee klokken zouden verdwijnen evenals de tijdaanwijzing. De raad besloot de klokken en het uurwerk aan te kopen en op het dak van de school een torentje te bouwen waar een en ander weer een plaats zou kunnen vinden en Honselersdijk niet verstoken zou zijn van een openbare tijdsaanwijzing en een brandklok. Op minder duidelijke gronden is het plan niet doorgegaan en bleef de oude toestand gehandhaafd. Deze ingrijpende schending van het oude aanzien is de Nederhof gelukkig bespaard gebleven.
![]() |
Een volgende aanslag was echter het schuin afsnijden van de zuidoosthoek van de zuidelijke hoektorens toen in 1883 de trambaan van de W.S.M. door de Hofstraat moest worden gewrongen. Deze schending is tijdens de recente restauratie gelukkig weer verdwenen. Niettegenstaande genoemde maatregel had de tram het in de Hofstraat toch nog wel eens moeilijk en ontspoorde nog wel eens. Eens reed de locomotief zelfs tegen de voorgevel van café Bij 't Hof. In 1912 verdween de trambaan uit de Hofstraat. |
Deze zakte daarna af van de Nieuweweg naar de Dijkweg bij villa Nova, het
woonhuis van dokter Snellen van Vollenhoven, nu dokter Vader.
Er werd een tramhaven gegraven om in de behoefte aan los- en laadruimte te
kunnen voorzien. Het veilingwezen was stevig in opmars. Aan de Hofstraat was een
nieuw veilinggebouw verrezen, later kisten fabriek van Bodegraven. De handel had
er belang bij dat exportproduktie ter plaatse in spoorwegwagens kon worden
verladen. De W.S. M. lijn die voorheen eindigde aan de Dijkweg te Naaldwijk,
werd met een boog westelijk om Naaldwijk gelegd en doorgetrokken naar Maassluis,
wat het overgangsstation naar het net van de landelijke spoorwegen werd. In de
tuinbouw nam het gebruik van steenkolen en cokes sterk toe. Deze werden in
spoorwegwagons aangevoerd en overgeladen in schuiten om zo de weg naar de
tuindersbedrijven te vinden.
Ter gelegenheid van het graven van deze haven stuitte men op de fundering van
het Huis Honselersdijk en daardoor mede op die van het oude kasteel van de heren
van Naaldwijk. Helaas was toen de archeologische belangstelling nog zo gering
dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden.
![]() |
Wanneer in 1874 er een nieuw
schoolgebouw aan de Dijkstraat gesticht wordt, gaan er stemmen op de
vrijkomende ruimte te bestemmen voor een openbare "bewaarschool"
De bewaarschool te Honselersdijk bleef tot 1911 in het Hof gevestigd, in welk jaar de raadsmeerderheid besloot de kleuterscholen van gemeentewege geëxploiteerd, op te heffen. De vrijkomende ruimte werd bestemd tot brandweerkazerne. Nog even terug naar Boech, de twee woonhuizen aan weerszijden van de poort waren in zijn bezit. |
Deze transporteert ze in 1841 op zijn zwager Joh. de Bruin. Later komt het deel links van de poort aan Chr. van der Velde, verzwagerd aan de familie De Bruin. In de tweede helft van de eeuw als de Van der Velde's en De Bruinen als tuinders woningen stichten op hun tuinbouwbedrijven, raakt het bezit van de oude "paviljoenen" hoe langer hoe meer versnipperd. In 1926 tijdens de burgemeestersvakature van Modderman wordt aan de heer Lipman vergund er een fietsenwinkel in te vestigen, wat opnieuw een aanslag betekende op het aanzien van het oude poortgebouw.
![]() |
Bij het ingrijpend
sloopgebeuren van 1756 werden de zijvleugels van de Nederhof tot meer dan de
helft ingekort. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is het verval sterk toegenomen. Pogingen in 1960 van het studentendispuut Tartaros uit Delft om gelden voor een eventuele restauratie in te zamelen hebben weinig tastbaar resultaat gehad. |
|
Ten einde raad en met de bedoeling een beslissing te
forceren heeft oud burgemeester J. de Bruin van Naaldwijk zich in verbinding
gesteld met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist. Dit bezoek daar had tot resultaat, dat een restauratie van de Nederhof tot de mogelijkheden behoorde als de bestemming zou kunnen zijn gezinsvervangend tehuis. Onder leiding van architect Jan Walraad uit Brielle werd door het aannemersbedrijf Woudenberg uit Ameide in het jaar 1976 de restauratie ter hand genomen en voltooid. Het architectenbureau Van der Gaag was belast met de aanpassing en de inrichting van het inwendige; het mag dan ook geen verbazing wekken, dat er ter wille van de bestemming concessies bij de restauratie gedaan moesten worden. |
![]() |
|
Eind maart, begin april 1977
is de Nederhof betrokken door de 24 bewoners, die hier een riant onderkomen
hebben, hun aangeboden door de Stichting Gezinsvervangend Tehuis Westland.
7 Juni 1977 heeft Prinses Margriet, nazaat van de bouwheer Frederik Hendrik, de Nederhof geopend door de onthulling van een wandschildering van Matthieu du Bus, de enige die uiteindelijk ter plaatse het verval heeft overleefd. |

Links zien we Huize Endeldijk en rechts Huize Stompersdijk.
Bovenstaande informatie komt van de
website: Honselersdijk en de Honselersdijkers,
van Jan de Bruin,
klik hier voor een bezoek aan deze website.
![]()
‘Cultureel erfgoed’ wordt gekoesterd:
‘Dit mag ‘t nageslacht niet missen’
Natuurlijk ligt er ook een originele veilingschuit in een echte Westlandse vaart.
Honselersdijk - Tuinbouw was en is de grote inkomstenbron in het verleden en in het heden van het Westland. Tegenwoordig is alles computergestuurd, maar ten tijde van onze opa’s, grootvaders en overgrootvaders ging het er allemaal heel anders aan toe. Op welke wijze er in de 17e eeuw en in de eeuwen die volgden komkommers, bloemen en druiven werden geteeld, is te zien in de Historische Tuin die vanaf vandaag, donderdag 18 mei, officieel is geopend. De Tuin maakt deel uit van het Westlands Museum. ‘Een cultureel erfgoed dat het nageslacht niet mag missen’, zo bestempelt museummedewerker Van Eendenburg de tuin die hij samen met zo’n tien vrijwilligers in twee jaar tijd heeft opgebouwd.
Een groene deur leidt naar het pad van het verleden.
Aan de linkerhand is een blauwe brug te zien, waaronder een veilingschuit
ligt aangemeerd. De donkerbruine, platte schuit geeft aan hoe het transport in
het verleden naar de talloze veilingen in het Westland verliep.
Aan de rechterhand is een overdekte ruimte die met recht het rommelhok wordt genoemd. ‘Als ik eens wat beter selecteer, zou hier niet zoveel troep staan’, aldus Van Eendenburg. Hij haast zich te zeggen: ‘Maar ik vind die oude spullen die we her en der vergaren nu eenmaal zo prachtig. Ik ben net een rat.’ Na vertederd naar de ‘rotzooi’ te hebben gekeken, volgt er een rondleiding door de schuur. ‘Het is een schuur die van oude planken is opgebouwd en waarbij ook de schaftkeet niet ontbreekt.’
Terwijl Van Eendenburg dit vertelt, struikelt de sportief uitziende veertiger bijna over oude, ijzeren schoffels, zonken gieters, houten kruiwagens en andere historische voorwerpen. Het is de bedoeling dat de schuur op den duur geheel in stijl wordt ingericht.
Hobbel.
‘Kijk, deze houten sorteerzeef is een hobbel’, zegt Van Eendenburg
enthousiast. ‘Hiermee werden aan het begin van deze eeuw de kleine tomaten van
de grote gescheiden.’ ‘En dit is een ijzeren lootbus die in de 18e eeuw dienst
deed als nummertjesapparaat, loten om wie er het eerst voor de klok mocht. En
weet je waar deze grappige stenen potjes, een soort van eierdopjes, voor werden
gebruikt? Daar verpakten ze vroeger aardbeien in, de zogenaamde aardbeienpotjes
die opeen werden gestapeld en vervolgens in eigengemaakte houten kistjes werden
vervoerd.’
Zeventiende eeuw.
De deur van de schuur valt zachtjes achter Van Eendenburg in het slot. De
weg in de Historische tuin met een oppervlakte van 5000 vierkante meter wordt
vervolgd. ‘Dit is de tuin zoals wij die kennen uit de zeventiende eeuw’, vertelt
Van Eendenburg. Hij wijst naar een tuintje waarin diverse kruidenplantjes staan
geplant. Toen was men nog nauwelijks op de hoogte van het bestaan van groente.
In latere tijden werden de kruiden ingeruild voor fruit. Dat was in de periode
dat men had ontdekt dat je van fruit geen scheurbuik kreeg. En dit is een
glasklok, de voorloper van de kas. Je ziet dat er maar een paar kropjes sla
onder passen.
Muurkas.
‘Weer wat later in de tijd werd de muur ontdekt waartegen men kon telen en
waarmee tevens de andere producten in dezelfde tuin werden beschut.’ Met
langzame passen vervolgt Van Eendenburg zijn weg. ‘Je ziet dat alle producten,
ook in de verschillende kassen, lange tijd werden geteeld in de aarde, nu
gebeurt dat bijna niet meer. Er wordt veelal gewerkt met substraten waarbij het
voedsel van de plant vrijwel geheel via een computer wordt geregeld.
Eisen.
Niet alleen de wijze waarop wordt geteeld is veranderd, ook worden er
vandaag de dag andere eisen aan producten gesteld en ligt de productie enorm
hoog. Van Eendenburg: ‘Vroeger ging het ook niet allemaal van een leien dakje,
maar in deze tijd zou ik persoonlijk niet graag tuinder willen zijn. Het is een
hard bestaan waarbij je een hoop investeert (niet alleen geld) en waarbij er
weinig tijd overblijft voor andere dingen.
Met een weemoedige blik kijkt de ‘historisch tuinman’ naar een hedendaagse
tuinder van de overkant van een sloot. Hij zegt: ‘Ik ben gek op het Westland met
haar prachtige tuinders historie, een cultureel erfgoed dat vooral de jeugd niet
mag missen.’
Authentiek.
Overigens zijn alle opstanden in de tuin authentiek. Op diverse plaatsen in
het Westland zijn lessenaars, kop- en kniekassen zorgvuldig afgebroken en na
restauratie van de onderdelen weer opgebouwd in de historische tuin. Ook de
gewassen die geteeld worden zijn zoveel mogelijk ‘oude rassen’. In het Westlands
Museum is een wisseltentoonstelling ingericht, waar aan de hand van foto’s en
maquettes wordt uitgebeeld hoe de historische tuin tot stand is gekomen. Het
komende weekeinde zijn er extra attracties. Zo zullen imkers de oude techniek
van bijenkorven vlechten demonstreren. De tuin is geopend van dinsdag tot en met
zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Het komend weekend is de tuin ook op zondag
geopend van 14.00 tot 17.00 uur.
Route door de tuin uitgezet.
Honselersdijk - Door de historische tuin is een wandelroute uitgezet. Wie deze
volgt krijgt het beste overzicht van de geschiedenis van de Westlandse tuinbouw.
Via de tuindersschuur loopt men naar de oude tuin van 1650, de boomgaard, de
bessenhoek, de rachelschuur en de tuinmuur om via de lessenaar en de kopkas het
kwakeltje te passeren richting watertoren. Na de A-kas komt men het ketelhuis
tegen, de kniekas en de ramen van het warenhuis om via het platte glas naar de
uitgang te lopen.
Er is een boekje te koop, waarin uitgebreid tekst en uitleg wordt gegeven van alle onderdelen van de tuin.
Uit: Westland Post Donderdag 18 mei 1995
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol
Hieronder een aantal foto's genomen in het Westlands Museum.


![]()
![]()
Het verdwenen dorpsplein van Honselersdijk
Plannen voor een andere Nederhof volgens een tekening uit 1638.
Honselersdijk - Frederik Hendrik is sinds enige tijd geëerd met een eigen monument in Honselersdijk. Het is geen standbeeld dat voor de Nederhof staat, want Frederik Hendrik zit, maar het blijft een hele eer om na zoveel eeuwen nog door de bewoners van een dorp te worden herinnerd, alleen maar omdat je er een nogal flink buitenhuis had staan.
Aan de geschiedenis van het buitenhuis van stadhouder Frederik Hendrik en de inwoners van Honselersdijk is onlangs weer een hoofdstukje toegevoegd. Mevrouw M. Prins-Hoogendam schrijft in het Historisch Jaarboek Westland 1993 over het verdwenen dorpsplein van Honselersdijk.
Dat dorpsplein werd opgeslokt door het tuingebouw dat halverwege de 17de eeuw aan het lustslot van Honselersdijk werd toegevoegd en nu bekend is als de Nederhof. Dat opslokken ging netjes genoeg, want de Dijkenaren die hun huis uit moesten voor deze uitbreiding, kregen een splinternieuwe woning. Vijf op een rijtje werden er gebouwd, aan wat weinig dorps de Prinsengracht werd genoemd.
Enige tijd geleden is in het Algemeen Rijksarchief een kaart gevonden uit 1640. Op die kaart was de oude situatie getekend met de nieuwe plannen voor het tuinhuis annex personeelsonderkomens in stippellijntjes eroverheen. Ook in stippellijntjes staan vijf huizen aan de Prinsengracht, naast de Valbrug. Vijf huizen waarvan werd aangenomen dat ze werden gebouwd als gastenverblijven of logementsgebouwen.
Dat er huizen moesten worden afgebroken om de bouw van de Nederhof mogelijk te maken was al eerder bekend. De acht namen van de mensen die hiervoor moesten wijken stonden ook al vermeld in het door prof. R. Meischke boven water gebrachte bestek van 11 januari 1640, waarop aannemers konden inschrijven.
Het ging onder andere om wielmaker Gerrit Corneliszoon, bakker Cornelis Jacobszoon, schipper Philip Huybert, smid Cornelis Gerritszoon en timmerman Dirk de Milde. Vooral die laatste is geen onbekende. Dirk de Milde heeft namelijk heel wat klussen geklaard in dienst van Frederik Hendrik, waaronder de preekstoel voor de predikzaal in de Nederhof, nu als kansel dienst doend in de Hervormde Kerk van Wateringen.
Vogelvluchttekening.
Ook het huis van aannemer Symon van Catshuysen, rentmeester van de stadhouder,
moest sneuvelen. Duidelijk is dat dit geen absolutistische beslissing was over
de hoofden van de arme bevolking heen. Aannemer Van Catshuysen vond het
waarschijnlijk best dat hij zelf zijn nieuwe huis mocht bouwen tegenover het
nieuwe tuinhuis.
Hoe een eerder plan voor een oostelijke uitbreiding van het lustslot eruit zag is ook bekend. Een vogelvluchttekening van Balthasar van Bercken-rode laat zien hoe een dienstgebouw had kunnen worden neergezet zonder dat het oude dorpsplein plaats had hoeven maken. Dat zou een zeer knus geheel hebben opgeleverd van zeventiende eeuwse barok tegenover laatmiddel eeuwse huizenbouw. Het zou de oorspronkelijke kronkelige waterlopen ook intact hebben gelaten.
Mevrouw Prins vindt het in haar artikel in het Historisch Jaarboek overigens alleen maar jammer dat ze niet het hele dorp hebben afgebroken en een eindje verder weer opgebouwd. Waar we nu mee zijn opgescheept is een rechthoekig, door grachten doorsneden dorpsplein, dat een nogal benauwde situatie oplevert.
Voorkant.
Het feit dat de gracht waar de Valbrug overheen is gebouwd later tot stand kwam
dan de vijf nieuwe huizen, die tegelijkertijd met de Nederhof werden gebouwd,
kan duiden op de wens van Frederik Hendrik om Honselersdijk een nieuw dorpsplein
te schenken. De nieuwe huizen stonden niet voor niets met hun voorkant naar de
Nederhof toe. Die gracht kwam er dus toch, vermoedelijk rond 1700, met de
inderdaad tamelijk benauwende gevolgen van dien.
Wanneer de oude dorpskern bewaard zou zijn gebleven zouden deze huizen overigens net zo zijn aangepast aan nieuwe eisen als de huizen die wel konden blijven staan, terwijl de Nederhof werd gebouwd. De huizen aan de Prinsengracht zijn meer intact gebleven dan de oudere huizen, die de bouw van de Nederhof wel overleefden.
In het bestek van 11 januari 1640 staat dat de Nederhof op 1 maart 1641 af moet zijn en de vijf nieuwe huizen voor 1 november 1641. Werden die data niet gehaald, dan zou de aannemer 1500 gulden minder krijgen dan het afgesproken bedrag. Als alles wel op tijd klaar zou zijn, dan mocht de aannemer, als beloning, iets maken en leveren aan de stadhouder persoonlijk.
Zoals de huizen er nu nog staan is er wel wat veranderd sinds de bouw in 1641. Er zijn een paar huizen in tweeën gedeeld en naar achteren uitgebouwd. Het eerste pand is nog steeds een geheel, maar stond een tijd lang vast gebouwd aan een inmiddels gesloopt hoekpand aan de Dijkstraat. Met name het tweede pand heeft nog veel overblijfselen van de oorspronkelijke bouw. Wim Duyvestein van de werkgroep Oud-Monster heeft metingen verricht aan de hand waarvan hij een reconstructie heeft kunnen maken van hoe de vijf huizen aan de Prinsengracht er oorspronkelijk moeten hebben uitgezien.
De bouw van de huizen kwam op rekening van de aannemer, terwijl de grond in bezit bleef van Frederik Hendrik. De band van de vijf huizen met de Nederhof wordt nu weer nieuw leven ingeblazen door de plaatsing in de Nederhof van een eikenhouten bedstedenschot uit een van de huizen.
Het oorspronkelijke zeventiende eeuwse schot werd gevonden bij onderzoek van de latere bedstedewand van een van de panden. Het schot behoefde nogal wat restauratie vanwege vijf verflagen bovenop de oorspronkelijk verflaag en vanwege het storten van een betonnen vloer tegen de onderzijde van het schot aan.
Het gerestaureerde schot wordt, gesubsidieerd door de gemeente Naaldwijk, binnenkant bevestigd aan een hoge muur in de zuidvleugel van de Nederhof achter het hoekpaviljoen.
Door: Ton van der Scheer Uit: Westlandsche
Courant Dinsdag 23 november 1993
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol
![]()
FREDERIK HENDRIK HIELD ZEER VEEL VAN HONSELERSDIJK
Honselersdijk - Toen Frederik Hendrik het oude kasteel in het gehucht Hontsholredijck kocht moest hij daar niet minder dan 360.000 gulden voor neertellen. Niet mis wanneer men bedenkt dat die koop in 1612 werd gesloten. En wat kocht hij daar nu helemaal voor? Tot zijn dood in 1647 moest er worden gewerkt door handwerkslieden en beeldende kunstenaars om van de vervallen burcht een waar lustslot van te maken.
Frederik Hendrik, die in 1625zijn halfbroer prins Maurits opvolgde als stadhouder, was met zijn gedachten dan ook vaak in het Westland. Zelfs terwijl de kogels hem om de oren vlogen tijdens zijn talrijke veldtochten tegen de Spanjaarden, hield hij zich bezig met de aanleg van de tuinen, de schilderingen op de muren en de sculpturen die door bekende beeldhouwers werden vervaardigd.
Ook toen Frederik Hendrik voor de eerste keer als de nieuwe ambachtsheer naar het Westland kwam vonden de hoge heren van Naaldwijk en Honselersdijk, dat de prins van Oranje een eerbetoon moest krijgen. Zoals uitgebreid staat te lezen in "Het huis Honselaarsdijk' door Th. Morren. 'Een vereering' zoals dat toen heette. Een formidabele intocht met veel feestelijkheden, zoals prins Maurits een tijdje eerder in Monster te beurt was gevallen, werd het echter niet. Baljuw, schout en schepenen kregen te horen dat het Frederik Hendrik 'aengenaem soude zijn mistdat sulcx geschieden mochte sonder vele ceremonien ende oock mede onnutte costen van maeltijden ende anderssints'.
KASTEELHEER.
Frederik Hendrik had, met andere woorden, liever het geld. De plichtplegingen
mocht men houden. Het werd een som geld van 4000 gulden, waaraan door alle
vermogende huisgezinnen van Naaldwijk en Honselersdijk moest worden bijgedragen.
Een aantal ontevredenen vond dat de hoge heren dat zelf maar moesten betalen. Zo
populair was de nieuwe kasteelheer dus ook weer niet. De actievoerders gingen
met hun grief zelfs naar de Staten van Holland, maar de hoge heren in Den Haag
vonden natuurlijk ook dat ze gewoon moesten meebetalen aan Frederik Hendrik.
Het kasteel in Honselersdijk stond er al tenminste drie eeuwen, toen Frederik Hendrik het kocht. In de late middeleeuwen was het door graaf Willem IV van Holland, Zeeland en Henegouwen verkocht aan Diederik van Brederode, die het overdroeg aan zijn schoonzoon Jan van Polanen. Diens kleindochter Janne van Polanen was weer getrouwd met Engelbrecht van Nassau, zodat het leengoed door erfopvolging aan de prinsen van Nassau kwam.
Toen Frederik Hendrik het kasteel en de landerijen kocht deed prins Maurits ook de bijbehorende heerlijke rechten aan zijn neef over. Dat gebeurde echter niet meteen. Maurits liet wel eerst een paar functionarissen een kijkje nemen, zodat hij wist wat hij weggaf. Hun rapportage luidde als volgt. 'Het heerlijck huys off sloth van Honsholredijck met zijn grachten cingelen, plantagen, neerhoff (nederhoff! red.), boomgaerden, bloemen, cruythoff, duyfhuijs ende visscherije' bracht jaarlijks 500 ponden op.
VECHTLUSTIG.
Frederik Hendrik is voornamelijk bekend als de stedendwinger. Groenlo, Den
Bosch, Maastricht, Sittard, Roermond, Venlo en Breda zijn maar een enkele van de
steden, die hij op de Spanjaarden veroverde. Hoewel het vaak de grootste moeite
kostte om van de Staten van Holland toestemming voor zijn veldtochten te
krijgen, was de vechtlustige stadhouder voortdurend in gevecht gewikkeld. Al
vanaf 1600 (slag bij Nieuwpoort) liep hij mee in de staf van prins Maurits. a
1625 ging hij er stevig tegenaan in Twente, de Achterhoek, Brabant, Limburg en
Zeeuws-Vlaanderen. Hij zou zelfs nog veel meer op de Spanjaarden hebben kunnen
veroveren als hij niet was tegengewerkt door Amsterdam, dat een herovering van
handelsconcurrent Antwerpen helemaal niet zag zitten.
Als hij eventjes niet aan het hoofd van de legerscharen tegen zwaar ommuurde steden optrok, was Honselersdijk zijn favoriete rustoord. Kosten noch moeite werden gespaard om er een gerenommeerde buitenplaats van te maken. De beste architecten van de zeventiende eeuw werden naar het Westland gehaald. Jacques de la Vallée, Jacob van Campen en Pieter Post, die ook de architect was van Huis Ten Bosch, werkten aan het huis. De boel werd grondig afgebroken en geheel herbouwd. Alleen de grondslagen van het oude kasteel bleven over.
FRANS SPIEGELGLAS.
Het werd een veel comfortabeler huis met een tuin er om heen en een park
daar weer om heen. Niet meer van die ongezellige dikke muren en piepkleine
venstertjes, zoals in het oude kasteel, maar ramen met lekker grote vierkante
ruiten van zogenaamd Frans spiegelglas. Beroemde schilders kregen opdrachten om
schilderijen te maken en om muurschilderingen te vervaardigen op plafonds, in
trappenhuizen, boven schoorstenen. Hofschilder Gerard van Honthorst maakte veel
portretten, Rembrandt leverde voor 1244 gulden twee schilderijen voorstellende
de begrafenis en de verrijzenis van Christus, jachttaferelen, landschappen,
geschilderde bloempotten, die nooit water hoefden te krijgen om in bloei te
blijven.
Frederik Hendrik liet zich door zijn vrouw Amalia van Solms en zijn goede vriend Constantijn Huygens uitgebreid op de hoogte houden. Terwijl hij Bergen op Zoom aan het belegeren was en ook nog de nodige jichtaanvallen moest verduren, liet hij noteren hoe de tuin er moest gaan uitzien. Ook kwam hij daar de Antwerpse schilder Thomas Willeborts tegen. Die schilderde voor zijn huis in Honselersdijk vooral veel figuren uit de klassieke mythologie: Dido, Venus en Adonis, Venus en Mars, Flora, Europa en Andromeda. Venus en Mars, godin van de liefde en god van de oorlog waren zijn favorieten, want Paulus Bor uit Utrecht mocht dit tweetal ook nog eens beeldhouwen voor in de tuin.
Kosten noch moeite werden gespaard om van het oude kasteel een waar paradijsje te maken.
Er is nu allemaal niets meer van over. De schilderijen zijn naar andere huizen en naar andere musea verhuisd en de beelden hebben misschien ook nog wel een veilige bestemming gekregen. Maar de tuin en het park en het slot zelf, er is niets meer van over. Alleen de Nederhof staat er nog. Een bijgebouwtje eigenlijk. Maar Frederik Hendrik, teruggekeerd in Honselersdijk, weet nog wel hoe het er vroeger allemaal uitzag.
door: Ton van der Scheer
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol
![]()
Honselse Hervormde Gemeente in ‘t goud.
Uit: Westlandsche Courant Vrijdag 1 juli
1994
Een feestelijke muziekavond en een gedenkdienst met een sterk oecumenische inslag. Dat zijn de twee hoogtepunten in het komende weekeinde, waarmee het 50-jarig jubileum wordt gevierd van de Hervormde Gemeente van Honselersdijk. Beide bijeenkomsten worden gehouden in De Voorhof.
Honselersdijk - "Even heb ik nog gedacht: is er wel reden om feest te vieren? Het gaat tenslotte om een scheiding. Daaruit is deze kerk toch voortgekomen. Maar toen ik het enthousiasme van iedereen zag om het gouden feest te vieren, ben ik daar snel anders over gaan denken". Aan het woord Leen Lindhout. Jeugdouderling van de Hervormde Gemeente van Honselersdijk en voorzitter van de jubileumcommissie voor de viering van het feit, dat deze gemeente op 1 juli 1944, dus vandaag precies vijftig jaar geleden (anno 1994), werd opgericht. "Het gaat om een jonge gemeente met oude wortels", vertelt Lindhout. "De gemeenten van De Lier (Domkerk), Naaldwijk (Wilhelminaplein), Monster (Kerkepad), ‘s-Gravenzande (Noordwind) en Wateringen (Plein) zijn veel ouder. Honselersdijk telt twee Hervormde kerkgebouwen. In het gebouw "Achter de Bergen" komen de Hervormden die vrijzinnig georiënteerd zijn samen, het gebouw ‘De Voorhof’ wordt bezocht door de ‘rechtzinnig’ Hervormden. Beiden richtingen hebben hun wieg in Naaldwijk staan: in de ‘Oude Kerk’ aan het Wilhelminaplein. Tot diep in de vorige eeuw kerkten alle Hervormden in de gemeente Naaldwijk nog in dat prachtige historische gebouw". In de tweede helft van de vorige eeuw deed zich echter een scheiding voor. De prediking van een dominee werd door een deel van de kerkgemeenschap te vrijzinnig gevonden. Een flink aantal lidmaten heeft toen een eigen vereniging opgericht, de Nederlands Hervormde Evangelisatievereniging.
Eigen gebouw.
Die vereniging belegde samenkomsten in een eigen gebouw aan de Dijkweg, dat
al gauw ‘de Evangelisatie’ werd genoemd, Honselersdijkers, die zich tot die
rechtzinnige prediking voelden aangetrokken bezochten deze bijeenkomsten ook. Ze
wandelden ervoor naar Naaldwijk. Tot in 1926 Honselersdijk een eigen gebouw
kreeg in de Amalia van Solmsstraat. "De leden van de vereniging lieten zich niet uitschrijven uit de Hervormde
Kerk. Ze bleven in de boeken van de oude kerk van Naaldwijk staan", vertelt Leen
Lindhout. "Het had iets van een scheiding van tafel en bed. Geen definitieve
breuk, maar ze leidden voortaan wel elk hun eigen leven". Dat hield in dat de lidmaten recht bleven houden op de bediening van de
Heilige Doop en de deelneming aan het Heilig Avondmaal. Ook kon hun huwelijk
daar kerkelijk bevestigd worden. Van de andere kant behielden zij daardoor
natuurlijk ook hun financiële verplichtingen. Lindhout" "De Honselse Hervormden
die kerkten in de Amalia van Solmsstraat gingen voor de doop, het avondmaal en
het huwelijk naar Naaldwijk, maar ook wel naar Wateringen".
Gemis.
Veel Honselse lidmaten van de Nederlands Hervormde Gemeente (behorende bij
de ‘Oude Kerk’) te Naaldwijk voelden het in de jaren veertig toch steeds meer
als een gemis, dat er in Honselersdijk geen zelfstandige Gemeente bestond.
Vandaar dat zij op 12 november 1943 bij het Classicaal Bestuur van ‘s-Gravenhage
het verzoek indienden een eigen Gemeente te mogen stichten. De reglementen
voorzagen daarin, al ging het classicaal bestuur in deze kwestie beslist niet
over één nacht ijs. Zowel de Kerkenraad als het College van Kerkvoogden van de
‘Oude Kerk’ werden geraadpleegd, maar adviseerden afwijzende op het verzoek.
De Commissie voor predikantstraktementen adviseerde echter gunstig.
"De afstand Naaldwijk-Honselersdijk speelde bij de beoordeling een kleinere
rol dan de koers, die de nieuwe Gemeente zou varen. Het hoofdmotief voor de
eigen Gemeente was volgens de oude kerkbestuurders de rechtzinnigheid", aldus
Lindhout. "Maar het classicaal bestuur bespeurde ook een duidelijke drang naar
zelfstandigheid. De Rooms Katholieken en de gereformeerden hadden immers al lang
een eigen kerkelijk leven in Honselersdijk. Dat wilden de Hervormden ook.
Bovendien was er een school- en verenigingsleven en bestond er een eigen
middenstand. Daar kwam bij, dat de Hervormde Gemeente van Naaldwijk best twee
predikantsplaatsen kon financieren".
Zelfstandig.
Daaruit concludeerde de classis, dat "de stichting van een zelfstandige
gemeente Honselersdijk in een behoefde zou voorzien en in den aard der gemeente,
volstrekt niet alleen uit richtingsoogmerken, is gelegen". Zo kreeg
Honselersdijk met ingang van 1 juli 1944 zijn zelfstandige Hervormde Gemeente. Een van de lidmaten in Honselersdijk die dat mee heeft gemaakt is W. De
Zeeuw. Hij heeft over zijn ervaringen geschreven in het Hervormde kerkblad
‘Kerkkompas’, dat elke drie weken verschijnt.
De Zeeuw gaat in zijn artikeltjes in op de geschiedenis van de Gemeente, zich
verhalen herinnerend over het gebouw aan de Amalia van Solmsstraat. "De historie
vermeldt dat de dienst lang duurde en het er bovendien heel koud was, dat men
nog geen verwarming had aangebracht", zo schrijft hij. Hij herinnert zich
nog hoe het bordje op het gebouw, dat in 1927 werd aangebracht en waarop stond
vermeld ‘Hervormd Evangelisatiegebouw’ werd verwijderd om plaats te maken voor
een nieuw bord, waarop nu kwam te staan: Hervormde Kerk. Ouderlingen, diakenen en financiële commissie werden gekozen en men kon gaan
denken aan een eigen predikant. De eerste voorganger was G. Koerselman, die was
opgeleid als zendingsleraar. Vandaar dat hij na de oorlog al gauw naar Indië
vertrok. Ds. D.C. van Wijngaarden uit Hooge en Lage Zwaluwe die in december 1945 het
beroep naar Honselersdijk aannam, vertrok alweer in 1948 naar IJmuiden.
De eerste Hervormde Kerkenraad poseert voor de fotograaf: staand van links naar rechts: A. Baars, W. F. Lange, P. Lindhout, Jan Boerman, Henk Valstar. Zittend: Jan voorberg, Jac. Breukel, A. J. Mostert, ds. D. C. Van Wijngaarden, Jacob Koole, Jaap van der Meer, Paul van Rossum.

Ds. D. C. van Wijngaarden op de kansel in 1945
Foto's familiearchief: D.C. van Wijngaarden IV, Almere 29 mei 2009
Ds. A. Sluiter, gekomen uit het Frisse Midlum, deed in datzelfde jaar zijn intrede in Honselersdijk, waar hij zestien jaar zou blijven. "Zo groeide langzaam de oude evangelisatie uit tot een Gemeente. Het waren jaren van opbouwen", aldus De Zeeuw. Nog onder leiding van ds. Sluiter - die in 1964 godsdienstleraar aan een school in Bussum werd - was er een bouwfondscommissie gevormd met het doel in de toekomst te komen tot de stichting van een nieuwe kerk. Het oude kerkje was voor diverse dominees daarna zelfs een reden om voor een beroep te bedanken. "Het feit echter dat er serieuze plannen bestonden om tot de bouw van een nieuwe kerk over te gaan, gaf tenslotte bij dominee F. Brouwer juist de doorslag en in februari 1965 deed deze zijn intrede in het (kerk)gebouw aan de Amalia van Solmsstraat".
Gedenkwaardig.
Zo werd zondag de 18e augustus 1968 een gedenkwaardige dag, want toen is de
laatste dienst in het kerkje aan de Amalia van Solmsstraat gehouden.
Twee dagen later volgde de opening van de nieuwe kerk, die aan de Dijkstraat
gebouwd was naar ontwerp van de architecten Key en van de Akker. Uit de vele
namen, die de Gemeenteleden voor de nieuwe kerk hadden bedacht, is de naam ‘De
Voorhof’ gekozen. Het waren volgens De Zeeuw beslist ‘zeven vette jaren’, die ds. Brouwer in de
Gemeente werkzaam bleef. "Volle kerken en een enthousiaste Gemeente, die mede
dankzij haar offervaardigheid de financiële commissie in staat stelde een extra
bedrag van haar, bij de nieuwbouw aangegane leningen, af te lossen". In oktober
1973 deed ds. H.B. van ‘t Hof uit De Kaag zijn intrede in Honselersdijk.
Een groeiende oecumenische gezindheid in Honselersdijk maakte het mogelijk,
dat de Rooms-Katholieken, toen hun kerk moest worden verbouwd, een paar maanden
lang in De Voorhof konden kerken. Ook maakten Katholieken een tijdlang deel uit
van een catechisatiegroep, die met medeweten van de pastoor bijeenkwam. De
omgang met de vrijzinnigen was aanvankelijk wat moeizamer. Ds. Van ‘t Hof is in 1978 naar Leiden vertrokken waar hij geestelijk
verzorger werd van het Diaconessenziekenhuis, aldaar. Daarop deed ds. G. J. D.
Versteegh uit Tiel zijn intrede in de Gemeente. Een jaar nadat hij met vut is
gegaan en naar Rijswijk vertrok, vestigde ds. H. Van Schaik, afkomstig uit Buren
zich in Honselersdijk.
Zijn hoop, dat ook de jongere generatie, ‘die tussen 1944 en 1994 het
levenslicht mocht aanschouwen’, deze belangrijke mijlpaal in de historie van de
Hervormde Kerk niet achteloos voorbij zou gaan, gaat met het komende feest in de
Voorhof in vervulling.
Feest.
Samen met Gerda van de Wetering en Gerard Looije heeft Leen Lindhout een
feestelijke viering voorbereid die klinkt als een klok. Morgen, zaterdag 2 juli,
begint het gouden jubileumfeest om acht uur met een muzikale avond. Daaraan
werken de Honselse koren en Honsels Harmonie mee. Zowel de vrijzinnig Hervormde,
Gereformeerde als Katholieke inwoners van Honselersdijk nemen door
Kraaijeveld-Knoppert declameert en Alexander Prins bespeelt het orgel. De zondag (3 juli) staat in het teken van een gedenkdienst uit dankbaarheid.
Die dienst begint om kwart voor tien en wordt samen met de Gereformeerden
gevierd. Dominee H. Van Schaik gaat voor, terwijl de dienst muzikaal wordt
omlijst door Bram Meijboom, orgel, J. Van Reeven, trompet en Rianne Kuipers,
solozang.
Na afloop van de gedenkdienst is er gelegenheid om onder het genot van een kop koffie herinneringen uit te wisselen. En dat zullen er, gezien de rijke geschiedenis van de kerk, ongetwijfeld vele zijn.
![]()
Mw. M. Prins-Hoogendam
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol
In Honselersdijk zijn twee schuilkerken bekend: de boerderij met de naam "De Lage Doortoge" in de Bospolder en de boerderij van de fam. C. van Schie aan de Middelbroekweg. We kennen deze plaatsen uit het prekenboek van pastoor Franciscus Verburch. Pas wanneer de mensen worden betrapt bij de uitoefening van hun geloof en het tot een rechtszaak komt, vindt men in de rechterlijke archieven namen en plaatsen plus de strafmaat vermeld. In Honselersdijk zijn we tot nu toe geen rechtzaken tegengekomen, zodat we het moeten doen met de aantekeningen van pastoor Verburch, die vooral in 1647 en 1648 zijn gemaakt. De boerderij van C. van Schie staat op een zeer oude plek. Al in 1620 vinden we in het kaartboek van Naaldwijk een boerderij getekend met twee hooibergen. De toenmalige eigenaar was Cornelis Vrancken. Volgens de gegevens in het kaartboek was de boerderij groot 38 morgen en bewerkte men nog 12 morgen huurland. Dat is in totaal ongeveer 45 ha. De naam die later is bijgeschreven vermeldt ene Jan Vrancken en in de tekst vinden we ook Jan Vrancken van Rijt. In het prekenboek staat "Gerrit Vrancke in den Broec", en omdat er aan de Broekweg geen andere Vranckens wonen, mogen we aannemen dat dit de boerderij was, waar schuilkerkdiensten werden gehouden. Gerrit Vrancken was eigenaar en kon dus zelf beslissen, wat er op zijn boerderij gebeurde. Op dezelfde plaats staat nog steeds een boerderij. Door een brand in 1987 heeft het pand veel aan oude schoonheid ingeboet. Er moeten echter nog zeer oude delen in het overgebleven gedeelte aanwezig zijn.
De Lage Doortoghe en De Hoge Doortoghe waren twee oude grote boerderijen in
de Bospolder. Ze lagen tussen Kleine Gantel, Gantel en de Zwartendijk. In het
Kaartboek van Naaldwijk dragen ze beide de naam "Dortwech". Op de kaart van
Kruikius heten ze Hoge en Lage Doortoge. De naam komt waarschijnlijk voort uit
het feit, dat men bij de overstroming van de Gantel daar een doortocht kon
vinden naar de weg van Naaldwijk naar Monster. De twee boerderijen zijn zeer
oud. Beatrijs, de dochter van Dirc van der Doortoge, werd in 1323 met de
boerderijen beleend. Door vererving komen ze achtereenvolgens in handen van de
fam. Van Egmond, fam. Van der Leck, fam. Van Naaldwijk, fam. Van Assendelft en
de fam. Van Veenhuiysen. Beide boerderijen hadden ca. 32 morgen land (in bezit) en zijn direkt achter
de huizen van de heren M. en J. Penning. Het laantje ten zuiden van deze huizen
is de oude entree van de boerderij.
De lage Doortoge stond op de hoek van de huidige Bospolder en de Stuartlaan. Op
de Lage Doortoge zat in ca. 1620 ene Pieter Baerthout als pachter. Als zijn
pachtbaas, de heer Van Veenhuysen, protestant geweest was, dan had deze Pieter
grote risico's gelopen, door op zijn boerderij schuildiensten toe te staan. Soms
werd in het huurcontract opgenomen, dat dit de huurder verboden was.
Van de buitenplaats Stompersdijk is een huurcontract bekend, waarin staat, dat het de huurder verboden is op de plaats "paapsche missen" te houden.
![]()
Pieter Nap, nieuwe predikant in Honselersdijk.
Uit: Westlandsche Courant, zaterdag 22 juni 1996
Door: Dick
Dijkhuijzen
‘Kerk vol of leeg, ik sloof me altijd uit’
Dominee Pieter Nap is aan zijn volgende uitdaging toe. Hij verhuist van
‘s-Gravenzande naar Honselersdijk om daar in de Nederlands hervormde gemeente
zijn laatste jaren als predikant te slijten. Hij heeft er nog steeds zin in, zo
blijkt uit het gesprek met hem.
Honselersdijk - Timmerman wilde hij eigenlijk worden. Uiteindelijk is het na
en aantal omzwervingen toch maar dominee geworden en ach, van timmerman naar
dominee is niet eens zo’n heel grote stap, zo zal iedereen die een beetje bekend
is met de inhoud van de bijbel onderkennen.
Het is er niet van gekomen voor Pieter (Piet) Nap. Hamer en spijkers bleven in
de kast. In die kast, of liever gezegd kasten, staan nu bijbels. En niet zo maar
een paar, nee honderden. We schromen dan ook een beetje om te bekennen dat wij
er maar twee hebben, eentje uitgereikt na het verlaten van de lagere school en
eentje uitgereikt na het huwelijk. "Is genoeg", zegt Nap, "eentje is al genoeg, maar bijbels verzamelen is nu
eenmaal een hobby van me. Kijk", wijst hij naar een enorme bijbel i n de
huiskamer van zijn nieuwe woning in Honselersdijk, "dit is wel het pronkstuk.
Dit is de familiebijbel, stamt uit 1730, mooi hè."
Zijn nieuwe woning in Honselersdijk is de pastorie van de hervormde gemeente. Daar waar Nap aanstaande zondag ds. G. Van Velzen uit Wateringen hem zal bevestigen als opvolger van ds.H. van Schaik. Het is de achtste keer dat Nap van standplaats verwisseld het het zal tevens de laatste keer zijn. De 61-jarige predikant zal er over vier jaar mee moeten ophouden, dus ligt het in de lijn der verwachtingen dat hij die laatste vier jaar in Honselersdijk werkzaam zal zijn. "Ja, dan moeten we toch nog een keer verhuizen, want de pastorie is natuurlijk voor mijn opvolger. Maar dat is pas op 1 mei 2000, dus we hebben nog wel even te gaan".
Nap, geboren in Woerden in 1935 als vijfde kind van een gezin dat uiteindelijk tien kinderen zou kennen is kruidenierszoon. Met de crisisjaren en de daarop volgende oorlog was het niet altijd even gemakkelijk op het hoofd boven water te houden. "Het was armoede in die dagen ja," zegt de nieuwe dominee van Honselersdijk, "ik heb ook nog twee jaar bij mijn vader in de zaak gewerkt. Dat was pezen. Boekjes met bestellingen ophalen, dat soort dingen moest je doen. En ‘s avonds studeren. Dat was bij ons thuis de gewoonte".
Belevenis.
Door het hoofd van de lagere school werd hem geadviseerd, bijna bevolen om
naar het gymnasium in Utrecht te gaan. Dat weigerde Nap echter, hij ging liever
naar de mulo, dat was wat dichterbij. Daarna naar de mts. Een vriend van zijn
vader had een aannemersbedrijf en Piet Nap werd gezien als de gedoodverfde
opvolger van de aannemer. Tot die plotseling stierf en Nap besloot om toch maar
onderwijzer te worden. Leek hem ook wel wat. Hij werkte een paar jaar in de
water- en wegenbouw, voornamelijk om zijn studie te betalen. Onderwijzer werd
hij in Noordwijk, maar als godsdienstleraar doemde hij voor het eerst op in De
Lier. Toen was hij tevens al hulppredikant. Daarvoor was hij hoofd van een
school in Harmelen geweest, waar hij in 1963 de grootste treinramp uit de
vaderlandse geschiedenis meemaakte.
"Mijn eerste preek", weet Nap zich nog haarfijn te herinneren, "was in de Dom in De Lier. Was tijdens kerstnacht. Een prachtige belevenis natuurlijk". In 1978 werd Nap dan uiteindelijk bevestigd als predikant. Via Woerden en Rotterdam, kwam hij als dominee uiteindelijk terecht in ‘s-Gravenzande. Daar was hij medepredikant van wijk 2. Een wijk waar ook verpleeghuis De Kreek onder valt. Daar maakte hij wellicht de mooiste maar ook de moeilijkste jaren van zijn leven als predikant mee.
"De Kreek was een heel bijzondere ervaring", vertelt hij. "Kijk, mensen denken altijd dat als je ziek bent, dat je weer beter wordt. Een logische gang van zaken. Maar in zo’n tehuis als De Kreek ga je, nee, moet je daar anders tegenaan kijken. De term ‘ziek zijn, beter worden’ is daar niet van toepassing. Mensen komen daar en sterven daar. Dat is de gang van zaken. Om daar als dominee op in te spelen, dat is heel moeilijk, maar wel dankbaar. Vooral mensen met Alzheimer, zeg maar de dementen, blijken dan toch een groot vertrouwen in de dominee te hebben. Het merkwaardige was, dat ze vaak wel wisten dat ik de dominee was, maar dat ze hun eigen kinderen niet herkenden. Toch zeg ik wel merkwaardig, maar zo is het niet helemaal. Deze mensen kennen de dominee nog uit de tijd dat ze jong waren. En dat geheugen van vroeger, dat laat ze niet in de steek. Van vroeger weten ze nog alles, maar hoe verder je in het heden komt, hoe minder ze zich nog weten te herinneren. En weet je wat het is, ik heb mensen daar zo gelukkig gezien dat ik wel eens denk dat je in De Kreek rijker bent dan in een mooi huis in Honselersdijk".
Uiteraard kreeg Nap in De kreek te maken met relatief veel sterfgevallen. Hij heeft het daar altijd moeilijk mee gehad, sliep er zelfs ‘s nachts niet van. Want het leiden van een uitvaart is voor hem nooit een routine geworden, zoals wel eens wordt gedacht van geestelijken die mensen naar hun laatste rustplaats brengen. "Ik heb mijn beide ouders begraven", verklaart Nap, "dan kan je je in andermans gevoelens wel verplaatsen".
Roeping.
Een echte roeping tot het ambt heeft Nap eigenlijk nooit gehad. Uiteraard
verdiepte hij zich in de bijbel. Hij studeerde nooit echt theologie, was
eigenlijk autodidact. Dat kon toen nog. Hij kon, toen hij nog hulppredikant was,
uiteindelijk bevestigd worden tot dominee, daarna moest je er wel degelijk voor
hebben gestudeerd. "Maar waarom ik nu uiteindelijk dominee ben geworden, ach, ik
weet het niet meer. Ik vind het mooi om een ander iets duidelijk te maken.
Duidelijk zijn over de inhoud van de bijbel en dan moet men daar zelf maar een
invulling aan geven. Ik kan alleen maar helpen. Ik zeg wat er in de bijbel
staat. Geef daar zo goed en zo kwaad als ik kan mijn uitleg over, meer kan ik
niet doen. Het is onzin als mensen tegen me zeggen dat ze altijd in de kerk
komen en dus niet ziek worden, of sterker nog, dat ze niet doodgaan. Als mens
sta je machteloos tegenover dat soort zaken. Wat mijn grote doel is in het
leven, is om de mensen liefde mee te geven. Als zo lief heeft God de wereld
gehad en wie God bewaart, is wel bewaard. Daar gaat het mij om".
Het zijn zaken waar Nap het morgen ten overstaan van de hervormde gemeente in Honselersdijk over wil hebben. Hij zal dat doen, niet zonder daarbij te denken aan zijn vader en moeder. Daar denkt hij altijd aan als hij op het preekgestoelte staat. "Mijn moeder zei altijd, Piet, als de kerk vol zit, dan kijk je maar naar dat moedertje op de eerste rij en doe je net alsof je het tegen haar hebt. Als ‘ie leeg is, dan doe je maar alsof. Maar het maakt mij echt niet uit of er nu tien mensen of duizend mensen in de kerk zitten. Ik sloof me gewoon uit voor alle mensen".
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol
![]()
Van der Pot eerste projectontwikkelaar.
Westland - Honselersdijker Willem van der Pot was in het midden van de achttiende eeuw de eerste projectontwikkelaar van het Westland. De mensen die op zijn stukjes grond werkten, mochten het geld wat zij verdienden zélf houden. Wie was deze promotor van de tuinbouw?
Willem van der Pot werd geboren op 6 januari 1704. Hij was het vierde kind van Cornelis en Catharina van der Pot die in totaal zeven kinderen kregen. In het jaar dat Willem werd geboren overleden de eerste drie kinderen van Cornelis en Catharina. Aletta werd slechts vijf jaar oud, Willemina drie en Cornelis jr. slechts één jaar en acht maanden. Ook Willems jongere broers en zijn jongere zus werden niet oud. Thomas Cornelis werd slechts twee maanden oud, de tweede zoon met de naam Cornelis werd 21 jaar, Alida tenslotte werd 22jaar. Willem van der Pot zelf bereikte wel een respectabele leeftijd. Op 28 maart 1783, 79 jaar, overleed hij. Tijdens zijn leven drukte hij zijn stempel op het Westland. De familiegeschiedenis maakt. duidelijk dat Willem van der Pot niet uit een armlastige familie kwam. Willems vader was lakenkoopman. Lakense stof was een viltachtige, wollen stof waarvan kleren werden gemaakt die door het meer welgestelde deel van de bevolking werd gedragen. Het beroep ging vaak van vader op zoon. Ook. Willem verdiende later als lakenkoopman een goeie boterham, waardoor hij later stukken grond kon aankopen.
Remonstranten.
Willem is voortgekomen uit een geslacht van overtuigde Remonstranten. Willem
ging er zeer bewust vanuit dat de mens een onderdeel is van de natuur, de
mooiste schepping van God. Ook geloofde hij dat alle mensen gelijk geschapen
zijn en verantwoordelijk zijn voor elkaar. Een nadeel van het lidmaatschap van
de Remonstrantse Broederschap was, dat het officieel verboden bleef, evenals het
lidmaatschap van de roomskatholieke kerk. Het belijden ervan werd oogluikend
toegestaan. De Nederlandse Hervormde kerk was en bleef staatskerk, zodat alleen
leden van deze kerk officiële ambten konden bekleden. Zo zullen we leden van de
familie Van der Pot niet vinden in openbare beroepen en ambten. Pas bij de
Franse Revolutie, verschenen ze op officiële posten.
Misschien is dit de reden dat ze, hun bezigheden zochten in de kunst en het sociale leven, voor zover dat in die tijd bewust werd geleefd. Willem van der Pot bijvoorbeeld, vormde van 1726 tot 1746 met enkele andere jonge mensen, onder wie zijn broer Cornelis, een Rotterdams Dichtgenootschap 'Natura et arte'. Misschien ook is het officiële verbod op het Remonstrantse Broederschap indirect de reden dat Willem anders omging met zijn bezittingen in het Westland, dan in.die tijd gebruikelijk was. Op 4 december 1741 kocht hij de buitenplaats Endeldijk in Honselersdijk. Bijna een jaar later kreeg hij ook buitenhuis Stomperdijk in zijn bezit. Daarna volgde het het stuk land tussen de Wollebrand en de Zweth. Tenslotte kocht hij in 1762 uit de boedel van de burgemeester van Rotterdam, Hendrik Gevers, een stuk land aan de Mariëndijk: Omdat dat stuk land van de familie van Johan van Oldebarneveld was geweest, noemde Van der Pot dat 'Oldebarneveld land'.
Voor Honselersdijk waren de gronden rondom Endeldijk het belangrijkst. Ten oosten van het huis lagen kavels tussen de Mariëndijk en de Grote Gantel, samen zo'n dertig hectare groot. De weg voor het huis en een gedeelte van de sloot waren eigendom van Willem. Het moet een echte stinksloot zijn geweest, aangezien er op , de stoep' gewassen en afgewassen werd en er geen riolering was. Heerlijk in de zomer voor het huis, op de batik genieten van de natuur was er dus niet bij. " Willem had het volgende plan. Het eind van de Dijksloot wilde hij verbinden met de Grote Gantel, een natuurstroom. Dat zou doorstroming en verfrissing betekenen. Het gebied is beter ontsloten en er is dan meer mee te doen. Voor het graven van een sloot had Willem geen toestemming nodig. Hij moest echter wel toestemming vragen aan het Hoogheemraadschap van Delfland om de Mariëndijk te doorgraven en een brug aan te leggen. Die toestemming kreeg hij in 1758.
In totaal werd er zo'n 15.000 kubieke meter grond verzet. Ook de dwarssloten werden uitgediept en verbreed voor een betere afwatering. Bovendien kon Willem de vrij laag liggende grond ophogen met de verworven aarde, wat de vruchtbaarheid ten goede kwam. Daarna liet hij het gebied van dertig hectare verdelen. Op ieder stukje land werd een huis gebouwd en werden vruchtbomen geplant. Van der Pot had in die tijd natuurlijk niet de beschikking over apparatuur en gereedschappen van nu. Willem maakte zijn plan zelf en met hulp van bewoners van het dorp en omliggende plaatsen werd het uitgevoerd.
Geen armoe.
Het bijzondere van deze manier van grondinrichting was, dat in die tijd
grootgrondbezitters hun land verhuurden aan andere grote boeren en
landeigenaren. De mensen die dat land bewerkten waren dagloners. De mensen aan
wie Willem het land verhuurde, woonden en werkten op hun eigen stukje land en
mochten het geld dat zij verdienden houden. Van der Pot was er heel trots op dat
deze mensen geen armoe hoefden te lijden. Als we dit stuk ontginningswerk met
hedendaagse ogen bekijken, mogen we Willem van der Pot gerust een toenmalige
projectontwikkelaar noemen en een promoter van de tuinbouw.
Dit verhaal is een uitreksel van een lezing van mevrouw M. Prins-Hoogendam uit Honselersdijk. Zij heeft het onderzoek naar het leven van Willem van der Pot voortgezet na het overlijden van de Westlandse historicus Van Adrichem.
Voor u gelezen in de Westlandsche Courant van dinsdag 16 januari 1996
![]()
Geschiedenis van tuinbouw uitgebreid in beeld
Unieke expositie in historische tuin.
De kopkas en het Kwakeltje, markante beelden van het Westland van toen..
Westland - Het Westlands Museum voor Streek- en Tuinbouwhistorie in Honselersdijk opent aanstaande donderdag de historische tuin, die in kort bestek de geschiedenis laat zien van de tuinbouw in het Westland.
Plannen voor de aanleg van de tuin waren er al lang. In 1970 was de Stichting Tuinbouwhistorie opgericht. Doel was het inrichten en in bedrijf houden van een tuin, waarop voorheen geteelde gewassen, vroegere opstanden en oude teelwijzen bewaard zouden blijven. Ook het uit tuinbouwhistorisch oogpunt verzamelen van voorwerpen en materialen was een van de doelstellingen. Lang voor de oprichting van de stichting was al geprobeerd de tuin van J. Duijvestijn te Poeldijk over te nemen. Deze tuin gold als het prototype van een historische tuin. Dat aankoopplan mislukte echter.
Ook het door de gemeente Den Haag ontwikkelde plan om een zogenaamde ‘Kijktuin’ in het recreatiegebied Madestein in Loosduinen in te richten, mislukte. In 1980 werden de inmiddels verzamelde voorwerpen en materialen in het Tuinbouwmuseum in de boerderij ‘Cruijsbrouk’ in Naaldwijk tentoongesteld. In 1991 fuseerden het Tuinbouwmuseum, het Westlands Streekmuseum en het Westlands Centrum voor Streekhistorie. Door die fusie kon het Westlands Museum voor Streek- en Tuinbouwhistorie aan de Middel Broekweg in Honselersdijk in gebruik worden genomen. En overmorgen is het dus zover dat de fel begeerde historische tuin in gebruik kan worden genomen.
De tuin laat van de streek de geschiedenis zien die soms wel teruggaat tot het begin van de zeventiende eeuw. Het is een historisch zeer waardevolle en zeker ook compleet overzicht van wat er in de Westlandse tuinbouw sinds die tijd is veranderd. Dat is nogal wat. Dat blijkt al bij binnenkomst in de ‘eerste tuin’. Eenmaal door de poort valt onmiddellijk de imposante schuur op, dik in de teer en bedekt met oud-Hollandse rode dakpannen. In de nok van de schuur hangt een bel. Daarmee werd in het verleden het werkvolk gewaarschuwd wanneer theetijd of schaft (het nuttigen van meegenomen boterhammen) was aangebroken. Ook werd de bel gebruikt om het einde van de werktijd aan te geven.
In de schuur zijn allerlei werktuigen te zien die in de tuin werden gebruikt. Door de brede schuifdeur kon de tuinder zijn groente, fruit of bloemen op een schuit laden en vandaar naar de grote stad vervoeren om de waren aan de man te brengen. Dat gebeurde tot 1880. Toen werden immers de eerste veilingen opgericht. Naast de schuur is een tuin aangelegd zoals die rond 1650 veel voorkwam op buitenplaatsen. Op het landgoed van Frederik Hendrik (de stedendwinger) in Honselersdijk bevond zich een identieke tuin. De markante muren die in het Westland nog altijd te zien zijn, zijn ruimschoots vertegenwoordigd in de historische tuin. Dat varieert van de gewone stenen muur, nog zonder glas, tot de muur met schietglas, de muur met lessenaar en de muur met de kopkas. Bijna nergens is te achterhalen wie al die muren heeft bedacht. De muur met de kopkas lijkt nog het meest op de kassen die nu in het Westland worden gebruikt. In eerste instantie werd de gewone muur, nog zonder glas, vooral gebouwd om de teelt tegen de wind te beschermen.
Kwakeltje
In de ‘eerste tuin’ zijn ook de oude varkensschuren te zien met de daarbij
behorende mestputten. Want varkens werden niet alleen gehouden om het vele
tuinbouwafval een bestemming te geven, maar uiteraard ook voor de mest die de
beesten produceerden. Het Kwakeltje, smalle bruggetjes met over het algemeen
slechts één leuning, was vooral bestemd voor de stokers, die zo gemakkelijk van
de ketel van een tuin aan de ene kant van de sloot naar de andere kant konden
komen. De Kwakeltjes zijn inmiddels bijna allemaal verdwenen. Via datzelfde
Kwakeltje in de ‘eerste tuin’ komt men vanzelf in de ‘tweede tuin’. Deze tuin laat vooral de snelle evolutie zien van het kassencomplex in het
Westland die varieert van de A-kas, de ijzeren kniekas, het platglas tot het
uiteindelijke Westlands warenhuis. Over de naamgeving bestaan nog steeds
verschillen van mening. De een beweert dat het genoemd is naar een groot
warenhuis dat in 1905 in Den Haag werd gebouwd en zich kenmerkte door een groot
glazen dijk. Een andere verklaring voor het woord warenhuis is een stuk
eenvoudiger. Men kon in het glazen gebouw allerlei groenten verbouwen en die
groenten werden wel waren genoemd, vandaar.
Naast het Kwakeltje was er nog een bijzonder fraai bruggetje in het Westland waarvan veel gebruik werd gemaakt. Dat was de zogenaamde draaiplank, gelegen over een bredere sloot of vaart die werd benut voor de scheepvaart, als was het maar met de veilingschuit. Een draaiplank had twee bruggehoofden, een kleine aan de wegkant en een lange, evenwijdig aan de vaarkant, bij het huis. Op de laatste draaide plank met de enkele houten leuning. Aan de wegkant lag meestal een zeer lange stok met aan het einde een beugel om de gedraaide plank weer op zijn plaats te leggen. Ook de draai is in de historische tuin in Honselersdijk te zien.
Voor deze rubriek werd gebruik gemaakt van het boekje dat door het museum is uitgegeven en dat is ontleend aan een eerdere publicatie van de in 1973 overleden M. C. M. van Marrewijk.
Uit: Westlandsche Courant Dinsdag 16 mei 1995
type werk: Nicole Schoutens-Koppenol
![]()
Liever drie kerken in de buurt dan drie bioscopen.
Deze maand is het tachtig jaar geleden dat in Honselersdijk het idee ontstond om in dit dorp een eigen gereformeerde kerk te bouwen. Hoe dat ondanks veel tegenwind toch lukte wordt vandaag in Ouder Westland uit de doeken gedaan.
Uit: Westlandsche Courant
21 april 2001
Door: Aad van Holstein
Foto: uit Westlandsche Courant

HONSELERSDIJK
Op een avond in april van het jaar
1921 ontstaat het idee. Twee - in de documenten niet met name genoemde - maar
wel invloedrijke gereformeerden uit Honselersdijk willen in hun dorp een eigen
kerk stichten. Ze zijn het beu om voor de uitoefening van hun kerkelijk leven
wekelijks steeds heen en weer naar de Naaldwijkse kerk aan de Dijkweg te moeten.
En omdat het aantal gereformeerden in Honselersdijk sterk groeit, vinden ze dat
er iets moet gebeuren. De heren besluiten daar eens serieus met andere
gemeenteleden over verder te praten. Dat heeft tot gevolg, dat nog dezelfde
maand zeven wel met name genoemde mannen om de tafel zitten, te weten P. M.
Hogenboom, M. van der Hout, F. J. Looye, B. Ridder, B. Vermeer, P. Weststeijn en
L. Stigter. De pioniers van gereformeerd Honselersdijk. Het is Looye die de
leiding van het gesprek op zich neemt en erop Wijst, dat inmiddels niet minder
dan tachtig gezinnen uit Honelersdijk tot de kerk van Naaldwijk behoren. "Zou
het niet tijd worden om het institueren van, een eigen kerk voor te bereiden?"
is zijn heldere vraag. De andere zes zijn het daarmee eens en stellen ter plekke
een brief op, gericht aan de kerkenraad. Daar stellen zij vast dat de verzorging
der Dijkse Gereformeerden, als Honselersdijk apart zou staan, beter tot zijn
recht zou komen". De afstand tot het Naaldwijkse kerkgebouw en Honselersdijk
wordt door iedereen te groot gevonden. "Vooral voor ouden van dagen”, zegt een
van hen. Het kerkgebouw begint ook te klein worden voor de groeiende Naaldwijkse
gemeente.
Afstandelijk
Het schrijven wordt in Naaldwijk
nogal afstandelijk beantwoord. Weliswaar met een uitnodiging voor een gesprek,
maar als de Honselersdijkers daarop ingaan, horen ze tot hun schrik, dat de
Naaldwijkse kerkenraad al heeft besloten tot een negatief advies. “Zie maar van
de plannen af, want er zijn te grote financiële bezwaren", is de goedbedoelde
raad die de raad meent te moeten geven. Maar de mannenbroeders van Honselersdijk
laten niet meteen kluitje in het riet sturen en besluiten, na veel discussie, de
kerkenraad onder druk te zetten. Ze willen een nadere toelichting komen geven en
stellen voor een comité op te richten dat met meer bevoegdheid aan het werk kan
gaan. Maar al tijdens een vergadering van manslidmaten op 17 oktober in de kerk
van Naaldwijk blijkt, dat de Honselersdijkers op geen enkele medewerking vanuit
Naaldwijk hoeven te rekenen.
Teleurgesteld gaan zij elders advies inwinnen. In Den Haag woont de gezaghebbende predikant dr. K. Dijk en als ze het geval aan hem voorleggen, komt hij met een even lumineus als voor de hand liggend idee: 'Ga met een lijst rond om handtekeningen te verzamelen. Dat lost meteen de financiële consequenties op'. Daar wil de commissie wel op ingaan, maar om de mensen een goed inzicht te geven in die financiën belegt de commissie op 26 oktober 1921 zelf eerst een lidmatenvergadering waarbij ook de kerkenraad wordt uitgenodigd. Zeventig belijdende leden komen daarop af met als vertegenwoordiger van de kerkenraad ds. K. K. Troost. Op één na is iedereen het er in die vergadering over eens dat er een eigen kerk moet komen, maar als het op de centen aankomt blijken er toch nog wel bezwaren te bestaan. Uiteindelijk kan iedereen zich vinden in het compromis om de kerkenraad te verzoeken in Honselersdijk een wijkkerk te bouwen. Op twee na, tekenen dan alle leden hiervoor. Maar het haalt niets uit. In december blijkt, dat de kerkenraad niet te vermurwen is.
Van Woerden
De Honselersdijkers laten zich
echter nog steeds niet uit het veld slaan en benoemen een permanente commissie,
die doorzet en gewoon op zoek gaat naar grond voor de bouw van een eigen kerk,
De naam Van Woerden valt en zal daarna voor altijd aan die van de gereformeerde
kerk van Honselersdijk verbonden blijven, want F. van Woerden heeft een terrein
beschikbaar, dat gelegen is aan de Endeldijk en het Poeldijkschepad. Die plek
wordt uitermate geschikt geacht voor het plan. Van Woerden stelt na enig praten
de grond volledig ter beschikking van de kerk voor een lijfrente van 800 gulden
per jaar, te voldoen in twee halfjaarlijkse termijnen van 400 gulden. Het huis
van Van Woerden wordt pastorie en iets verderop wordt voor hem een nieuw huis
gebouwd, dat later wordt bestemd tot kostershuis. Intussen blijft de kerkenraad
van Naaldwijk bezwaren maken, maar is tenslotte toch bereid namens de
Honselersdijkers de classis te verzoeken de nodige ambten in Honselersdijk te
mogen instellen. Op 21 juli 1922 komen namens de classis kerkvisitatoren naar
Honselersdijk, voornamelijk om zoals blijkt de financiële zijde van het
vraagstuk te bespreken. Van de negentig biljetten die zijn uitgereikt om de
jaarlijkse vrijwillige bijdrage in te vullen, komen er 65 terug met een
toegezegd totaalbedrag van 4000 gulden. De overige biljetten zijn niet ingevuld.
Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat er van die 25 gezinnen nog
eens 1000 gulden binnen zal komen, zodat op 5000 gulden wordt gerekend.
Omdat de deputaten vinden dat er eigenlijk 7000 gulden nodig is, komt men ineens 2000 gulden tekort. Er wordt opnieuw gerekend en als dan beloofd wordt dat er extra collectes worden gehouden, zien de cijfers er weer wat rooskleuriger uit. Van de 'classis zelf valt geen financiële steun te verwachten, zo wordt nog meegedeeld. Honselersdijk moet zichzelf maar bedruipen. Bij een stemming in de classis onthoudt Naaldwijk zich diplomatiek van stemmen, de Test stemt voor. Dus de kerk kan er komen. In Naaldwijk mag met instemming van de kerkenraad toch een huis aan huis collecte voor de nieuwe kerk worden gehouden, maar niet iedereen doet daar van harte aan mee. "Ik vind het ver- schrikkelijk, dat op zo'n kleine afstrand als die van Naaldwijk – Honselersdijk - Wateringen drie kerkgebouwen staan", is de mening van een van de gemeenteleden. Als hem echter de vraag wordt gesteld of het niet beter is drie kerkgebouwen te hebben dan drie bioscopen, blijft hij het antwoord schuldig. In een vergadering onder leiding van dominee Troost worden op 14 december 1922 de ouderlingen Jac. van Alten, W. de Bruijn, J. van den Engel en F. J. Looye gekozen en tot diakenen P. M. Hogenboom, L. Stigter en F. Wessteijn. Een lid uit Honselersdijk zegt liever lid van de kerk in Naaldwijk te willen blijven. In de eerste kerkenraadvergadering op 11 januari 1923, gehouden in de School met de Bijbel wordt Looye benoemd tot preases en Van Alten - die tot 1940 hoofd van die school is geweest - tot scriba, De Laan van Persoon en de Kesterselaan worden aangewezen als grens met Naaldwijk. Op vrijdag 11 mei 1923 legt het oudste kerkenraad lid J. van den Engel de eerste steen voor de nieuwe kerk; die op 10 oktober 1923 in gebruik genomen wordt. Drie jaar later wordt een klein pijporgel dat in het begin de gemeentezang begeleidt, vervangen door een sierlijk kerkorgel, van de firma Spiering te Dordrecht, kosten 6200 gulden.
Dominee
Het vinden van
een dominee is nog een hele klus. De een na de ander bedankt voor het beroep. Na
drie negatieve reacties, wordt op 3 november 1924 ds. P. van Hoven gekozen, die
op 15 maart 1925 zijn intrede doet als eerste predikant van de gereformeerde
kerk van Honselersdijk. Hij betrekt de geheel gerestaureerde woning van Van
Woerden aan de Endel dijk, die vroeger bekend stond onder de naam Landzigt. Ds.
van Hoven blijkt zeer geliefd in Honselersdijk, maar moet na vele jaren zijn
beste krachten te hebben gegeven in 1944 om gezondheidsredenen met emeritaat.
Terwijl de gereformeerde kerk buiten Honselersdijk getroffen wordt door
kerkscheuring en andere ellende, blijft de Dijk daarvoor gespaard. Bij het
25-jarig bestaan is de kerk vervolgens uitgebreid onder lei- ding van architect
A. Warnaar te Maassluis en krijgen de gereformeerden een eigen verenigingsgebouw
'Rehoboth'.
![]()
Het oude gebouw Rehoboth in Honselersdijk brandde 23 jaar geleden tot de grond toe af, naar later bleek als gevolg van brandstichting. Het stond er toen 27 jaar. Maar iedereen is vergeten dat het er eigenlijk niet eens had mogen staan. In 1981 werd het huidige, veel veiliger Rehoboth in gebruik genomen.
Uit: Westlandsche Courant
28 april 2002
Door: Aad van Holstein
Foto's uit: Westlandsche Courant

Vijftig jaar geleden werd het rustige
Honselersdijk opgeschrikt door een ware dorpsrel. Het ging daarbij om het
gereformeerde verenigingsgebouw Rehoboth. Een verplaatsbaar gebouw dat in 1950
aan het Poeldijksepad is neergezet.
Natuurlijk moet het hele verhaal over Rehoboth worden beoordeeld tegen de
achtergrond van tijd waarin het tot stand is gekomen. Een periode van grote
schaarste. Het was kort na de oor- g ook heel moeilijk om vergaderruimte te
vinden, zeker in Honselersdijk. Nog lastiger was het om toestemming van
hogerhand te krijgen om iets te bouwen. De woningbouw had voorrang. Het lag
echter voor de hand, dat men toch probeerde één en ander uit de grond te
stampen. Dat daarbij de regels niet zou nauw werden genomen, is bekend. Sterker
nog: er werd zelfs op gerekend, dat de overheid dat wel een beetje door de
vingers zou zien. Dit lijkt dus wel een beetje op de Volendamse toestanden van
nu. Pas toen het gebouw Rehoboth al lang en breed was geopend, lazen de
Honselersdijkse leden van de kerkenraad van de gereformeerde kerk tot hun
verbazing en ontsteltenis in de krant de reden waarom wethouder Jan Emmens
(PvdA) bij de opening was weggebleven, hoewel hij wel was uitgenodigd. Via een
open brief kwam plotseling de hele voorgeschiedenis van het verenigingsgebouw op
straat te liggen. De kerk had, zoals ze dat zelf omschreef, 'een modus gevonden
om aannemelijk te maken dat vergunning kon worden verleend'. Maar volgens Emmens
was dat gebeurd door een gefingeerde bouwaanvraag in te dienen. Hij was echter
van mening dat hij een andere taak had, 'dan te kijken hoe de re- gels het beste
ontdoken konden worden'.
Bedenkelijk
Dit kwam bij de Honselse gereformeerden hard aan. Op 28 december kwam de
kerkenraad van de gereformeerde kerk bijeen om daarover te beraadslagen. Met
name viel de raad over de zinsnede uit het stuk van Emmens waarin hij uitlegde
waarom hij niet was komen opdagen. Hij had het daarin over 'bedenkelijke zaken,
niet met een deugdelijke moraal overeenkomende'. Zoiets moet je tegen gelovige
mensen niet zeggen, vonden ze. Wat was er dan eigenlijk de afgelopen anderhalf
jaar allemaal in Honselersdijk gebeurd dat niet door de beugel kon? In mei 1949
had de kerkenraad een aanvraag bij de gemeente ingediend voor de stichting van
een semi-permanent gereformeerd jeugdgebouw. In Rotterdam hadden gemeenteleden
een bestaand gebouw ontdekt, dat voor 3500 gulden afgebroken kon worden en in
Honselersdijk weer opgebouwd. Om het de gemeente Naaldwijk mogelijk te maken
voor de bouw ervan bouwvolume te verlenen werd de prijs van het gebouw zo laag
mogelijk gehouden. Het zou gaan om een verplaatsbaar gebouw, waarin geen nieuwe
materialen zouden worden verwerkt. Voor timmerwerk zou alleen zogenaamd stuwhout
worden gebruikt. Wethouder Emmens ging daarmee akkoord, niet vermoedend dat hij
een beetje om de tuin werd geleid. In Honselersdijk gingen de gereformeerden
intussen enthousiast aan de slag. Het stuwhout kon gemakkelijk worden verkregen,
het viel immers buiten de toen nog steeds geldende distributiemaatregelen. De
kelder kon worden gebouwd van oude stenen uit tuinmuren aan de Mariëndijk, die
door de jongens van de gereformeerde kerk eigenhandig werden gebikt. Een heel
werk dat met zijn allen werd uitgevoerd.
Voorbeeldig
Hoe voorbeeldig dit alles ook is, de wethouder voelde zich toch verongelijkt.
Hij was er zich tevens verbazend over de omvang van het gebouw, later achter
gekomen dat de werkelijke kosten van Rehoboth zeker 30.000 gulden hadden
bedragen. Een bedrag dat de kerkenraad - naar eigen zeggen - echter ook in de
aanvraag aan B en W had vermeld maar dat dit de wethouder ontgaan was. Volgens
de kerkenraad zou dat bedrag ook bij alle overheidsinstanties die eraan te pas
waren gekomen bekend zijn geweest. De leges die is betaald bedroeg dan ook 36
gulden en niet 7, welk bedrag zou moeten worden betaald als er sprake was
geweest van 3500 gulden. De wethouder was het niet met de gang van zaken eens,
omdat hij namens de gemeente als lage- re overheid slechts bouwvolume kon
verlenen tot een bedrag van 10.000 gulden en meende dat hij dat ook had gedaan.
"Ik had niet bevroed dat onze geste beloond zou worden met het stichten van een gebouw, dat niet verplaatst kan worden, maar een fonkelnieuw' vast gebouw dat niet 3500 gulden maar zelfs een veelvoud van 10.000 zal hebben gekost", zo reageerde hij. De kerkenraad bracht daartegen weer in het midden, dat alle overheidsinstanties ermee akkoord waren gegaan, behalve achteraf dan nu Emmens niet. Maar het was volgens de kerkenraad niet de hoogte van het bedrag dat Emmens dwars zat, maar - 'en daar mee komt de aap uit de mouw' - het feit dat de bouw volgens de wethouder 'is bekroond met het vestigen erin van een christelijke kleuterschool'. Iets wat naar de mening van de Honselersdijkers helemaal tegen het zere been was van de PvdA-wethouder, die de schoolstrijd nog eens nieuw leven wilde inblazen.
"In de officiële Rijksgoedkeuring staat, dat het gebouw gebruikt kan worden voor de eredienst, opvoeding, cultuur en ontspanning. Dat wij daar ook een christelijke school bij rekenen is onze zaak", reageerde de kerkenraad boos. "Te goeder trouw hebben wij het hele college van B en W uitgenodigd bij de opening. Dat de wet- houder daarbij niet aanwezig was, vatten wij nu op als een protest. Als gastheer hadden wij dat tijdig willen weten", vonden ds. C. van der Tas als preses en H. van den Bos als secretaris van de kerkenraad. Wethouder Emmens reageerde op zijn beurt met de mededeling, dat hij door zijn 'nog steeds vereerde vader in het gezin waar hij uit voort kwam, als belijder van een ongetwijfeld christelijk geloof en in school als hoofd ener openbare school is opgevoed in christelijke en maatschappelijke deugden'.
Verzet
"Geen enkel gemeentebestuur is
gerechtigd een bouwvolume uit te geven waar meer dan 10.000 gulden mee gemoeid
is. Als ik geweten had dat het om een groter bouwvolume ging, had ik mij er ten
stelligste tegen verzet", liet hij weten. De kerkenraad had volgens hem de
gemeente nimmer in het overleg hierover betrokken. "Een kelder van liefderijk
afgebikte oude steen is onvoldoende om een gebouw als Rehoboth niet nieuw te
mogen noemen", aldus de wethouder die zei geen last te hebben van zere tenen,
maar wel vond dat onderwijs geven iets anders is dan opvoeden. De wethouder liet
fijntjes weten, dat "de bouw bij de meerderheid van het college" achteraf toch
niet de sympathie had". Zevenentwintig jaar later - op 14 september 1978 -
ontdekte een passerende taxichauffeur uit Poel- dijk 's nachts om half twee dat
gebouw Rehoboth in brand stond. Via zijn mobilofooninstallatie waarschuwde hij
direct de Naaldwijkse politie en brandweer, die snel ter plaatse waren. Er werd
meteen groot alarm gegeven. De voertuigen van Honselersdijk, Maasdijk en
Naaldwijk arriveerden binnen tien minuten na de melding. Het vuur werd met
achttien stralen bestreden. Door het nathouden van de kosterswoning kon deze
gespaard blijven, ondanks het feit, dat de harde wind het vuur flink
aanwakkerde. Twee jaar na de brand op 29 augustus 1980 - legde G .L. van Woerden
de eerste steen voor het nieuwe Rehoboth, dat op 20 januari 1981 in gebruik kon
worden genomen en er nu dus al weer twintig jaar staat.
Bronnen: Gemeentearchief
Naaldwijk
Dagblad “Het Binnenhof”
Westlandsche Courant
![]()
Hoger platglas geeft in 1912 grotere tomatenoogst.
Met de Westlandse tuinbouw gaat het zijn gangetje in 1912. In het voorjaar komt er;een nieuwigheid in de tomatenteelt in zwang ,want tuinders in het Westland zijn vanouds echte uitvinders. Deze keer tomatenteelt in hoge bakken.
Uit: Westlandsche Courant 13 april 2002
Door: Aad van Holstein
Honselersdijk
De veiling Honselersdijk mag dan
de eerste veiling in het Westland zijn, die over een elektrisch afmijntoestel
beschikt, in 1912 blijkt dat alweer verouderd te zijn. Andere veilingen hebben
intussen een veel moderner toestel in gebruik en dus verzet men aan de Dijk de
bakens om bij te blijven.
Het toestel hoeft niet
weg, maar wordt wat je tegenwoordig noemt gerenoveerd. In het voorjaar van 1912
wordt het grondig nagekeken en gewijzigd. Het nummerbord, dat zich voorheen
opzij van de wijzerplaat bevond, is nu in de plaat zelf aangebracht en wel zo,
dat bij het afdrukken door de kooplieden met een lichtje het nummer zichtbaar
wordt. De bel is daarmee vervallen.
Het verzetten van de
wijzer, dat tot dan toe nog met de hand gebeurde, gaat nu automatisch. Dat
gebeurt door de afslager, die een binnen zijn bereik staand wiel in beweging
brengt. Een hele vooruitgang dus.
Aan beide zijden van de
wijzerplaat zijn ook nog eens glazen schermen aangebracht, waarachter de
personen zitten die de veiling leiden. Zo heeft men ook op de hoekplaatsen van
de koopliedenbank een onbelemmerd uitzicht op het afmijnbord.
Notities
Het nummerbord telt zeventig nummers die in rijen onder elkaar op de wijzerplaat
te zien zijn. Ook de banken voor de kooplieden zijn veranderd en van doorlopende
lessenaars voorzien. Een koper kan zo onder het veilen door notities maken. De
nummers bevinden zich zowel op de voorkant van de banken als er bovenop, zo dat
de afslager en de kopers onmiddellijk het nummer kunnen aflezen. Het gaat om een
grondige verbetering, waarvan leden, bestuur en kopers nog veel plezier zullen
hebben.
De producten die deze
klok passeren zijn overigens van geheel andere aard dan later in het Westland
gemeengoed zal worden. Het gaat nu nog om aardappelen, aardbeien en andersoortig
fruit, zoals in toenemende mate de druif, waar het Westland een groot deel van
de vorige eeuw zijn bekendheid aan te danken heeft. De tomatenteelt speelt in
1912 eigenlijk nog geen rol.
Maar natuurlijk praten
de tuinders vooral op verjaardagen onderling graag over wat ze links en rechts
bij hun collega's hebben zien gebeuren, want de tomaat wint wel steeds een
stukje terrein. In 1912 worden ze echter - net als meer nog de komkommers -
gewoon onder platglas geteeld. Om de teelt te bevorderen worden er dit jaar voor
het eerst hoge, houten bakken getimmerd, waar de ramen van het platglas op
gelegd worden. Zo komen ze wat hoger te liggen dan normaal. De op die manier
aangepakte teelt blijkt in de praktijk betere vruchten voort te brengen en ook
nog eens voor een betere oogst te zorgen. De ramen kunnen later weer dienst doen
voor de voor- en navrucht.
"Deze nieuwigheid levert
het bewijs, dat het belang der tomatenteelt steeds duidelijker wordt ingezien,
zodat deze teelt eerlang wel onder de grote cultures zal gerekend kunnen
worden", vermelden publicaties van negentig jaar geleden met een wel heel sterk
vooruitziende blik.
Grote flop
Maar intussen gaat de aandacht van
veel telers meer uit naar de vroege aardappelen, die op het eiland Jersey al de
koppen boven de grond beginnen te steken. En dit voorjaar blijkt al
overduidelijk: De aardbeienteelt in het Westland wordt dit jaar een grote flop.
De eerste aardbeien zie je weliswaar zo zoetjesaan wel al boven de grond komen,
maar het ziet er voor deze teelt over het algemeen heel treurig uit. De streek
heeft in het najaar van 1911 immers te kampen gehad met een ernstige droogte,
waardoor veel tuinders er maar helemaal niet toe zijn overgegaan nieuwe
aardbeien te poten.
Ze hebben daarmee over het algemeen gelijk gehad, want nu blijkt toch dat veel aardbeien het in het geheel niet zullen doen en veel telers hebben besloten de planten maar om te spitten. Als het maar enigszins kan laten weer anderen de planten toch staan, omdat ze daarmee in elk geval plant kunnen winnen. Maar als het over de afzet in het groot gaat dan telt het Westland dit jaar wat de aardbeien betreft niet mee. Die zullen de mooie vernieuwde Honselse veilingklok dit jaar maar mondjesmaat passeren.
Druiven
Maar dat geldt niet voor de
druiven. Die hebben - sinds ze niet meer in een zonnig hoekje tegen een muur,
maar steeds meer in kassen worden geteeld - minder van het Westlandse klimaat te
duchten. In Honselersdijk is het de grote kwekerij Nieuw Honsel, die - eigenlijk
voor het hele Westland - wat deze teelt betreft de toon aangeeft. Het grote,
schitterende tuinbouwbedrijf ligt op de plek, waar ooit het voormalige lusthof
Honselaarsdijk lag. Na afbraak van dit hof, is de grond eerst gebruikt als
weiland, maar in 1899 is het de Naaldwijkse tuinder C. van den Berg, die niet
minder dan vijf hectare grond koopt en er het moderne Nieuw Honsel sticht. Hij
is gewend groot te denken, want hij heeft in Nederlands-Indië gewerkt.
Veilinghaven
Op dat grote, stuk grond komen tal
van glazen kassen te staan, waarin uiteraard druiven worden geteeld. Andere
tuinders die ook druiven telen, kijken al jaren tegen dit enorme bedrijf aan,
bang als ze in het begin vooral zijn geweest dat dit hun wel eens het brood uit
de mond zou kunnen stoten. Maar Van den Berg weet al even lang wat hij doet en
teelt maar één druivenras Gros Col- man. De oogst gaat naar Engeland.
Hij loopt nu - in het
voorjaar van 1912 - alweer met plannen rond om volgend jaar zijn bedrijf nog
weer eens flink te vergroten door een grote naast het bedrijf liggende vijver te
dempen met grond, die straks wordt afgegraven in Poeldijk als daar een nieuwe
veilinghaven moet worden aangelegd.
Van den Berg is tien
jaar eerder al begonnen met het telen van asparagus als onderteelt voor de
druiven. Ook chrysanten zijn er jarenlang gestekt. Ze worden in grote stenen
potten buiten gezet, groeien de hele zomer en worden pas onder het glas gezet
als de druiven geoogst zijn. Van den Berg heeft deze manier van telen in
Engeland ontdekt en hier nagedaan. Weinigen weten, dat dit bedrijf er in feite
voor heeft gezorgd dat de bloementeelt later in het hele Westland is ingevoerd.
![]()

![]()
Hij loopt harder dan de
Uiver.
Robur nog steeds trots op eerste wagentje.
Het Westlandse uiverwagentje, uitgevonden tijdens de roerige crisisjaren, wordt vereeuwigd in een kunstwerk. Het is straks te zien in Kwintsheul. Het bedrijf Robur, waar het wagentje werd ontworpen, is er nog steeds trots op.
Door: Ellen Lengkeek
Uit Westlandsche Courant januari 1999
Honselersdijk / Poeldijk
Het is bijna zestig jaar geleden dat bij buiswagen fabrikant Robur van de
gebroeders Rodenburg in Honselersdijk het eerste uiverwagentje werd gebouwd. Het
wagentje, dat ook Roburwagentje, ramenwagentje of één bander werd genoemd, is
daarna met duizenden exemplaren tegelijk over de denkbeeldige toonbank gegaan.
Aanvankelijk werd er over dat gekke karretje van Robur met een luchtband' een
beetje lacherig gedaan. 'Dat wordt toch niets', zo werd gefluisterd. De oude
Westlandse tuinders kregen ongelijk.
Het bleek een baanbrekende uitvinding te zijn: Niks geen gesjor meer met karren
met houten wielen, waarmee de groenten naar de veiling werden gebracht. Sterker
nog, het karretje van de broers Rodenburg, toen zo'n 20 en 30 jaar oud, kon
worden afgeladen en ook nog gemakkelijk worden opgetild. 'Hij loopt nog harder
dan de Uiver', klonk het al gauw, waarmee werd verwezen naar het gelijknamige
vliegtuig dat als eerste rechtstreeks naar Indonesië vloog.
Nu het wagentje door Niek Kortekaas is vereeuwigd in een kunstwerk, dat in april
aan de Kerkstraat in Kwintsheul wordt onthuld, komen de herinneringen weer
boven.
Jan van Staalduinen (44) is sinds 1995 directeur van Robur, dat momenteel na wat
omzwervingen is gevestigd aan de Monsterseweg in Poeldijk. Enthousiast pakt hij
een gedenkboek dat is gemaakt ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van NV
Robur 'transportwagen en transportwagenfabriek'. "Kijk", zegt Van Staalduinen
terwijl hij het vergeelde album openslaat, "hier heb je nog een oude foto van de
medewerkers bij het vliegtuig. Dat is toen als een grappig uitje georganiseerd
vanwege de uitvinding van het wagentje". Op het vliegtuig is nog de oude naam
van Martin Airways te lezen: 'Martin's Air Charter'.
In het fotoalbum staan de Robur oprichters, Krijn en Cor Rodenburg, nog als
kleine jongens afgebeeld. Krijn werd geboren op 24 augustus 1892
en
volgde de lagere school, 'die
hij met goed gevolg had doorlopen', leren de annalen. Omstreeks zijn twintigste
jaar volgde hij de Academie voor Technische Wetenschappen in Rotterdam. In de
jaren 1907 tot 1915 is hij met korte onderbrekingen in dienst geweest bij de
Gemeentelijke Elektrische Centrale in Naaldwijk. Daar bleek hij ook al over
technisch inzicht te beschikken. 'Hij bediende de machine tot volle tevredenheid
en verrichtte zelf de nodige reparaties hieraan', vertelde zijn baas.
Broer Cor werd geboren op 20 november 1902. 'Hij kwam op een heel andere manier
op het punt waarop de firma Rodenburg werd gevestigd', leert de geschiedenis.
Hij doorliep met succes de mulo en hbs. Een studie aan de Technische Hogeschool
in Delft, afdeling mijnbouw, kon hij niet voltooien 'om redenen van financiële
aard'. Wel volgde hij later privé wiskunde bij professor Schuh.
Herstelplaats
Na
verschillende baantjes te hebben gehad namen de broers op 7 januari 1922 een
grote sprongen begonnen in een loods achter het woonhuis aan de Endeldijk in
Honselersdijk een eigen bedrijf. Volgens de vergunning van de Hinderwet ging het
officieel om een herstelplaats voor machines met een draaibank, één slijpsteen
en één boormachine.
In de crisistijd, begin dertiger jaren, kreeg ook het bedrijf Robur het
bijzonder moeilijk. "Alle zeilen moesten worden bijgezet", weet Van Staalduinen.
"Zelfs de administrateur van het bedrijf moest verf gaan maken. De gebroeders
Rodenburg zagen toen ook goed hoe hard de tuinders in deze crisis"' jaren
moesten werken om hun gezin te kunnen onderhouden. Elke morgen kwamen de
tuinders langs de werkplaats met kisten vol groenten op een zware houten
kruiwagen. Ze gingen zo op weg naar de veiling".
Het zien van al dat gesjouw zette de broers aan het denken en zo kwam en zij met
het plan om een stalen buiskruiwagen te ontwerpen.
"Van lasdraad werd de vorm van het frame uitgeprobeerd waarbij goed naar de
plaats van het wiel werd gekeken. Hierna werd met een geïmproviseerd buigbaar
houten schijfje het frame van de elektriciteitsbuis precies nagebogen en gelast.
In plaats van het houten spaakwiel werd bovendien een veel lichter lopend
luchtbandwiel gemonteerd. Rond 1934 was de bekende uiverwagen een feit", aldus
Van Staalduinen nog altijd een beetje trots is op de uitvinding.
"Het echte succes kwam kort na de Melbournerace in 1934.
Stel je voor. Eerst zeulden ze die zware houten karren voort en toen wandelde er
heel demonstratief een man het veilingterrein op met een volgeladen
buiswagentje. En dan met z'n pinken losjes in de uiteinden van de handgrepen!
Toen werd er echt niet meer gefluisterd!".
Het wagentje bezorgde het bedrijf Robur feitelijk een gezonde toekomst en voor
het vervoer van tuinderproducten, was het een enorme verbetering. In 1935 werden
al 400 wagens gebouwd. Eind 1962 waren dat er al ruim 8700. Hierna breidde het
aantal wagens zich steeds meer uit. Er kwamen ook steekwagens, gemaakt van
stalen buizen en wagens met meer wielen.
Tragisch
In 1949 werd de vennootschap onder firma opgeheven en Robur
transportwagenfabriek opgericht. In 1950 opende Robur een fabriek aan de
Stationsweg. Op 27 oktober 1952 maakte een tragisch verkeersongeval op de
huidige A20 nabij Maassluis een einde aan het succesverhaal van de heren
Rodenburg. Beide broers kwamen daarbij om het leven.
Vrienden van het tweetal en de Rotaryclub Westland zorgden er voor dat het
bedrijf bleef bestaan. Onder leiding van Van Staalduinen gaat Robur nu door als
innovatief ontwerp- en fabricagebedrijf op het gebied van interne
transportsystemen voor de industrie-, tuinbouw- en handelssector.

Het eerste uiverwagentje dat onder meer werd gebruikt voor het vervoeren van
kistjes groenten naar de veiling.
Onderstaand bericht op 25 april 2005 ontvangen van Adriaan Rodenburg, zoon van Krijn Rodenburg:
"Het verhaal in de Westlandse Courant klopt niet helemaal. De naam is inderdaad ontleend aan de Londen-Melbourne-race waaraan het Nederlandse vliegtuig de Uiver o.l.v. Parmentier deelnam. Mijn vader Krijn bedacht de naam toen hij met zijn broer Cor ging kijken naar de tussenlanding op Schiphol."
Hartelijk dank Adriaan Rodenburg voor de aanvulling.
![]()
‘Sompig’ schooltje in 1963 onbewoonbaar verklaard.
Veertig jaar geleden ontstaat er opschudding in Honselersdijk, wanneer het oude schoolgebouw aan de Dijkstraat 'onbewoonbaar verklaard' wordt. De tekeningen van een nieuwe school zouden bovendien zoek zijn. Dus is het tijd voor ingrijpende maatregelen.
Uit: Westlandsche Courant 10 mei 2003
Door: Aad van Holstein

Het oude schoolgebouw (links) aan de Dijkstraat in Honselersdijk. Menig
bruiloft is er gevierd.
Plechtig
Burgemeester J. A. van der Goes, die van 1851 tot 1881 zijn ambt in
Naaldwijk bekleedt, heeft op plechtige wijze in 1875 de eerste steen van het
schooltje aan de Dijkstraat gelegd. De grond is gekocht van W. Steenks en het
gebouw is door aannemer A. van Klaveren uit Krimpen aan den IJssel opgetrokken
voor de somma van 12.000 gulden. Nog hetzelfde jaar kan de school in gebruik
worden genomen en kunnen de bewoners van de Dijkstraat genieten van het gezang
van de schooljeugd. Tot de helft van de jaren dertig heeft het gebouw ten
dienste afgestaan van het openbaar onderwijs in Honselersdjjk. Als het te klein
wordt, besluit de gemeente tot de bouw van een nieuwe school aan de Molenlaan,
die in 1935 in gebruik wordt genomen. Het gebouwtje aan de Dijkstraat komt dan
in Katholieke handen en verliest zijn onderwijs bestemming. Als gezellenhuis van
het patronaat blijkt het echter zeer goed te voldoen. Later wordt de muur tussen
twee lokalen weggebroken en vervangen door een zware ijzeren stutbalk om ruimte
te creëren voor een feestzaal. Menig Honselelsdijks echtpaar, dat in de
nabijgelegen kerk trouwt, viert daarna de bruiloft in dit gebouwtje, dat
uiteraard ook voor tal van andersoortige feestelijkheden wordt benut. In
de Tweede Wereldoorlog kunnen de Honselersdijkse parochianen er bovendien hun
leeshonger stillen, want dan wordt de bibliotheek erin gevestigd. Zolang de oude
zolder met rust wordt gelaten, heeft dat geen merkbare gevolgen voor het gebouw.
Maar als na de oorlog -in 1949- de zusters er met de kleuterschool in trekken,
komen er grote veranderingen. De zolder wordt ingericht als naaiklas. Als de
zusters die later opheffen, omdat zij Honselersdijk weer gaan verlaten, wil de
parochie het zaaltje niet ongebruikt laten en wordt het benut voor het
jeugdwerk. Maar daar was deze omgebouwde zolder totaal ongeschikt voor.
Genadestoot
In 1963 blijkt dat het gebouw mede daardoor al te gauw aan het einde van
zijn krachten is geraakt De strenge winter geeft uiteindelijk de genadestoot,
want na het invallen van de dooi blijken sommige muren gewoon bol te staan en
heeft men te kampen met ernstige lekkages. Teil, pannen en emmers staan overal
het druppelende water op te gangen om daarmee te proberen de boel droog te
houden. Het pleisterwerk brokkelt steeds meer af en de toiletten zijn niet meer
te gebruiken, omdat daarin hele plafonds zijn gevallen. Hoewel de gemeente
Naaldwijk direct in actie komt en de muren nog wil stutten om het schoolgebouw
toch nog te kunnen gebruiken, keurt de inspecteur van het kleuteronderwijs van
de negende inspectie, waar Honselersdijk onder valt, het gebouw af. De
inspecteur is een beetje geïrriteerd naar Honselersdijk gekomen, want hem wordt
verweten dat de plannen die de R.K. kleuterschool in Honselersdijk heeft
ingediend voor nieuwbouw op zijn inspectie zijn zoekgeraakt. Hij ontkent dit ten
stelligste.
Bureaucratie
Uit zijn woorden valt af te leiden dat het gewoon door een staaltje
bureaucratie komt dat het schoolbestuur nog steeds niets vernomen heeft. In
maart 1962 was al een urgentieverklaring afgegeven voor de bouw van twee nieuwe
lokalen, maar door het betreffende bureau per ongeluk op 1961 gedateerd, zodat
er geen aandacht meer aan geschonken is en zo de vertraging kon ontstaan. Voor
het nijpende Honselse probleem voor de kleuters is echter een oplossing
gevonden. Om hun onderwijs toch zo veel mogelijk te laten doorgaan wordt
besloten de kinderen voorlopig maar in het houten verenigings gebouw Hofwijck
onder te brengen. De parochie is bereid de kleuters daar tijdelijk onderdak te
bieden. Dat brengt wel grote moeilijkheden en veel ongerief met zich mee, maar
dank zij een roulatiesysteem kunnen de kinderen toch weer naar school. De ene
week zijn de klassen van juffrouw Ria Hartman en juf Irene Knijnenburg aan de
beurt, de andere week de klas van juf Leny van Dijk en iuf Leny Sosef. Maar of
er bezoekers van de huidige videotheek en het café in de Dijkstraat zijn, die
zich dat nog kunnen herinneren valt sterk te betwijfelen.
![]()
Amalia van Solmsstraat, Ned. Herv. Kerk vlak
voor de sloop in 1985, foto's op 21-06-2011 ontvangen van: Rik Laernoes &
Adriaan Rodenburg, waarvoor onze hartelijk dank.
%20bewerkt_small.jpg)
![]()